Jelle Brandt Corstius - Van Moskou tot Medan. Amsterdam, Prometheus, 2010, 116 pagina's.
Jelle Brandt Corstius vertrok in het voorjaar van 2005 op de bonnefooi naar Moskou om correspondent voor het dagblad Trouw te worden. Het werd een groot succes. Hij ontpopte zich niet alleen als een voortreffelijk journalist, maar ook als een publiekslieveling, die met zijn televisieseries over Rusland een miljoenenpubliek aan zich bond.
Sinds dit voorjaar is hij terug in Amsterdam, maar niet permanent. Hij reist sindsdien de wereld rond, op zoek naar de beste verhalen: van Rusland tot Indonesië, en van Ethiopië tot de pier van Scheveningen.
In Trouw deed hij wekelijks verslag van zijn omzwervingen. Van Moskou tot Medan is de gebundelde weergave van zijn reizende bestaan. In het boek komen de dagelijkse beslommeringen van een reiziger in den vreemde aan bod. Zoals daar zijn: elleboogvechten met passagiers in een vliegtuig, rondrijden in een Russische auto uit 1984, en wedden op een Balinees hanengevecht.
Jelle Brandt Corstius (1978) publiceerde eerder de boeken Rusland voor beginners en Kleine landjes. Na het enorme succes van zijn televisieseries Van Moskou tot Magadan en Van Moskou tot Moermansk, waarmee hij wekelijks een miljoen kijkers trok, presenteert hij deze zomer het VPRO-programma Zomergasten.
In 2008 las ik van Brand Corstius Rusland voor gevorderden. Dat boek stelde me teleur, omdat het in wezen niet veel verschilde van andere boeken van Nederlandse correspondenten in Rusland én omdat het niets werd tussen Brandt Corstius' toon en mij. Ik heb dan ook lang getwijfeld of ik deze bundel columns uit Trouw zou kopen voor mijn verzameling 'Boeken over Rusland, de voormalige Sovjet-Unie en het Oostblok'.
Nu ik het boekje gelezen heb, blijkt dat het deze keer wel klikte. Ik heb hardop gelachen bij het lezen, en dat terwijl ik met flinke hoofdpijn op de bank lag na te zieken toen ik het boek las. Misschien is het sarcasme en de zelfspot waarmee Brandt Corstius schrijft gewoon beter te behappen als het in stukjes van anderhalve pagina wordt gedoseerd.
De column met de titel Jelle – geeft antwoord is me het meest bijgebleven. Daarin spreekt hij over de vele mensen, vooral Russen in Nederland, die hem hebben gevraagd waarom hij steeds maar zo negatief schrijft over Rusland. Hij zegt daarover:
Ik zat daar niet als reclamemaker of reiziger, maar als journalist. In de journalistiek ben je op zoek naar zaken die ertoe doen en naar veranderingen. Vaak zijn de dingen waar journalisten in geïnteresseerd zijn, niet prettig. […]. [bladzijde 45/46]
Hij sluit de column af met een stukje waarmee hij mijn hart heeft gewonnen:
Sommige klagers ondertekenden hun brief met 'Patriot'. Maar de echte patriotten zijn de mannen en vrouwen die in mijn serie en in de stukjes voor Trouw zo dapper zijn geweest om eerlijk te vertellen hoe het is. Een tachtigjarige op een demonstratie. Een vrouw die vertelt over een journalist die ernstig in elkaar werd geslagen omdat hij schreef over illegale boomkap door de lokale regering. Een moeder wier zoon zich had opgehangen omdat hij de ontgroeningen in het leger niet meer aankon. Dit zijn de mensen die begrijpen dat je problemen niet moet wegstoppen, maar juist naar buiten moet brengen. Dit zijn de mensen die iets willen veranderen. [bladzijde 46]
De politieke ontwikkelingen van het afgelopen halfjaar in Rusland hebben eens te meer duidelijk gemaakt hoe belangrijk het is dat aan dappere mensen de mogelijkheid wordt geboden om hun stem te laten horen, in het groot of in het klein. Daarom is het goed dat Brandt Corstius zo aan het einde van zijn correspondentschap heeft uitgelegd waarom hij niet zitten op een roze wolk heeft geschreven over Rusland.
Jelle Brandt Corstius | Rusland voor gevorderden
Jelle Brand Corstius
flickr
Posts tonen met het label columns. Alle posts tonen
Posts tonen met het label columns. Alle posts tonen
vrijdag 6 april 2012
zaterdag 10 maart 2012
Robert Giebels | Onze excuses voor het ongemak
Robert Giebels - Onze excuses voor het ongemak: Adembenemende avonturen van een treinforens. Amsterdam, Balans, 2011, 172 pagina's.
Elke ochtend nemen minstens een half miljoen mensen de trein naar hun werk. En 's avonds gaan ze weer terug. Dat forenzen vormt een substantieel deel van hun leven. Maar in het koninkrijk van de treinforens gaat het niet altijd helemaal goed. En soms gaat het zelfs helemaal fout.
