Posts tonen met het label migrantenliteratuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label migrantenliteratuur. Alle posts tonen

vrijdag 18 januari 2013

Olga Grjasnowa | Der Russe ist einer, der Birken liebt

Olga Grjasnowa - Der Russe ist einer, der Birken liebt. München, Carl Hanser Verlag, 2012 (2), 284 pagina's. 2012 (1).

Mascha ist jung und eigenwillig, sie ist Aserbaidschanerin, Jüdin, und wenn nötig auch Türkin und Französin. Als Immigrantin musste sie in Deutschland früh die Erfahrung der Sprachlosigkeit machen. Nun spricht sie fünf Sprachen fließend und ein paar weitere so "wie die Ballermann-Touristen Deutsch". Sie plant gerade ihre Karriere bei der UNO, als ihr Freund Elias schwer krank wird. Verzweifelt flieht sie nach Israel und wird schließlich von ihrer eigenen Vergangenheit eingeholt. Mit perfekter Ausgewogenheit von Tragik und Komik und mit einem bemerkenswerten Sinn für das Wesentliche erzählt Olga Grjasnowa die Geschichte einer Generation, die keine Grenzen kennt, aber auch keine Heimat hat.


Deze roman kocht ik vorig jaar tijdens een verblijf op Borkum, omdat de omschrijving op de omslag me aansprak. De verkoopster van de eilandboekhandel was helemaal verrukt dat ik het kocht, want dit was een waar meesterwerkje. Ze begon spontaan op te noemen waarom het zo goed dat zo'n jonge schrijfster zo'n boek had kunnen schrijven. Zoveel prijzen maakt je haast bang om te beginnen in een boek, maar de verkoopster had volkomen gelijk. Dit is een héél goed, ontroerend boek!

Olga Grjasnowa op Wikipedia (Duits)

flickr

vrijdag 28 september 2012

Florence Tonk | Blijf bij ons

Florence Tonk – Blijf bij ons. Amsterdam, Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2010, 208 pagina's.

Emma verhuist met haar vriend naar Kiev, waar ze slecht kan aarden en haar relatie ziet verkruimelen. Als ze een datsja kopen op het Oekraïense platteland, besluit zij er in haar eentje te gaan wonen. Ze legt er een moestuin aan, gaat Engelse les geven en raakt gefascineerd door een geheimzinnig meisje met een aangrijpende geschiedenis.

Ook sluit Emma een innige vriendschap met de familie Boerjak. Maar dan komen er lastige vragen: hoort zij hier wel thuis? Waarom wil zij uitgerekend hier wonen, in dit modderige dorp vol oude vrouwen, dronkaards en een enkele achterblijver? Terwijl Emma steeds meer verbonden raakt met de kleine gemeenschap, raakt ze verstrikt in een liefdesaffaire en komt ze achter een duister geheim.

Blijf bij ons is een meeslepende roman over het verlangen naar overgave en de honger naar meer dan een leven vol voorzichtige compromissen. De zoektocht eindigt in een voormalig sovjetdorp dat nog altijd worstelt met de gevolgen van de geschiedenis.

Florence Tonk is dichter en freelancejournalist. Zij woonde in 2006 een jaar in Kiev. In datzelfde jaar publiceerde ze de dichtbundel Anders komen de wolven.


Blijf bij ons draait voor mij om de vraag of dat kan, als westerling 'een stap terugdoen' door je in een gesloten gemeenschap op het platteland van Oekraïne vestigen en daar vervolgens echt in de gemeenschap te worden opgenomen? Even lijkt het er in deze roman op dat dat kan, maar dan blijkt toch dat het niet kan. Op een nogal drastische manier.

Dat het niet kan, is niet verbazingwekkend. Je voelt dat als lezer al lang aankomen. En dat is dan ook mijn bezwaar tegen deze roman: het is nogal voorspelbaar. De vraag is alleen hoe het misgaat, en wanneer. Ook de aanleiding om op het platteland te gaan wonen – een relatie met de Nederlandse vriend waar de klad in komt – ligt nogal voor de hand.

Tonks beschrijving van Kiev en Oekraïne worden geprezen in recensies. Ik vond ze best aardig, maar niet bijzonder. Heb je weinig kennis van Oost-Europa, dan ervaar je dat ongetwijfeld anders.

Pluspunt is dat Blijf bij ons vlot geschreven is, en dat het daardoor lekker weg leest. Een aardig boek voor wie eens iets min of meer thrillerachtigs wil lezen, maar dan op een ongewone plaats.

Florence Tonk

flickr

dinsdag 26 juni 2012

Adriaan van Dis | Stadsliefde

Adriaan van Dis – Stadsliefde: Scènes in Parijs. Amsterdam/Antwerpen, Uitgeverij Augustus, 2011, 211 pagina's.

Adriaan van Dis woonde ruim zeven jaar in Parijs en nog steeds voelt hij zich verbonden met die stad en probeert hij de helft van zijn tijd er door te brengen. Hij huurt er een chambre de bonne, waar een deel van zijn boeken staat en van waaruit hij door de stad wandelt – week in week uit. Hij is er onzichtbaar en verkent wijken waar gewoonlijk geen toeristen komen. Voor hem is Parijs een altijd veranderende stad: gekleurd, verscheurd en vol verborgen geschiedenissen. Hij gaat mee uit boksen met de zoon van zijn werkster uit Sri Lanka, bezoekt het variété met een verlepte danseres, dwaalt met oude getuigen langs beladen adressen en kijkt achter de luiken waar de illegalen werken. Het nieuwe Europa voltrekt zich voor zijn ogen. Van Dis wandelt om het avontuur en doet daarvan verslag in dagboek en verhalen. In Een blanke koopt een paar schoenen brengt hij het beste bijeen.


In 2007 verscheen van Van Dis de roman De wandelaar. Deze roman was gesitueerd in Parijs, de stad waar Van Dis voornamelijk woonde toen hij aan deze roman werkte. Parijs speelt in De wandelaar een belangrijke rol, naast de hoofdpersonages uiteraard. In Stadsliefde zijn Van Dis' persoonlijke aantekeningen en stukjes over de jaren in Parijs verzameld. Stadsliefde is non-fictie.

Grofweg kun je stukken in de bundel verdelen in drie categorieën: stukken over Van Dis' leven in Parijs en zijn pogingen om te integreren, stukken over de stad zelf, waarbij wordt benadrukt dat Parijs een van de culturele hoofdsteden van Europa is, en stukken die ook over de stad gaan, maar dan over de minder glamoureuze kant van de stad, zoals de zwervers – die vaak permanent in 'een eigen straat wonen' of de grote groepen allochtonen, die tot de banlieues veroordeeld zijn en die zich buitengesloten voelen.

Ik ben nooit in Parijs geweest, maar door deze bundel heb ik het gevoel gekregen dat ik de stad toch een beetje ken en dat het hoog tijd wordt om mijn eigen indrukken van deze stad op te doen. De stukjes waarin Van Dis schrijft over hoe hij probeert te integreren en de stukjes over de zelfkant van de stad spraken me het meest aan. Dat een stad als Parijs haast dorps kan zijn, bijvoorbeeld doordat de eigenares van de supermarkt haar vaste klanten op de pof laat kopen, kon ik mij niet voorstellen. Van Dis schrijft daar smaakvol, en met humor over.

Het meest echter spraken me de stukjes aan waarin Van Dis de kloof tussen de keurige Hollandse heer die Van Dis is, en de allochtone jongeren in de buitenwijken van Parijs probeert te overbruggen, zoals in het stukje waarin Van Dis, een fanatieke wandelaar, probeert een bepaald type Reebokschoenen te kopen waarover hij in de krant heeft gelezen. Hij gaat van winkel naar winkel en laat ons daarbij een wereld zien die niet zijne, maar ook niet de mijne is. Ook laat hij in deze stukjes het alledaagse buitengesloten worden zien – bijvoorbeeld het veel aangehaalde incident waarbij een donkere Fransman de Marselleise moet zingen in de metro, om politieagenten te bewijzen dat hij 'een van hen' is. Van Dis zwijgt evenmin over de rellen die in 2005 de banlieues van het hele land teisterden. Sterker nog: daar waar de politie de wijken niet meer in durfde, ging Van Dis wel op onderzoek uit.

Van Dis houdt ons een spiegel voor, waarin wij zien dat integreren moeite kost, dat het een kwestie van tijd en energie investeren is. En dat de hand niet alleen door de immigrant, maar ook door de autochtonen in het gastland moet worden uitgestoken. Stadsliefde laat de vele gezichten van Parijs zien, en uit de beschrijvingen blijkt de liefde van de auteur voor zijn nieuwe woonplaats. Het is een zeer leesbare en interessante bundel. Eenieder die Parijs zal bezoeken, doet er goed aan het te lezen.

