Olga Grushin - The Concert Ticket. London, Penguin/Viking, 2010, 323 pagina's.
On a November afternoon in an unnamed Russian city Anna, a local teacher, is on her way home from work when she sees a crowd of people lining up at a kiosk on the corner of the street. It is a nondescript shack, like so many others across the city, and yet for many it offers the promise of rare dreams - some wish for new coats for their children or new leather boots, others for flowers or sugary cakes. Then a rumour spreads: a famous exiled composer will be returning to the city for one night to conduct his last symphony and this kiosk might be selling the tickets.
Soon the acquisition of that concert ticket becomes an obsession at the heart of Anna's small family. Her husband, a tuba player who is compelled to play dreary dirges for a state band, longs for a night of musical bliss, and sees the ticket as a way of beginning an illicit affair. Their son thinks if he can get to the concert he will be able to escape with the famous composer the West. And Anna secretly wants the ticket for her husband, in the hope that it will make him love her once again.
The Concert Ticket is a mesmerizing, heartbreaking novel about a family struggling through a time of great repression, and how their secret, profound longing for lives of love and beauty threatens to cut the very tender ties that bind them.
Van Olga Grushin las ik in 2006 The Dream Life of Sukhanov. Van die roman was ik danig onder de indruk. Mijn verwachtingen waren hooggespannen toen ik deze nieuwe roman van Grushin deze zomer kocht. Ik vind The Concert Ticket (in de Verenigde Staten verschenen onder de titel The Line) een meesterwerk, dat door iedereen gelezen moet worden. Ik zal ook uitleggen waarom.
De roman speelt in een niet bij naam genoemde stad in niet bij naam genoemd land. Het verhaal begint rond de 37e verjaardag van The Change, met een scene waarin de moeder van een gezin een rij ontdekt voor een mysterieuze kiosk die er vroeger niet stond. Het is onduidelijk wat er verkocht zal worden, maar er staan toch mensen in de rij, voor de zekerheid.
Als bekend wordt dat er kaartjes verkocht zullen worden voor een concert waarbij een naar het buitenland vertrokken componist, Selinsky, zelf na 37 jaar weer in zijn vaderland een van zijn symfonieën zal dirigeren, zorgt dat voor alle vier leden van het gezin één ding het belangrijkste ter wereld wordt: het bijwonen van dat concert. Er is maar één probleem: het concert zal pas een jaar later op Oudjaarsdag plaatsvinden, je moet iedere dag in de rij staan om je nummer te behouden én je mag maar één kaartje per nummer kopen.
Wat volgt is een schrijnende psychologische roman, waarin Grushin beschrijft hoe de leden van het gezin eerst nader tot elkaar lijken te komen, omdat je nu eenmaal niet van ’s ochtends vroeg tot diep in de nacht in je eentje in de rij kunt staan. Gaandeweg blijkt echter dat het in de rij staan en de onzekerheid over of het kaartje wel gekocht kan worden en of het dan wel juist tijdens de 'dienst' van het betreffende personage gekocht kan worden, een ondermijnend effect op het gezin en hun gezamenlijk leven heeft. Er is wel verbroedering, maar juist met mensen die tegelijkertijd met de verschillende personages in de rij staan en met de eigen familieleden.
Grushin heeft de plaats en tijd waarin de roman zich afspeelt niet precies gedefinieerd. Dat vond ik eerst verwarrend, omdat The Change duidelijk verwijst naar de Russische Revolutie in 1917. 37 jaar later was het 1954 – niet echt een jaar waarin je de dit verhaal kunt plaatsen, zo vlak na de dood van Stalin. De angst onder de bevolking voor verklikkers of het maken van een verkeerde stap op het werk of in het privéleven is er wel, maar toch minder sterk dan ik zou verwachten in dat jaar, waarin de persoonlijkheidscultus rond Stalin nog niet officieel was afgezworen.
Extra verwarrend is het dat het personage Selinsky aan Stravinsky doet denken, terwijl de biografische gegevens van Stravinsky niet overeenkomen met die van het personage Selinsky. Pas na afloop van de roman zelf legt Grushin uit hoe de vork in de steel zit en waarom zij de keuzes heeft gemaakt, die ze heeft gemaakt. Die verwarring is overigens niet storend. Integendeel, het maakte dat ik alerter het verhaal volgde.
Ik heb grote bewondering voor de manier dit eindeloze wachten vanuit de perspectieven van de vier personages beschrijft. De personages komen echt voor je ogen tot leven. Grushin beschrijft de personages zo, dat je de beweegredenen en wanhoop van alle personages begrijpelijk vindt.