Adriaan van Dis | Tikkop
Adriaan van Dis | De reisromans
Adriaan van Dis | De wandelaar

Adriaan van Dis op Wikipedia

flickr

woensdag 20 juni 2012

Sana Krasikov | One More Year

Sana Krasikov - One More Year: Stories. New York, Spiegel & Grau, 2009 (2), 244 pagina's. 2009 (1, VK), 2008 (1, VS).

ONE MORE YEAR is Sana Krasikov's extraordinary debut collection, illuminating the lives of immigrants from across the terrain of the collapsed Soviet Empire. With novelistic scope, Krasikov captures the fates of the people-in search of love and prosperity-making their way in a world whose rules have changed.

SANA KRASIKOV was born in Ukraine and grew up in the former Soviet Republic of Georgia and in the United States. Her stories have appeared in The New Yorker, The Atlantic Monthly, The O. Henry Prize Stories collection, and other publications.


One More Year is een bundel van acht verhalen. In ieder verhaal in deze bundel speelt een Oost-Europese immigrant in de Verenigde Staten de hoofdrol. Sommigen verblijven legaal in dat land, anderen zijn er illegaal. Ze hebben allen één ding gemeen: ze willen een beter leven voor zichzelf en hun familie, en het leven in het nieuwe land valt niet mee.

Twee voorbeelden van de verhalen. In Companion houdt hoofdpersoon Ilona een oudere, zieke man gezelschap. Om een green card te krijgen wordt de schijn van een echte relatie opgehouden. Als de man opnieuw een hartaanval krijgt terwijl Ilona niet thuis is, grijpen de kinderen van de man in. Zij waren sowieso niet enthousiast over de situatie en vinden dit een prima aanleiding om de vreemde vrouw buiten de deur zetten.

In Maia in Yonkers woont de Georgische Maia in bij een oudere, dementerende vrouw, zodat zij haar kan verzorgen. Ze bereidt zich voor op het bezoek van haar zoon, die in Georgië bij haar zus is achtergebleven. Gogi, de zoon, geeft zodra hij is aangekomen af op werkelijk alles wat zij hem van New York laat zien en is alleen geïnteresseerd in materiële zaken. Hij eist dat zij een dure donsjas, zoals hij die thuis op tv in Georgië heeft gezien, voor hem koopt. Alle spaargeld van Maia is echter al gebruikt voor Gogi's vliegticket.

Krasikov schrijft zeer leesbaar, gebruikt mooie taal en bedient zich regelmatig van tragikomische humor. De nadruk ligt daarbij vooral op de tragiek – ieder verhaal bevat wel een open zenuw, die zeurt en pijn doet. Dit alles samen zorgt voor een mooie bundel verhalen.

Sana Krasikov op Wikipedia (Engels)

flickr

dinsdag 12 juni 2012

Ирина Муравьёва | День ангела

Ирина Муравьёва - День ангела. Москва, Эксмо, 2010, 352 стр.
(Irina Muraveva - Den' angela. Moskva, Eksmo, 2010, 352 str.)

Семья русских эмигрантов. Три поколения. Разные характеры и судьбы - и одинаковое мужество идти навстречу своей любви, даже если это любовь-гpex, любовь-голод, любовь-наркотик. Любовь, которая перемежается с реальным голодом, настоящими наркотиками, ужасом войн и революций. Но герои романа готовы отвечать за собственный выбор. Они напряженно размышляют о том, оставляет ли Бог человека, оказавшегося на самом краю, и что же делать с жаждой по-своему запретному и беспредельному "я". Они способны видеть ангела, который тоже смотрит на них - и на границе между жизнью и смертью, и из-под купола храма, и глазами близких людей.


In Den' angela beschrijft Muraveva drie generaties Russische emigranten. De eerste generatie is na de Russische revolutie in Frankrijk terechtgekomen. Eén van de zusjes van dit gezin keert met haar Engelse echtgenoot, een diplomaat, in de jaren 1930 terug naar de Sovjet-Unie, waar ze voor een aantal jaren zal verblijven. Haar zus blijft achter in Frankrijk, waar zij ook een gezin sticht. De tweede generatie is gesitueerd in de jaren 1950, en de derde in 'onze tijd'.

Muraveva behandelt in deze roman twee zaken: in de eerste plaats de liefdesverhalen van de hoofdpersonages uit die drie verschillende generaties. Dat schetst zij tegen de historische achtergrond van de tijd waarin de verhaallijn is gesitueerd. In de jaren 1930 overheerst de situatie in de Sovjet-Unie, de kunstmatige honger in Oekraïne en de angst voor vervolging in de hoofdstad Moskou, ook onder buitenlanders. De feiten zijn op zich bekend, maar zo in een fictieve vorm gepresenteerd, vergezeld van de emoties die daarbij horen, word je nogmaals gedwongen daar eens goed over na te denken. In de jaren 1950 en het heden is die historische achtergrond minder overheersend.

Op zich zijn de verhaallijnen en achtergronden van die verhaallijnen die de schrijfster heeft gekozen interessant genoeg. Zeker de passages waarin het leven in de Sovjet-Unie in de jaren 1930 werd beschreven vond ik erg boeiend, vooral omdat Muraveva zowel de slachtoffers van de honger in Oekraïne als de buitenlanders die ervoor kiezen er wel of niet eerlijk over te berichten aan het woord laat. Het Russisch van Muraveva leest verder ook prettig. Dat ze de gebeurtenissen grotendeels presenteert in brieven en dagboekaantekeningen geeft je als lezer verder de indruk dat je ongemerkt over de schouders van de personages meekijkt.

Toch heb ik de hele roman het gevoel gehad dat het het net niet was. Ik denk dat dat komt door de derde verhaallijn, die in het heden speelt. De hoofdpersoon van deze verhaallijn kon mij maar matig boeien. Ik vond hem ongeloofwaardig, met zijn erfenis, die uit de lucht komt vallen, en zijn onaardse liefde voor een vrouw die zwanger is van een ander. Ook wordt in zijn hoofdstukken nog een vierde kort verhaallijn geïntroduceerd over een tweeling, die voor mij beter achterwege had kunnen blijven. Het boek sluit af met de verhaallijn van deze derde generatie, en nog wel met een belofte van een héél happy end. Het liet mij, helaas, achter met een licht teleurgesteld gevoel over deze roman.

Irina Muraveva op Wikipedia (Russisch)

flickr

donderdag 12 april 2012

Nausicaa Marbe | Mândraga

Nausicaa Marbe - Mândraga. Amsterdam, Meulenhoff, mei 1999 (3), 222 pagina's. Februari 1998 (1).

Mândraga is de naam van het landgoed in Roemenië dat honderden jaren in bezit was van de familie Arvanitidis, tot het door het communistische regime werd onteigend. Rond Mândraga speelt zich de geschiedenis af van twee families, een joodse en een Griekse, die het landgoed bewoonden en de inval van de Russen trotseerden, maar uiteindelijk moesten vertrekken, en het is Mândraga waar de hoofdpersoon Ira Arvanitidis na jaren weer terechtkomt.
De dertigjarige Ira woont al twaalf jaar in Nederland als ze door de naderende dood van haar vader besluit naar Roemenië terug te keren. Daar wordt ze geconfronteerd met de complexiteit van haar gevoelens jegens het land dat ze verlaten heeft.
Nausicaa Marbe vervlecht in haar debuutroman op een indrukwekkende manier de historische en politieke realiteit van een bewogen land met het verhaal en het innerlijke leven van de personages. Uit het boek rijst een beeld op van twee unieke families, die zich nooit laten verslaan door de gruwelijke politieke omstandigheden waarin hun leven zich afspeelt, maar die te allen tijde de joie de vivre behouden die hen in staat stelt te overleven.

Nausicaa Marbe (1963) groeide op in Boekarest in een Grieks-joods gezin. Sinds 1982 woont en werkt ze in Nederland. Mândraga is haar debuutroman.

Mândraga is de eerste roman van de Roemeens-Nederlandse Nausicaa Marbe. Uit informatie op internet begrijp ik dat een gedeeltelijk autobiografische roman is. De kern van het verhaal: een in Nederland wonende Roemeense vrouw keert terug naar haar land van geboorte, om afscheid te nemen van haar vader, die op sterven ligt. Eenmaal thuis wordt ze geconfronteerd met verwarrende emoties en lijkt Nederland verder weg dan ooit.

Mandrâga is geen meesterwerk. Marbe vertelt veel in deze roman, terwijl de roman uit net iets meer dan tweehonderd pagina’s bestaat.Het verhaal springt heen en weer in de tijd, van de Tweede Wereldoorlog tot het heden, de jaren ’90 van de vorige eeuw. Dat maakt dat er weinig ruimte is om het vertelde uit te werken, historische veranderingen worden aangestipt in het ene hoofdstuk, en dan gaan we weer door naar een volgend moment in de geschiedenis. Het lijkt wel alsof de schrijfster te veel in dit boek heeft willen stoppen.

Het belangrijkste thema van deze roman is voor mij identiteit. En dan specifiek het 'lot van de migrant'. Je verlaat je eigen land voor een tweede vaderland. Hoewel je er dus een vaderland en een thuis bij krijgt, groeit de verwarring: je hoort eigenlijk nergens meer thuis. Wat eens thuis was, verandert in je afwezigheid, soms – zoals in het geval van Roemenië na het afzetten van Ceaușescu – onherkenbaar. Je bent er slechts op afstand getuige van, je neemt niet deel aan die veranderingen. Je beeld van thuis klopt niet meer, want het land uit je herinnering bestaat niet meer, en dat tast uiteindelijk ook het beeld dat je van jezelf hebt aan. Dat is, denk ik, de crisis waarin Ira belandt als zij terugkeert naar Boekarest.

Helemaal geslaagd als roman is Mândraga niet, maar ik heb niet, zoals sommigen op internet schrijven, de drang gehad om het boek weg te leggen. Dat zal vast komen doordat ik het interessant vind over Oost-Europa te lezen. Een boek dus dat zeker interessant is voor eenieder die enigszins in Oost-Europa of specifiek Roemenië geïnteresseerd is.

Nausicaa Marbe op Wikipedia

flickr

donderdag 5 april 2012

Herta Müller | Atemschaukel

Herta Müller | Atemschaukel. Frankfurt am Main, Fischer Taschenbuch Verlag, Juli 2011, 300 pagina's. 2009 (1).

Rumänien, Januar 1945. "Es war 3 Uhr in der Nacht, als die Patrouille mich holte. Die Kälte zog an, es waren - 15o C." So beginnt der erschütternde Bericht eines jungen Mannes, der in ein russisches Straflager verschleppt wird - so wie 60000 andere Rumäniendeutsche, von deren Schicksal Herta Müller in diesem ungeheuren Buch erzählt. In Gesprächen mit dem verstorbenen Dichter Oskar Pastior und anderen Überlebenden der Lager hat sie den Stoff gesammelt - und zu überwältigender Literatur geformt.


Atemschaukel heet in de Nederlandse vertaling Ademschommel. Een bijzondere titel, die symbool staat voor de hele roman. De roman beschrijft het van Leo Auberg, een Roemeen van Duitse afkomst. Hij wordt als jongen van zeventien aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, zoals zo velen met hem, door de Sovjet-Russen op transport gesteld, naar de Sovjet-Unie. Zij moeten een deel van de schuld van het Roemeense vaderland, dat de kant van Nazi-Duitsland had gekozen, tegenover de Sovjet-Unie afbetalen door als dwangarbeider te werken. Hij zal er uiteindelijk vijf lange, hongerige jaren in een kamp doorbrengen.

Het bijzondere van Atemschaukel is in de eerste plaats dat Müller al die anonieme slachtoffers van de Sovjetoverheersing in Oost-Europa een stem geeft. Op basis van de ervaringen van de Duits-Roemeense dichter Oskar Pastior en anderen heeft zij een op feiten gebaseerde fictieve roman geschreven. De harde feiten zijn bekend, maar als je al die hartverscheurende verhalen zo samengebald ziet in het lijden van één personage, komen die feiten wel heel overweldigend op je af.

Dat de roman vooral gebaseerd is op de verhalen van de dichter Pastior zal verklaren waarom er in het boek zo'n nadruk ligt op taal. In de eerste plaats is er de confrontatie met de voor Leo onbegrijpelijke Russische taal. Uiteindelijk begrijpt hij de belangrijkste commando's, maar hij geeft die termen regelmatig weer in een verbasterde vorm, soms nauwelijks nog herkenbaar als Russisch woord.

Daarnaast benoemt Leo alles om zich heen - de honger, zijn werk, de andere kampbewoners met hun eigenaardigheden - met eigen, haast poëtische woorden. Die woorden houdt hij nadrukkelijk voor zichzelf. Deze woorden geven hem houvast, samen met de bezwerende woorden van zijn oma, die hem vlak voor zijn deportatie vertelde dat zij er zeker van was dat hij terug zou keren.

Atemschaukel beklemt, grijpt je bij de strot, blijft bij je, lang nadat je het boek uit hebt, zet aan tot nadenken over het kwaad dat mensen elkaar aandoen. Het is een boek dat gelezen moet worden.

Herta Müller | Niederungen
Herta Müller | Heute wär ich mir lieber niet begegnet

Herta Müller op Wikipedia

flickr

dinsdag 6 maart 2012

Дина Рубина | Белая голубка Кордовы

Дина Рубина - Белая голубка Кордовы. Москва, Эксмо, 2009, 544 с.
(Dina Rubin - Belaya golubka Kordovy. Moskva, Eksmo, 2009, 544 s.)

Воистину, ни один человек на земле не способен сказать - кто он.
Гений подделки, влюбленный в живопись. Фальсификатор с душою истинного художника. Благородный авантюрист, эдакий Робин Гуд от искусства, блистательный интеллектуал и обаятельный мошенник, - новый в литературе и неотразимый образ главного героя романа "Белая голубка Кордовы".
Трагическая и авантюрная судьба Захара Кордовина выстраивает сюжет его жизни в стиле захватывающего триллера. События следуют одно за другим, буквально не давая вздохнуть ни герою, ни читателям. Винница и Питер, Иерусалим и Рим, Толедо, Кордова и Ватикан изображены автором с завораживающей точностью деталей и поистине звенящей красотой.
Новый, седьмой, роман Дины Рубиной открывает особый этап в ее творчестве.


Dina Rubina schrijft groots opgezette romans. Belaya golubka Kordovy (Het witte duifje van Cordoba) is zo’n groots opgezette roman. De hoofdpersoon, Zakhar Kordovin, ontwikkelt zich tot een meestervervalser van schilderijen. Kort samengevat beschrijft ze hoe Kordovin zijn eigen graf gaaft, door ervoor te kiezen niet zijn eigen schilderijen te schilderen, maar die van anderen na te maken. Op superieure wijze, dat wel.

Rubina beschrijft ook de geschiedenis van Kordovins familie, tot twee generaties terug. De ene helft komt uit Vinnitsa en leeft voor de oorlog het leven van arme joden in een provincieplaats. De andere helft komt uit de stad die nu Sint-Petersburg heet en leeft daar voor de oorlog in weelde, omdat Kordovins opa een NKVD-officier is. De vertelling beslaat zo ruwweg de hele twintigste eeuw.

De hoofdstukken waarin de familiegeschiedenis wordt verteld vind ik het mooist. Die hoofdstukken deden me denken aan Na solnechnoy storone ulicy, dat ik in 2010 las. Ze gebruikt daarbij dezelfde beeldende taal, zodat je de personages, de huisjes, de omgeving, de uitgehongerde stad Leningrad voor je ziet.

Je krijgt het gevoel als lezer dat de schrijfster deze bladzijden met een weemoedige glimlach op het gezicht, vol liefde voor die verdwenen wereld heeft geschreven. Er zijn hilarische scenes, zoals de manoeuvres die nodig zijn om de beerput van Zakhars oom leeg te halen. Het kost nogal wat gedoe voordat de wagen die dat moet doen op de juiste plek op de binnenplaats staat. Dat Zakhars tante daarbij haar welriekende bloemetjes moet opofferen, is zo’n interessant beeldend details: allen door die bloemetjes op te voeren roept Rubina de geur van zo’n wagen en de geopende beerput op.

Deze roman heeft mij verder als leek een klein beetje kennis laten maken met de kunstwereld: schilderen, restaureren, vervalsen en de verkoop van echte en vervalste werken. Toch had ik het wat moeilijk met deze hoofdpersoon, Zakhar Kordovin. Zijn oom, oom Syema Litvak, vind ik oneindig veel sympathieker, door de manier waarop hij stijfkoppig blijft houden van Zakhars 'wilde' moeder Riorita (Ritka) en van Zakhar zelf.

Belaya golubka Kordovy is een geslaagde roman, die ik zeker kan aanraden. Dat ik er een maand over gedaan hebben om de roman uit te lezen ligt niet aan de kwaliteiten van de roman, maar meer aan mijn tijdgebrek.

Дина Рубина | На солнечной стороне улицы
Дина Рубина | Синдикат
Дина Рубина | Почерк Леонардо

Dina Rubina (Russisch)
Dina Rubina op Wikipedia (Engels)

flickr

maandag 13 juni 2011

Gary Shteyngart | The Russian's Debutante Handbook

Gary Shteyngart – The Russian Debutante’s Handbook. New York, Riverhead Books, z.j. (8), 476 pagina’s. May 2003 (1, paperback edition), June 2002 (1, hardcover edition).

This national bestseller is a wildly original, brilliantly crafted novel about a young Russian immigrant's misadventures while trying to figure out what it means to be an American.