Grushin gebruikt de perspectiefwisseling heel slim om het op drift raken van de gezinsleden extra te benadrukken: ze laat één personage bijvoorbeeld bijna verkracht worden, en laat het volgende personage een aantal bladzijden later dan de plek waar het is gebeurd passeren, daarbij het geroep dat in het bewuste park te horen is opmerkend. Tekenend is ook het voortdurend benadrukken dat de gezinsleden elkaar nauwelijks herkennen op straat, en dat de twee jongste generaties zich niet realiseren dat het gemurmel dat ze ’s nachts horen afkomstig is van de (schoon)moeder en oma van het gezin.
Iedereen moet deze roman lezen, omdat het thema universeel is: hoe ver moet je willen gaan om je droom te bereiken? Moet je daarvoor je gezin, werk, gezondheid, toekomst op het spel willen zetten? Wil je de roman liever in het Nederlands lezen, dan kan dat ook. Er is een Nederlandse vertaling verschenen met de titel De wachtenden.
Ogla Grushin (Engels)
Olga Grushin op Wikipedia (Engels)
flickr
Posts tonen met het label 10-12-2010. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 10-12-2010. Alle posts tonen
zaterdag 18 december 2010
vrijdag 10 december 2010
Marente de Moor | De Nederlandse maagd
Marente de Moor - De Nederlandse maagd. Amsterdam/Antwerpen, Querido, 2010, 297 pagina's.
Zomer 1936. Janna, een jonge Nederlandse schermster, wordt door haar vader op de trein gezet om in de leer te gaan bij zijn oude vriend, maître Egon von Bötticher. Egon, een huzaar die gewond en verbitterd is teruggekeerd uit de Eerste Wereldoorlog, slijt zijn dagen op een verlaten landgoed bij Aken. Hier geeft hij les aan twee beeldschone tweelingbroers en organiseert hij bloedige duels voor studenten. Binnen de poorten van deze eigenaardige wereld gaat Janna, geïntrigeerd door haar ontoeschietelijke maître, op zoek naar antwoorden. Wat is er tussen hem en haar vader voorgevallen, en wie moet de rekening vereffenen? Gaandeweg dringt de buitenwereld het leven op het landgoed binnen en komt het tot een dramatische ontknoping.
Ik breek me al een tijdje het hoofd over wat ik nu eigenlijk over dit boek moet zeggen. Ik begon vol goede moed aan deze roman, maar gaandeweg nam mijn leesplezier steeds meer af. Mijn probleem is, dat ik het moeilijk vind concreet onder woorden te brengen wat me nu eigenlijk tegen ging staan in deze roman.
Op zich is het gegeven interessant: een Nederlands meisje van achttien, Janna, dat zich vol overgave op het schermen heeft gestort, wordt door haar vader naar een Duitse oude vriend gestuurd, om van hem nog meer te leren over het schermen. Er was vriendschap tussen de vader en de Duitse maître, ontstaan tijdens de Eerste Wereldoorlog, maar die vriendschap is ernstig bekoeld. Waarom, dat is niet duidelijk. Janna neemt zich voor te achterhalen wat er tussen de twee mannen is voorgevallen, en daarbij raakt ze zelf danig onder de indruk van de maître.
Positief aan deze roman vind ik de taal die De Moor gebruikt. Ze slaat je als lezer om de oren met lang vergeten zelfstandige naamwoorden om bijvoorbeeld het interieur van het landgoed van de maître te beschrijven. Ook al heb je er een woordenboek voor nodig, het leest heerlijk. Er ontstaat een prachtige, ongewone wereld voor je lezende ogen.
Jammer is alleen dat er dan soms ook woorden of zinnen ernstig uit de toon vallen. Het boek bevat verschillende seksscènes, die niet in ranzigheid vervallen. Op één scène na dan, waarin De Moor ineens het woord 'kutje' gebruikt. Het was alsof dat woord met een luidspreker naar mij geroepen werd.
Uit de toon valt ook een opmerking van Von Bötticher, die van aristocratische komaf is, maar volgens De Moor wel het volgende zegt:
Ik zou het u wel willen voorlezen, maar het is te gênant. U bent zijn dochter, ik heb het recht niet om het beeld wat dochters van hun vader schijnen te hebben, aan diggelen te slaan. Ik zal er het zwijgen toe doen.
Dat woord 'wat' heeft in de tweede zin hetzelfde effect op mij als het eerder genoemde woord. In mijn voorstelling zou een aristocraat als Von Bötticher netjes 'het beeld dat dochters van hun vader schijnen te hebben' zeggen.
Een ander bezwaar is, dat er zo enorm veel in deze roman zit: het geheim van Janna’s vader en Von Bötticher dat onthuld moet worden, de verhouding van Janna met haar maître, maar tegelijkertijd ook met de tweeling die net als Janna hun schermkunst verfijnen bij de maître, die evengoed zijn zonen zouden kunnen zijn, de bewondering van Janna voor de Duitse Olympisch kampioen schermen Helene Mayer, de greep die de nazipartij op de Duitse samenleving heeft en de oorlogsdreiging die er in het land hangt. Uiteindelijk is dat enorme aantal verhaallijnen, denk ik, het grootste bezwaar. Je schakelt steeds weer naar een andere verhaallijn en dat maakt de roman nogal fragmentarisch. Ook werd het me al lezende steeds minder duidelijk wat nu eigenlijk de bedoeling was van deze roman.