Dinsdag 14 juni 2011 werd bekend dat Ruud Gullit ontslagen zou worden als trainer van de voetbalclub Terek Grozny. Dat werd aangekondigd door Ramzan Kadyrov, de president van de Tsjetsjeense republiek, die een autonome status heeft binnen de Russische Federatie. Kadyrov is ook de eigenaar van de voetbalclub Terek Grozny. Toen ik dat bericht las, werd ik getroffen door de raakvlakken met The Russian Debutante’s Handbook, dat ik juist een dag daarvoor had uitgelezen. In The Russian Debutante’s Handbook wekt de hoofdpersoon, Vladimir Grishkin, immers ook de woede van zijn baas. Die baas geniet net als Kadyrov een twijfelachtige reputatie.

Daarmee houdt de gelijkenis met Gullits Tsjetsjeense avontuur echter wel op. Shteyngarts held Vladimir Grishkin is een Russische Jood, die als kind met zijn ouders vanuit Leningrad naar de Verenigde Staten is geëmigreerd. Tot grote teleurstelling van vooral zijn moeder mist Vladimir iedere wens om de Amerikaanse droom waar te maken: hij leidt op zijn vijfentwintigste een rustig leven in New York, waarhij voor een laag salaris fungeert als contactpersoon voor nieuwe Russische immigranten.

Vladimir maakt echter kennis met een gefortuneerde Amerikaanse. Dat blijft niet zonder gevolgen: hij is weliswaar gelukkig, maar hij is ook binnen een paar maanden door al zijn reserves heen. Omdat er geld verdiend moet worden gaat Grishkin in op het aanbod van de vader van een 'zakenman', die de fictieve (aan Praag herinnerende) stad Prava tot zijn werkterrein rekent. Vladimir moet deze vader, the Fan Man, aan het Amerikaanse staatsburgerschap helpen. Is dat eenmaal gelukt, dan kan Vladimir afreizen naar Prava, de hipste stad in Midden- en Oost-Europa aan het begin van de jaren 1990. Daar zal Vladimir gaan werken voor the Groundhog.

The Russian Debutante’s Handbook is een hilarische roman. Shteyngart neemt zowel zijn oude als zijn nieuwe vaderland op de hak. Hij doet dit zo humoristisch, dat ik meerdere keren hardop in lachen uitbarstte. Vooral de eigenaardigheden van de Russische immigranten die Shteyngart beschrijft zijn herkenbaar. Prettig ook vond ik de mix van Engels en Russisch die Shteyngart gebruikt, wat voor mij in ieder geval bijdroeg aan het hilarische karakter van de roman.

Vladimir maakt zich op vernunftige manieren schuldig aan oplichting en verduistering. Dat deed me denken aan Chichikov, de hoofdpersoon van Gogol’s Dode zielen en aan Ostap Bender, de hoofdpersoon van Ilf en Petrovs De twaalf stoelen. In deze drie romans zetten de schrijvers de streken van hun hoofdpersonen in om via hilarische, vaak sterk overdreven gebeurtenissen kritiek te leveren op de samenleving waarin zij leven. Shteyngart doet dit zelfs met meerdere gemeenschappen. In het eerste gedeelte van het boek wordt de Russische immigrantengescheenschap in de Verenigde Staten afgezet tegen de 'echte' Amerikanen, die vergeten zijn dat zij zelf ook niet meer dan afstammelingen van immigranten zijn. In het tweede gedeelte van het boek wordt het leven van expats in Midden – en Oost-Europa afgezet tegen het leven van de lokale bevolking en tegen de gemeenschap van lokale en internationale criminelen.

The Russian Debutante’s Handbook is een zeer onderhoudende roman, die je een aantal prettige dagen zal bezorgen. De roman is ook zeker interessant als je wat minder gefascineerd bent door Rusland dan ik.

Gary Shteyngart | Absurdistan

The Russian Debutante's Handbook op Wikipedia (Engels)
Gary Shteyngart op Wikipedia (Engels)

flickr

zondag 27 maart 2011

Kader Abdolah | De kraai

Kader Abdolah - De kraai. Amsterdam, CPNB, 2011, 92 pagina's.

Lezer!
Ik ben makelaar in koffie, en woon op de Lauriersgracht, no. 37. Het was nooit mijn streven om koffie te verkopen, maar het leven heeft het zo bepaald.


Ik heb De kraai gelezen voordat ik een recensie - die vooral negatief waren, weet ik nu - onder ogen had gekregen. Ik ben eraan begonnen terwijl ik in de rij stond om het boekje door de auteur te laten signeren. Dat heb ik de laatste jaren steeds met het boekenweekgeschenk laten doen, dus dat moest ook met De kraai gebeuren. Een aantal andere boeken die ik van de auteur heb, had ik natuurlijk ook meegenomen.

Het was al meer dan tien jaar geleden dat ik fictie heb gelezen van Adbolah. De columns die Abdolah onder de naam Mirza in de Volkskrant schreef, heb ik weliswaar niet wekelijks, maar wel met plezier gelezen. Dat Abdolah het boekenweekgeschenk mocht schrijven, vond ik een goede keuze.

De tekst die ik hierboven heb overgenomen, staat op de achterkant van het boek. Het zijn tegelijkertijd ook de eerste zinnen van De kraai. De gelijkenis met Multatuli's Max Havelaar, ook makelaar in koffie, dringt zich direct op. Na deze verwijzing naar een Nederlandse klassieker in eigen bewoordingen volgen nog veel citaten van andere Nederlandse schrijvers. Ik heb me afgevraagd waarom Abdolah ervoor heeft gekozen om deze citaten op te nemen. Fungeren deze citaten als een literaire inburgeringscursus, passend bij wat de hoofdpersoon van dit boekenweekgeschenk later zelf zal moeten doen zodra hij in Nederland aankomt? Of moet het ons 'geboren' Nederlanders erop wijzen dat wij onze klassiekers niet zo goed kennen? Of dat veelvuldige citeren iets toevoegt, daar ben ik eigenlijk nog steeds niet uit.

Verder lijdt De kraai aan het euvel van wel meer boekenweekgeschenken: ongeveer negentig pagina’s is niet altijd voldoende om het verhaal te vertellen. De Kraai bestaat hierdoor, denk ik, uit veel korte hoofdstukken, die chronologisch het levensverhaal van de hoofdpersoon – van dromerig kind in Iran tot opstandige student die in het Marxisme gelooft en uiteindelijk tot vluchteling in Nederland, werkend als koffiehandelaar en dromend van een carriere als schrijver – vertellen.

Het resultaat is nogal fragmentarisch – net als Max Havelaar, alleen dan met dat verschil dat de fragmenten in De kraai steeds hetzelfde personage bevatten. Uit persoonlijke interesse zou ik liever een novelle hebben gelezen die bijvoorbeeld alleen over die strijd als marxist in Iran zou zijn gegaan. Wat me van dit boekenweekgeschenk het meest raakte, is de scene waarin wordt beschreven hoe er voor het eerst ondergronds en zonder naam een boek van de hand van de hoofdpersoon verschijnt, en hoe hij dit enige bewijs van het uitkomen van zijn droom verliest.

Toch is het ondanks de bovengenoemde bezwaren niet zo dat ik De kraai een mislukking vind. Ik heb het met plezier gelezen. Het doet me niet direct branden van verlangen naar fictie van Abdolah, wel realiseer ik me dat ik Mirza’s aanwezigheid in de krant op maandag mis. Afgaand op de lengte van de rij bij de signeersessie bij Selexyz in Groningen ontbreekt het Abdolah niet aan fans.

Kader Abdolah

flickr

donderdag 3 maart 2011

Naima El Bezaz | Vinexvrouwen

Naima El Bezaz - Vinexvrouwen. Amsterdam/Antwerpen, Em. Querido's Uitgeverij BV, december 2010 (6), 190 pagina's. November 2010 (1).

Het leven in een vinexwijk verloopt niet altijd soepel. Daar weet Naima El Bezaz, die zelf al bijna tien jaar in zo'n buurt woont, alles van. In haar autobiografische roman Vinexvrouwen beschrijft ze het wel en wee van haar gezin in deze typisch Nederlandse nieuwbouwwijk. Als Marokkaanse kijkt zij met een fris oog naar de Hollandse gewoontes, al speelt er nog iets anders mee: de vinexwijk wordt geleidelijk aan bevolkt door steeds meer nationaliteiten, wat voor onrust zorgt. Terwijl haar dochtertje op school christelijke liedjes leert, verbaast El Bezaz zich over de Nederlanders. Ze begrijpt eigenlijk niets van hun eigenaardige gedrag.

Naima El Bezas (1974) debuteerde op haar eenentwintigste met de succesvolle roman De weg naar het noorden. Daarna publiceerde ze Minnares van de duivel en de roman De verstotene. In haar in 2008 verschenen roman Het gelukssyndroom verwerkte El Bezaz de gevolgen van een burn-out en haar gevecht om uit een depressie te komen.

Alle aandacht in de media voor Vinexvrouwen had mij meer dan nieuwsgierig gemaakt naar het boek. Toen ik het maandagmiddag zo maar in de bibliotheek in mijn buurt bij de nieuwe boeken zag staan, sprong mijn hart op: nu zou ook ik schuddebuikend van het lachen dit boek kunnen lezen.

Nu het boek uitgelezen is, moet ik tot de conclusie komen dat het een best aardig boek is, waar ik inderdaad zo hier en daar hartelijk heb moeten lachen, maar Vinexvrouwen kon mijn hooggespannen verwachten niet waarmaken. En daar is al die aandacht in de media juist schuldig aan, want alle sappige gebeurtenissen waren bij al die interviews met El Bezaz al tot in detail behandeld. Dat maakt dat ik het verhaal over een optreden van El Bezaz voor een groep inburgeraars het leukst vond. Wat daar gebeurt, is werkelijk tenenkrommend erg. Ook de verschillende verhalen over de verhouding tussen El Bezaz en haar moeder waren hilarisch.

Dat is zelf niet in een Vinex-wijk woon, maar in een wijk die de afgelopen jaren flink moest worden opgeknapt in het kader van wijkvernieuwing, zal ongetwijfeld ook niet meehelpen. Ik kom er wel eens, in zo'n Vinex-wijk, maar ik ga uiteindelijk altijd weer naar die meer dan veertig jaar oude wijk terug. Ben je niet blootgesteld aan het publiciteitsoffensief en woon je in een Vinex-wijk, dan houdt dit boek je misschien wél de beloofde spiegel voor.

Naima El Bezaz

flickr

zaterdag 18 december 2010

Olga Grushin | The Concert Ticket

Olga Grushin - The Concert Ticket. London, Penguin/Viking, 2010, 323 pagina's.

On a November afternoon in an unnamed Russian city Anna, a local teacher, is on her way home from work when she sees a crowd of people lining up at a kiosk on the corner of the street. It is a nondescript shack, like so many others across the city, and yet for many it offers the promise of rare dreams - some wish for new coats for their children or new leather boots, others for flowers or sugary cakes. Then a rumour spreads: a famous exiled composer will be returning to the city for one night to conduct his last symphony and this kiosk might be selling the tickets.

Soon the acquisition of that concert ticket becomes an obsession at the heart of Anna's small family. Her husband, a tuba player who is compelled to play dreary dirges for a state band, longs for a night of musical bliss, and sees the ticket as a way of beginning an illicit affair. Their son thinks if he can get to the concert he will be able to escape with the famous composer the West. And Anna secretly wants the ticket for her husband, in the hope that it will make him love her once again.

The Concert Ticket is a mesmerizing, heartbreaking novel about a family struggling through a time of great repression, and how their secret, profound longing for lives of love and beauty threatens to cut the very tender ties that bind them.


Van Olga Grushin las ik in 2006 The Dream Life of Sukhanov. Van die roman was ik danig onder de indruk. Mijn verwachtingen waren hooggespannen toen ik deze nieuwe roman van Grushin deze zomer kocht. Ik vind The Concert Ticket (in de Verenigde Staten verschenen onder de titel The Line) een meesterwerk, dat door iedereen gelezen moet worden. Ik zal ook uitleggen waarom.

De roman speelt in een niet bij naam genoemde stad in niet bij naam genoemd land. Het verhaal begint rond de 37e verjaardag van The Change, met een scene waarin de moeder van een gezin een rij ontdekt voor een mysterieuze kiosk die er vroeger niet stond. Het is onduidelijk wat er verkocht zal worden, maar er staan toch mensen in de rij, voor de zekerheid.

Als bekend wordt dat er kaartjes verkocht zullen worden voor een concert waarbij een naar het buitenland vertrokken componist, Selinsky, zelf na 37 jaar weer in zijn vaderland een van zijn symfonieën zal dirigeren, zorgt dat voor alle vier leden van het gezin één ding het belangrijkste ter wereld wordt: het bijwonen van dat concert. Er is maar één probleem: het concert zal pas een jaar later op Oudjaarsdag plaatsvinden, je moet iedere dag in de rij staan om je nummer te behouden én je mag maar één kaartje per nummer kopen.

Wat volgt is een schrijnende psychologische roman, waarin Grushin beschrijft hoe de leden van het gezin eerst nader tot elkaar lijken te komen, omdat je nu eenmaal niet van ’s ochtends vroeg tot diep in de nacht in je eentje in de rij kunt staan. Gaandeweg blijkt echter dat het in de rij staan en de onzekerheid over of het kaartje wel gekocht kan worden en of het dan wel juist tijdens de 'dienst' van het betreffende personage gekocht kan worden, een ondermijnend effect op het gezin en hun gezamenlijk leven heeft. Er is wel verbroedering, maar juist met mensen die tegelijkertijd met de verschillende personages in de rij staan en met de eigen familieleden.

Grushin heeft de plaats en tijd waarin de roman zich afspeelt niet precies gedefinieerd. Dat vond ik eerst verwarrend, omdat The Change duidelijk verwijst naar de Russische Revolutie in 1917. 37 jaar later was het 1954 – niet echt een jaar waarin je de dit verhaal kunt plaatsen, zo vlak na de dood van Stalin. De angst onder de bevolking voor verklikkers of het maken van een verkeerde stap op het werk of in het privéleven is er wel, maar toch minder sterk dan ik zou verwachten in dat jaar, waarin de persoonlijkheidscultus rond Stalin nog niet officieel was afgezworen.

Extra verwarrend is het dat het personage Selinsky aan Stravinsky doet denken, terwijl de biografische gegevens van Stravinsky niet overeenkomen met die van het personage Selinsky. Pas na afloop van de roman zelf legt Grushin uit hoe de vork in de steel zit en waarom zij de keuzes heeft gemaakt, die ze heeft gemaakt. Die verwarring is overigens niet storend. Integendeel, het maakte dat ik alerter het verhaal volgde.

Ik heb grote bewondering voor de manier dit eindeloze wachten vanuit de perspectieven van de vier personages beschrijft. De personages komen echt voor je ogen tot leven. Grushin beschrijft de personages zo, dat je de beweegredenen en wanhoop van alle personages begrijpelijk vindt.

Grushin gebruikt de perspectiefwisseling heel slim om het op drift raken van de gezinsleden extra te benadrukken: ze laat één personage bijvoorbeeld bijna verkracht worden, en laat het volgende personage een aantal bladzijden later dan de plek waar het is gebeurd passeren, daarbij het geroep dat in het bewuste park te horen is opmerkend. Tekenend is ook het voortdurend benadrukken dat de gezinsleden elkaar nauwelijks herkennen op straat, en dat de twee jongste generaties zich niet realiseren dat het gemurmel dat ze ’s nachts horen afkomstig is van de (schoon)moeder en oma van het gezin.

Iedereen moet deze roman lezen, omdat het thema universeel is: hoe ver moet je willen gaan om je droom te bereiken? Moet je daarvoor je gezin, werk, gezondheid, toekomst op het spel willen zetten? Wil je de roman liever in het Nederlands lezen, dan kan dat ook. Er is een Nederlandse vertaling verschenen met de titel De wachtenden.

Ogla Grushin (Engels)
Olga Grushin op Wikipedia (Engels)

flickr

vrijdag 1 oktober 2010

Дина Рубина | На солнечной стороне улицы

Дина Рубина - На солнечной стороне улицы. Москва, Эксмо, 2006, 432 страницы.
(Dina Rubina - Na solnechnoy storone ulicy. Moskva, Eksmo, 2006, 432 bladzijden)

Новый роман Дины Рубиной - новость во всех смыслах этого слова: неожиданный виртуозный кульбит «под куполом литературы», абсолютное преображение стиля писателя, его привычной интонации и круга тем.
Причудливый судьбы героев романа, в «высоковольтном» сюжете переплелись любовь и преступления, талант и страсть, способная уничтожить личность или вознести к вершинам творчества.
Откройте этот роман - и вас не отпустит поистине вавилонское столпотворение типов: городские безумцы и алкаши, русские дворяне, ссыльные и отбывшие срок зэки, «белые колонизаторы» и «охотники за гашишем»...


Normaal gesproken spelen de romans van Rubina zich af in twee steden: Moskou en Jeruzalem. In deze roman heeft zij ervoor gekozen een andere stad, Tasjkent, en de bewoners van die stad te beschrijven. Tasjkent is de stad waar Rubina zelf opgroeide. Het boek beslaat ruwweg de periode van de Tweede Wereldoorlog tot onze tijd.