Mijn teleurstelling achteraf is niet zo groot als na het lezen van De Moors eerste roman De overtreder, maar ik heb toch ook nu weer het gevoel dat het het net niet is.
Marente de Moor | De overtreder
flickr
Zomer 1936. Janna, een jonge Nederlandse schermster, wordt door haar vader op de trein gezet om in de leer te gaan bij zijn oude vriend, maître Egon von Bötticher. Egon, een huzaar die gewond en verbitterd is teruggekeerd uit de Eerste Wereldoorlog, slijt zijn dagen op een verlaten landgoed bij Aken. Hier geeft hij les aan twee beeldschone tweelingbroers en organiseert hij bloedige duels voor studenten. Binnen de poorten van deze eigenaardige wereld gaat Janna, geïntrigeerd door haar ontoeschietelijke maître, op zoek naar antwoorden. Wat is er tussen hem en haar vader voorgevallen, en wie moet de rekening vereffenen? Gaandeweg dringt de buitenwereld het leven op het landgoed binnen en komt het tot een dramatische ontknoping.
Ik breek me al een tijdje het hoofd over wat ik nu eigenlijk over dit boek moet zeggen. Ik begon vol goede moed aan deze roman, maar gaandeweg nam mijn leesplezier steeds meer af. Mijn probleem is, dat ik het moeilijk vind concreet onder woorden te brengen wat me nu eigenlijk tegen ging staan in deze roman.
Op zich is het gegeven interessant: een Nederlands meisje van achttien, Janna, dat zich vol overgave op het schermen heeft gestort, wordt door haar vader naar een Duitse oude vriend gestuurd, om van hem nog meer te leren over het schermen. Er was vriendschap tussen de vader en de Duitse maître, ontstaan tijdens de Eerste Wereldoorlog, maar die vriendschap is ernstig bekoeld. Waarom, dat is niet duidelijk. Janna neemt zich voor te achterhalen wat er tussen de twee mannen is voorgevallen, en daarbij raakt ze zelf danig onder de indruk van de maître.
Positief aan deze roman vind ik de taal die De Moor gebruikt. Ze slaat je als lezer om de oren met lang vergeten zelfstandige naamwoorden om bijvoorbeeld het interieur van het landgoed van de maître te beschrijven. Ook al heb je er een woordenboek voor nodig, het leest heerlijk. Er ontstaat een prachtige, ongewone wereld voor je lezende ogen.
Jammer is alleen dat er dan soms ook woorden of zinnen ernstig uit de toon vallen. Het boek bevat verschillende seksscènes, die niet in ranzigheid vervallen. Op één scène na dan, waarin De Moor ineens het woord 'kutje' gebruikt. Het was alsof dat woord met een luidspreker naar mij geroepen werd.
Uit de toon valt ook een opmerking van Von Bötticher, die van aristocratische komaf is, maar volgens De Moor wel het volgende zegt:
Ik zou het u wel willen voorlezen, maar het is te gênant. U bent zijn dochter, ik heb het recht niet om het beeld wat dochters van hun vader schijnen te hebben, aan diggelen te slaan. Ik zal er het zwijgen toe doen.
Dat woord 'wat' heeft in de tweede zin hetzelfde effect op mij als het eerder genoemde woord. In mijn voorstelling zou een aristocraat als Von Bötticher netjes 'het beeld dat dochters van hun vader schijnen te hebben' zeggen.
Een ander bezwaar is, dat er zo enorm veel in deze roman zit: het geheim van Janna’s vader en Von Bötticher dat onthuld moet worden, de verhouding van Janna met haar maître, maar tegelijkertijd ook met de tweeling die net als Janna hun schermkunst verfijnen bij de maître, die evengoed zijn zonen zouden kunnen zijn, de bewondering van Janna voor de Duitse Olympisch kampioen schermen Helene Mayer, de greep die de nazipartij op de Duitse samenleving heeft en de oorlogsdreiging die er in het land hangt. Uiteindelijk is dat enorme aantal verhaallijnen, denk ik, het grootste bezwaar. Je schakelt steeds weer naar een andere verhaallijn en dat maakt de roman nogal fragmentarisch. Ook werd het me al lezende steeds minder duidelijk wat nu eigenlijk de bedoeling was van deze roman.
Mijn teleurstelling achteraf is niet zo groot als na het lezen van De Moors eerste roman De overtreder, maar ik heb toch ook nu weer het gevoel dat het het net niet is.
Marente de Moor | De overtreder
flickr
Labels:
04-12-2010,
10-12-2010,
De Nederlandse maagd,
fictie,
Marente de Moor,
Nederland,
Nederlands,
roman
Abonneren op:
Posts (Atom)