De vorm die Rubina heeft gekozen, sprak me erg aan. Deze roman bevat uit twee verhaallijnen. De ene verhaallijn behandelt het verzonnen personage Vera, de dochter van twee criminelen, die opgroeit bij haar moeder Katya, die haar volledig verwaarloost en soms zo maar maandenlang 'verdwijnt'. Zij wordt in de praktijk opgevoed door 'oom Misja', een alcoholist die na het uitzitten van zijn straf in Tasjkent is gebleven. De andere verhaallijn gebruikt Rubina om haar eigen herinneringen aan Tasjkent en de herinneringen van personen uit haar jeugd aan die stad te beschrijven.

Rubina knoopt deze twee verhaallijnen als het ware aan elkaar, door het te doen voorkomen dat zij Vera zelf in haar jeugd en later in haar volwassen leven tegenkomt. Dat zorgt voor een bijzondere mix van fictie en non-fictie en geeft Rubina de mogelijkheid om op een andere manier dan via een alwetende verteller te oordelen over het karakter en leven van haar hoofdpersoon.

Naast Vera is er nóg een belangrijke hoofdpersoon in deze roman: de stad Tasjkent. Omdat de stad op 25 april 1966 getroffen werd door een zware aardbeving, beschrijft Rubina een grotendeels verdwenen wereld. Het Tasjkent van direct na de Tweede Wereldoorlog werd door een bonte mix mensen bevolkt: Oezbeken en andere Aziaten, Joden, Russen, criminelen, mensen die naar Oezbekistan verbannen of tijdens de Tweede Wereldoorlog vanuit het Europese Rusland naar Tasjkent geëvacueerd waren en mensen die na het uitzitten van hun straf zijn blijven hangen. Daarmee was de stad binnen de Sovjet-Unie bijzonder, vooral ook omdat er een tamelijk vrije atmosfeer in de stad heerste.

Na de aardbeving is de stad opnieuw opgebouwd, natuurlijk in Sovjetstijl. Het karakter van de stad veranderde daarmee voorgoed, al was het alleen al omdat er grote flats werden gebouwd en brede wegen en enorme pleinen werden aangelegd. Na solnechnoy storone ulicy kun je daarom zien als een poging die verdwenen stad opnieuw op te bouwen, op papier. Dat doet Rubina op zo’n manier dat je zelf het gevoel krijgt dat je in de verzengende hitte of bittere kou door de smalle straatjes en over binnenplaatsen zwerft. Een heel indrukwekkend boek!

Дина Рубина | Белая голубка Кордовы
Дина Рубина | Синдикат
Дина Рубина | Почерк Леонардо

Dina Rubina (Russisch)
Dina Rubina op Wikipedia (Engels)

flickr

zondag 12 september 2010

Sana Valiulina | Honderd jaar gezelligheid

Sana Valiulina - Honderd jaar gezelligheid. Amsterdam, Prometheus, 2010, 288 pagina's.

Roland Warmer wil niet advocaat, consultant, academicus of kunstenaar worden. Het is 'stormentijd', tijd voor echte helden van eigen bodem. Tot ontsteltenis van zijn ouders wordt Roland ambtenaar bij de reinigingsdienst in de buurt met de verkeerde postcode. Om de vuilnishopen op te ruimen waarin zijn land dreigt te verzuipen. Want iemand moet het toch opnemen tegen Mammon en de mindere goden die door zijn landgenoten worden aanbeden. Maar kun je een held worden en de wereld redden zonder eerst zelf een daad te verrichten?
Dan komt de nacht op de Koningsgracht en gaat de politie op zoek naar de vierde man.
In deze antiglamour-, antiantiheld-, antiburgerlijke én misdaad-zonder-strafroman probeert de Nederlands-Russisch-Ests-Tataarse schrijfster Sana Valiulina de tijdgeest te vangen die haar tweede vaderland in zijn greep houdt, onderzoekt ze hoe droom en daad zich tot elkaar verhouden. Hoe gezellig is het om jong te zijn in een land waar gezelligheid een nationale obsessie is geworden?

Na haar epische roman Didar en Faroek (shortlist Libris Literatuurprijs 2007) over de Tweede Wereldoorlog en de Grote Terreur in Rusland, was Nederland aan de beurt, vond Sana Valiulina.


Van Valiulina las ik eerder al twee boeken: Het kruis en Didar en Faroek. Beide boeken spelen in de voormalige Sovjet-Unie, waar de schrijfster is geboren en opgegroeid. Toen ik in recensies las dat Valiulina in Honderd jaar gezelligheid de Nederlandse samenleving een spiegel zou voorhouden, maakte me dat benieuwd: hoe zou een Oost-Europese naar onze samenleving kijken?

Omdat er al een groot verschil zat tussen de epische roman Didar en Faroek en de, zoals ik ergens las, hitsige roman Het kruis, wist ik niet goed wat ik moest verwachten. Ook nu ik de roman gelezen heb, vind ik het moeilijk te zeggen wat ik er nu eigenlijk van vind.

De kritiek op de Nederlandse samenleving is me op zich wel duidelijk: de ouders van de hoofdpersoon, Roland, zijn alleen met hun eigen genotjes en zelfontwikkeling bezig, en met het idee wat de buren wel niet zullen denken. In dat kader is het belangrijk dat zoon Ronald een 'normaal' leven leidt. Groot is dan ook de schok als deze ervoor kiest niet te gaan studeren na het gymnasium. Hij gaat als vuilnisman aan de slag in de Bijlmer. Door dit werk kan Valiulina ook de laatste regionen van de Nederlandse samenleving beschrijven: Ronalds collega's bij de reinigingsdienst of een zwerfster die zij daar regelmatig tegenkomen.

Er ontspint zich vervolgens een merkwaardig verhaal, waarbij Valiulina eerst vooral focust op de rafelrand van de stad Amsterdam, de Bijlmer, en de mensen die er wonen beschrijft. Ongeveer op de helft van het boek raakt Ronald ineens in het centrum van de stad betrokken bij de moord op een Poolse timmerman. Hij is ervan overtuigd dat hij de fatale zet heeft gegeven, terwijl dit niet het geval is, en dat hij boete doen voor deze daad. Hij ontfermt zich daarbij over de zwerfster uit de Bijlmer, die een bekende van de vermoorde Pool blijkt te zijn.

Het is een ongemakkelijk boek geworden, want zowel de Amsterdamse elite als de allerarmste, meest kansloze Amsterdammers komen er niet genadig vanaf. Wel vraag ik me af of het nu de beste manier is om deze kritiek in romanvorm te spuien. Ik ben ervan overtuigd dat deze kritiek in een essay beter tot haar recht zou zijn gekomen. Nu heb me toch vooral verwonderd over de wendingen die het verhaal nam.

Hoofdpersoon Ronald heeft van meet af aan al last van psychische problemen. Hij gaat daarmee niet naar de psycholoog, maar laat zich door zijn waanbeelden leiden. Dat maakt hem geen sympathiek hoofdpersoon. Een personage hoeft natuurlijk ook niet sympathiek te zijn, maar toch, als het verhaal al niet zo voor de hand ligt, zou het wel helpen als de hoofdpersoon wat 'gezelliger' zou zijn. In die zin doet deze roman wel aan Misdaad en straf van Dostojevskij denken. Daarin wordt immers ook een moord gepleegd, waarna de hoofdpersoon daarover wroeging vertoont. Ook in Misdaad en straf is sprake van een soort koortsachtig nadenken en redeneren door de hoofdpersoon.

Honderd jaar gezelligheid vond ik zeker niet zo goed als Didar en Faroek. Toch heeft dit verhaal zich wel in mijn hoofd vastgezet en moest ik het hoe dan ook uitlezen, benieuwd als ik was naar hoe het met Ronald zou aflopen. Waar dat nu door komt, kan ik ondanks flink piekeren niet zeggen.

Wel weet ik zeker dat ik het fijn zou vinden als Valiulina zich bij een volgende roman niet opnieuw zou proberen uit te vinden, en dat zij terugkeert naar de stijl van Didar en Faroek.

flickr

zondag 25 juli 2010

Joseph O'Neill | Netherland

Joseph O'Neill - Netherland. London, Harper Perennial, 2009 (5), 340 pagina's. 2008 (1).

What do you do when your wife takes your child and leaves you alone in a city of ghosts?

Hans van den Broek chooses cricket. Alone in a terrorized city, struggling to understand the disappearance from his life of people, places and feelings, he seeks refuge in the game of his childhood. But New York cricket is a long way from the tranquil sport he grew up with. It's a rough, almost secret game, played in scrubby, marginal urban parks, by people the city doesn't see - people like Chuck Ramkissoon. Years later, when a body is pulled out of a New York canal, hands tied behind its back, Hans is forced to remember his unusual friendship with Chuck - dreamer, visionary, and perhaps something darker...


Deze roman speelt in New York, in de maanden direct na de aanslagen op het World Trade Center in New York. Een voor de stad en zijn inwoners angstige tijd, omdat de omvang van de aanslagen niet te bevatten is en omdat men in angst voor meer aanslagen leeft. Parallel aan deze onzekerheid is er de onzekerheid in het persoonlijk leven van het hoofdpersonage van deze roman, Hans van den Broek.

Nee, het is niet de voormalige minister van Buitenlandse Zaken, maar het is wel een Nederlander, die zijn vrouw naar New York is gevolgd. Zijn vrouw wil daar na de aanslagen het liefst weg, terug naar het rustige Londen, waar het voor hun zoontje veiliger zou zijn. Het is niet de bedoeling dat Hans meegaat, omdat ook het huwelijk overdacht moet worden in dat verre Londen.

Alleen achtergebleven in New York valt Hans ten prooi aan onzekerheid over zijn toekomst. Moet hij in New York blijven of zijn gezin achterna reizen? Hebben zijn vrouw en hij nog wel een toekomst samen? Twee dingen zorgen dat hij niet helemaal kopje onder gaat: zijn oude liefde, het cricket, en een toevallige ontmoeting met een succesvolle immigrant, Chuck Ramkissoon.

Hiermee zijn alle ingrediënten gepasseerd die deze roman bepalen: de angst en onzekerheid in de stad New York in de maanden na 9/11, het leven van succesvolle en minder succevolle immigranten in die stad, vriendschap, liefde en sport. O’Neill mixt de ingrediënten tot een smakelijk geheel, vlot geschreven en heel onderhoudend, met zelfs een spannend plot - want wat is er met Chuck gebeurd? Als ik niet zo druk was geweest in de week waarin ik dit boek las, zou ik ‘m het liefst in één dag uit hebben gelezen. Een aanrader.

Joseph O'Neill op Wikipedia (Engels)

flickr

zaterdag 26 juni 2010

Chimamanda Ngozi Adichie | Purple Hibiscus

Chimamanda Ngozi Adichie - Purple Hibiscus. London, Harper Perennial, 2005, 307 pagina's. 2003 (1).

Fifteen-year-old Kambili lives in fear of her father, a charismatic yet violent Catholic patriarch who, although generous and well-respected in the community, is repressive and fanatically religious at home. Escape and the discovery of a new, liberated way of life come when Nigeria is shaken by a military coup, forcing Kambili and her brother to live at their aunt's home, a noisy place full of laughter. The visit will lift the silence from her world and, in time, unlock a terrible, bruising secret at the heart of her family life.

An extraordinary debut, Purple Hibiscus is a novel about the blurred lines between the old gods and the new, childhood and adulthood, love and hatred - the grey spaces in which truths are revealed and true living is begun.


Na De vlindermaand heb ik mij weer aan een roman over Afrika gewaagd. Adichie is in Nigeria geboren en opgegroeid, maar heeft in de Verenigde Staten gestudeerd. Zij schrijft weliswaar in het Engels, maar deze roman is doorspekt met worden uit het Igbo.

Purple Hibiscus heeft diepe indruk op mij gemaakt. Als eerste is daar het onderwerp. Een vader, een devote Rooms-Katholiek, is voor de kerkelijke gemeenschap en zijn stamverband de grote weldoener, zoals dat van een man met zijn rijkdom en status verwacht wordt. Binnenshuis laat hij een ander gezicht zien. Van zijn gezin verwacht hij even grote devotie. Zijn kinderen moeten op school de besten van de klas zijn, omdat zij anders hun gift van God verkwisten. Hij zet zijn religieuze argumenten regelmatig kracht bij met geweld.

Het ligt voor de hand om te verwachten dat Adichie er alles aan doet om je als lezer te vervullen van afkeer van deze wrede vader. Toch is dat niet zo. Vanuit het perspectief van zijn dochter Kambili horen we niet alleen wat hij zijn gezin aandoet en hoe hij zich van zijn overige familie heeft afgekeerd omdat zij of nog heiden zijn (Kambili’s grootvader) of omdat zij niet strikt genoeg leven (Kambili’s tante). Kambili voelt zich weliswaar volledig afhankelijk van haar vader, maar spreekt toch ook met liefde over hem.

Deze roman behandelt naast de verhoudingen binnen het gezin vooral de tegenstellingen tussen het oorspronkelijke geloof van de Igbo’s en het Rooms-Katholieke geloof en het verlangen trouw te blijven aan de eigen cultuur of op te gaan in de door de kolonisator opgelegde Europese cultuur. Adichie laat verschillende manieren zien waarop je deze ogenschijnlijk tegengestelde zaken kunt combineren - of juist volledig gescheiden kunt houden.

Verder wordt de kloof tussen arm en rijk en de werking van de stamverbanden in het moderne Nigeria uitgelegd. Een militaire coup en de gevolgen daarvan voor de vrijheid van meningsuiting en de persoonlijke veiligheid van diverse personages worden tevens belicht.

Een laatste belangrijke verhaallijn is het groeiproces dat Kambili doormaakt. Aan het begin van de roman is zij een uiterst bang meisje, dat niet uit zichzelf spreekt en helemaal niet lacht. Dankzij haar doortastende tante, die niet bang is voor Kambili’s vader, en Father Amadi, een jonge Igbo priester, verandert zij langzaam in een jonge vrouw met meer vertrouwen in zichzelf, en de liefde.

Waar ik over De vlindermaand schreef dat de schrijfster van dat boek te veel verhaallijnen in één roman heeft willen beschrijven, kan ik Adichie dit verwijt niet maken. Hier klopt het allemaal wel en lopen de verhaallijnen als op een natuurlijke manier in elkaar over. Adichie beschrijft haar personages zo natuurlijk en vol mededogen, dat het lijkt alsof je om een hoekje van de deur meekijkt met wat er gebeurd. Die levensechtheid van de personages, de constructie van de roman en de dosering van de uitleg van wat er nu eigenlijk aan de hand is hebben ervoor gezorgd dat ik dit boek met een nare knoop in de maag las én dat ik het tegelijkertijd niet weg kon leggen. Een aanrader!

Chimamanda Ngozi Adichie | Half of a Yellow Sun

Chimamanda Ngozi Adichie op Wikipedia (Engels)

flickr

dinsdag 22 juni 2010

Lara Vapnyar | Broccoli and Other Tales of Food and Love

Lara Vapnyar - Broccoli and Other Tales of Food and Love. New York, Pantheon Books, 2008, 148 pagina's.

In a triumphant return to the short story, the form in which she made her extraordinary debut with There Are Yews in My House, Lara Vapnyar gives us a delightful new collection in which food and love intersect, along with their overlapping pleasures, frustrations, and deep associations in the lives of her unforgettable characters.
From "Broccoli" to "Borscht" to "Puffed Rice and Meatballs", each of these stories invites us into the uniquely captivating private worlds of Vapnyar's Eastern European émigrés. There's Nina, a recent arrival from Russia, for whom the colorful abundance of the vegetable markets in New York represents her own fresh hopes and dreams... Luda and Milena, who battle over a widower in their English class with competing recipes for cheese puffs, spinach pies, and meatballs... Sergey, who finds more comfort in the borscht made by a paid female companion than in her sexual ministrations. Each of the women and men who inhabits these witty, tender, and beautifully observed stories needs and longs for the taste and smell of home, wherever-and with whomever-that may turn out to be.
Russian in its wit and in many of its rich details but American in its insistence on the quest for personal happiness, however provisional and however high the cost, Broccoli and Other Tales of Food and Love masterfully illuminates a very particular facet of desire with entirely charming results.


Vapnyars Broccoli and Other Tales of Food and Love bevat zes korte verhalen, die net als in haar eerder verschenen verhalenbundel en roman handelen over Oost-Europese immigranten in het land van belofte, de Verenigde Staten. Vapnyar schrijft weer over heimwee naar dat wat je hebt achtergelaten en de de moeite die het wennen aan het nieuwe leven kost en de onzekerheid die dit proces oproept.

Toch zijn de verhalen in deze bundel geen herhaling van zetten, want Vapnyar heeft voor een andere benadering gekozen. De zes verhalen hebben weliswaar verschillende personages, maar zij hebben één constante: eten. Dat is dan zowel het vertrouwde eten van thuis als de verschillende keukens die de Amerikaanse melting pot nog meer biedt.

De zes verhalen zijn stuk voor stuk meer dan de moeite waard. Borscht is bijvoorbeeld interessant vanwege de manier waarop Vapnyar het verlangen van de hoofdpersoon, Sergey, naar Rusland beschrijft en hoe hij de troost die hij zoekt bij een Russische hoer uiteindelijk pas vindt als zij hem een bord soep met een glaasje wodka serveert.

Luda and Milena springt er eveneens uit, om de manier waarop Vapnyar hier de strijd tussen twee Russische vrouwen op leeftijd beschrijft, die beiden naar de liefde van een man dingen door middel van door hen gekookte gerechten. Het einde van het verhaal is gitzwart, maar geniaal.

Ontroerend is Ružena, de Tsjechische hoofdpersoon van Slicing Sautéed Spinach omdat we haar zien veranderen van een onzekere immigrante die niet zelf een gerecht durft te bestellen in een restaurant omdat ze van slag raakt van de beschrijving van de gerecht op de menukaart tot een zelfverzekerde vrouw, die het heft in eigen handen neemt.

De bundel wordt afgesloten met recepten van een aantal gerechten die in de verhalen voorkomen. Eén daarvan is de Salat Olivier, een onmisbaar onderdeel van ieder Russisch feestmaal. Deze bundel smaakt naar meer!

Lara Vapnyar | Memoirs of a Muse
Lara Vapnyar | Er zitten joden in mijn huis

Lara Vapnyar op Wikipedia (Engels)

flickr

maandag 21 juni 2010

Ariëlla Kornmehl | De vlindermaand

Ariëlla Kornmehl - De vlindermaand. Amsterdam, Cossee, 2005, 187 pagina's.

Direct na het afronden van haar studie geneeskunde vertrekt Joni uit Nederland naar Zuid-Afrika, om zich daar als arts nuttig te maken. Weg van de familie, weg van haar zelfzuchtige ouders, weg van haar vriend, die er voor haar gevoel veel te weloverwogen mee om gaat dat ze samen nooit kinderen zullen krijgen. In de Afrikaanse provincie neemt ze zich voor niet langer woedend over 'thuis' te zijn. Haar leven heeft ze zodanig ingericht, met een nauwkeurig opgebouwd kader van plichten en gewoontes, dat ze goed kan functioneren en de wereld op afstand kan houden. Haar erotische avonturen zijn opwindend voor het moment, maar eigenlijk laat ze niemand toe.
Behalve Zanele, haar huishoudster, die gaandeweg een ongebruikelijke, intieme vriendschap met Joni opbouwt. Wat pas echt goed tot Joni doordringt, als het zorgvuldig opgebouwde evenwicht van haar leven dreigt te verdwijnen.


De afgelopen weken staan de media bol staan van de berichten over het WK Voetbal. Deze roman over een vrouw die naar Zuid-Afrika vertrekt om daar als arts te werken stond al enige tijd op mijn 'plankje bibliotheekboeken'. Nu dat voetbal zo overheerst was er reden te meer eindelijk eens deze korte roman te lezen, in de hoop iets te weten te komen over het dagelijkse leven in dat land.

Vlindermaand draait om de verhouding tussen Joni, de Nederlandse arts, en haar zwarte huishoudster, Zanele. Verwacht hier niet een roman als Van Niekerks meesterwerk Agaat. In Agaat staat ook de verhouding tussen een blanke (maar Afrikaanse) vrouw en haar zwarte huishoudster centraal. In Vlindermaand wordt echter keer op keer benadrukt dat de blanke vrouw een vreemde is op het terrein waarop zij zich beweegt. Zij bekijkt haar huishoudster met een Nederlandse blik, terwijl Agaat doordrenkt is van de door beide vrouwen doorleefde geschiedenis van apartheid.

In Vlindermaand blijkt gaandeweg dat Joni uit Nederland is vertrokken vanwege een persoonlijk drama, dat haar vervreemd heeft van haar familie. De banden waren daarvoor, om voor Joni onduidelijke redenen, toch al niet zo innig. Tegelijkertijd probeert Kornmehl duidelijk te maken dat Joni in Zuid-Afrika vervanging zoekt voor de moeder die zij door dit persoonlijk drama heeft verloren. Ook de kinderen van Zanele mogen zich in Joni’s aandacht koesteren – in seksueel getint verlangen als het om de bijna volwassen nietsnut, de zoon van Zanele gaat en in moederlijk getint verlangen als gaat om de dochter die Joni niet heeft, en die Zanele wel heeft.

Naast deze verlangens behandelt Kornmehls nog Joni’s mislukte relatie in Nederland. Zij is in Zuid-Afrika niet actief op zoek naar een nieuwe Grote Liefde, maar ze fantaseert en droomt wel dat een lieve lust is.

En ja, dat gebeurt dus allemaal in een bestek van 187 pagina’s. Het duizelde me soms van de gebeurtenissen, onthullingen en fantasieën – het leek wel of we voortdurend tussen de verhaallijnen in Zuid-Afrika en Nederland aan het zappen waren. Liever had ik gezien dat Kornmehl zo’n vijftig tot honderd pagina’s meer de tijd had genomen om het allemaal wat rustiger aan te doen. Nu vind ik het boek toch een beetje een gemiste kans. Terwijl ik misschien juist de conclusie zou moeten trekken dat ik oud aan het worden ben…

flickr

zondag 14 maart 2010

Saša Stanišić | Hoe de soldaat de grammofoon repareert

Saša Stanišić - Hoe de soldaat de grammofoon repareert. Amsterdam, Anthos, 2007, 297 pagina's. Oorspronkelijke Duitse titel: Wie der Soldat das Grammofon repariert, vertaald door Annemarie Vlaming. 2006 (Duits, 1).

De oorlog in Joegoslavië door de ogen van een jongen. Hoe de soldaat de grammofoon repareert is een uitbundige, kluchtige en tragikomische debuutroman over een buitengewone jeugd onder buitengewone omstandigheden.


Deze roman nam ik mee uit de bibliotheek omdat 'ie opval door de omslag: op de voorkant staat een foto van een accordeonist op een strand, met twee rennende honden op de achtergrond. De tekst op de achterkant deed de rest.

In Hoe de soldaat de grammofoon repareert zie je door de ogen van een jongen van een jaar of twaalf, dertien de oorlog in Joegoslavië steeds de geboortestad van die jongen steeds dichter naderen. Stanišić beschrijft het leven voor de oorlog op een manier die me sterk doet denken aan de boeken van Danilo Kiš: bloemrijk, wijd uitgesponnen verhalen, overgoten met een flinke lepel Balkansaus.

Bijzonder aan Hoe de soldaat de grammofoon repareert is hoe de schrijver de taal gebruikt om de tegenstelling tussen de jonge Aleksandar en de volwassen Aleksandar, alleen in Essen achtergebleven om daar te studeren, te benadrukken. In de verhalen die vanuit het perspectief van de jongen Aleksandar geschreven zijn, wemelt het van zelfbedachte of verkeerd geschreven woorden. De volwassen Aleksandar maakt gebruik van keurig Nederlands (en ik neem aan van keurig Duits in het origineel). Die kunstgreep werkt wat mij betreft erg goed – het is direct duidelijk met wie van de twee je te maken hebt.

Tot het uitbreken van de oorlog is het boek vooral blij-hilarisch. De scene waarin Tito’s portret ineens bij het begin van het schooljaar van de muur moet worden gehaald is bijvoorbeeld fantastisch. Maar dan wordt het oorlog. De beschrijvingen van de oorlogshandelingen in Višegrad, een voetbalwedstrijd tussen Bosnisch-Servische soldaten en Bosnische moslimsoldaten en de vlucht van Aleksandar en zijn familie naar Duitsland zijn vooral tragikomisch, en hartverscheurend ontroerend.

Het indrukwekkendst vond ik nog wel het einde van de roman, waarin Aleksandar voor het eerst in tien jaar terugkeert naar Višegrad om zijn achtergebleven oma op te zoeken, om daar vast te stellen dat alles anders is geworden. Dat is natuurlijk altijd het onherroepelijke gevolg van weggaan, maar als je moet wegvluchten omdat je plotseling een verkeerde achternaam blijkt te hebben, is het besef van die verandering nog extra moeilijk. Stanišić beschrijft dat gevoel prachtig. Lees dit boek!

Saša Stanišić
Saša Stanišić op Wikipedia (Duits)

flickr

donderdag 18 februari 2010

Herta Müller | Niederungen

Herta Müller - Niederungen. Reinbek bei Hamburg, Rowohlt Taschenbuchverlag, Dezember 1993, 142 pagina's. 1984 (1).

Herta Müller erzählt vom Leben im "schwäbischen" Banat, von einer freudlosen Kindheit in einem Dorf voller Schrecknisse. Und doch ist diese Zertrümmerung des ländischen Familienidylls nicht selten auch höchst komisch. Das Grauenhafte und das Groteske liegen in diesen Erzählungen stets dicht beieinander.


Ik probeer zo min mogelijk te stoppen met het lezen van een boek als het tegenvalt. De afgelopen vier dagen heb ik echter, ook al had ik voldoende tijd om te lezen, geen bladzijde verder gelezen in deze verhalen van de winnares van de Nobelprijs voor Literatuur 2009. Na vijfentwintig bladzijden aanmodderen met natuurbeschrijvingen en familierelaties in het Duits heb ik besloten mezelf niet langer te kwellen met dit in het Duits voor mij totaal ontoegankelijke boek. Misschien moet ik het ooit maar eens in een Nederlanse vertaling proberen.

Herta Müller | Heute wär ich mir lieber nicht begegenet

Herta Müller op Wikipedia

flickr