Volkskrant-journalist Robert Giebels, treinforens, schrijft even hilarisch als waarheidsgetrouw over de uitdagingen waar hij en zijn soortgenoten voor staan. Al jaren lang zit hij elke dag een uur of vier in de trein. Kwaad maakt hij zich allang niet meer. Wel vrolijk. Over kleine vertragingen die ontaarden in onbeheersbare calamiteiten. Over treinen die wegrijden zodra er horden forensen op af komen. Over de onnavolgbare treininformatie die van redelijke reizigers radeloze gokkers maakt. En over het harde werken dat reizen met de NS eigenlijk is.
Ik forens met de trein, maar ik klaag niet. Met deze zin opent deze bundel. In het laatste hoofdstuk meldt Giebels dat er vooral toch ook heel veel goed gaat bij NS. De bundel begint dus met een vrolijke noot begint en eindigt met een bemoedigende vaststelling. Daartussen volgen allerlei beschrijvingen van calamiteiten die zich de afgelopen jaren op het spoor hebben voorgedaan, zoals een omvangrijke stremming bij station Den Bosch, omdat er een bom in een trein zou zijn achtergelaten. Giebels beschrijft de gevolgen van dit soort calamiteiten voor zijn dagelijkse reizen tussen Breda en Amsterdam.
Zoals in de eerste zin wordt aangekondigd, klaagt de forens in kwestie niet. Integendeel, hij benadrukt in zijn columns dat de doorgewinterde forens niet meer klaagt, maar er juist het beste van probeert te maken. In zijn optiek zijn de ergste klagers juist de onervaren reizigers. In een top tien van do's en don'ts staat dan ook dat je je waardig moet gedragen. Ook vind je in deze bundel instructies voor het verkrijgen van de beste zitplaats, en een trei-netiquette. Op nummer 1 van wat je niet moet doen, is instappen in de eerste klas om door te lopen naar de tweede klas, zodat je eerder in de tweede klas binnen bent dan de mensen die buiten voor de tweede klas in de rij staan.
De stukjes van Giebels zijn zeer leesbaar, vaak zelfs grappig. Voor degenen die zelf veel met de trein reizen zal deze bundel een feest der herkenning zijn. En ik ben vooral blij dat ik op de fiets naar mijn werk kan gaan!
Elke ochtend nemen minstens een half miljoen mensen de trein naar hun werk. En 's avonds gaan ze weer terug. Dat forenzen vormt een substantieel deel van hun leven. Maar in het koninkrijk van de treinforens gaat het niet altijd helemaal goed. En soms gaat het zelfs helemaal fout.
Volkskrant-journalist Robert Giebels, treinforens, schrijft even hilarisch als waarheidsgetrouw over de uitdagingen waar hij en zijn soortgenoten voor staan. Al jaren lang zit hij elke dag een uur of vier in de trein. Kwaad maakt hij zich allang niet meer. Wel vrolijk. Over kleine vertragingen die ontaarden in onbeheersbare calamiteiten. Over treinen die wegrijden zodra er horden forensen op af komen. Over de onnavolgbare treininformatie die van redelijke reizigers radeloze gokkers maakt. En over het harde werken dat reizen met de NS eigenlijk is.
Ik forens met de trein, maar ik klaag niet. Met deze zin opent deze bundel. In het laatste hoofdstuk meldt Giebels dat er vooral toch ook heel veel goed gaat bij NS. De bundel begint dus met een vrolijke noot begint en eindigt met een bemoedigende vaststelling. Daartussen volgen allerlei beschrijvingen van calamiteiten die zich de afgelopen jaren op het spoor hebben voorgedaan, zoals een omvangrijke stremming bij station Den Bosch, omdat er een bom in een trein zou zijn achtergelaten. Giebels beschrijft de gevolgen van dit soort calamiteiten voor zijn dagelijkse reizen tussen Breda en Amsterdam.
Zoals in de eerste zin wordt aangekondigd, klaagt de forens in kwestie niet. Integendeel, hij benadrukt in zijn columns dat de doorgewinterde forens niet meer klaagt, maar er juist het beste van probeert te maken. In zijn optiek zijn de ergste klagers juist de onervaren reizigers. In een top tien van do's en don'ts staat dan ook dat je je waardig moet gedragen. Ook vind je in deze bundel instructies voor het verkrijgen van de beste zitplaats, en een trei-netiquette. Op nummer 1 van wat je niet moet doen, is instappen in de eerste klas om door te lopen naar de tweede klas, zodat je eerder in de tweede klas binnen bent dan de mensen die buiten voor de tweede klas in de rij staan.
De stukjes van Giebels zijn zeer leesbaar, vaak zelfs grappig. Voor degenen die zelf veel met de trein reizen zal deze bundel een feest der herkenning zijn. En ik ben vooral blij dat ik op de fiets naar mijn werk kan gaan!
donderdag 22 december 2011
Martin Bril | Het evenwicht
Martin Bril - Het evenwicht: Ineens kanker. Amsterdam, Prometheus, 2011, 321 pagina's.
In de zomer van 2008 hoorde Martin Bril dat hij kanker had. Het weerhield hem er niet van door te gaan met schrijven en met het maken van zijn boeken. Nederland leefde mee met Bril, die af en toe verslag deed van zijn toestand. Soms indringend of ernstig. Soms melancholiek. Vaker met humor. maar altijd vol met zijn meesterlijke observaties van de mensen en dingen die op zijn pad bleven komen, ook in het ziekenhuis of tijdens het lezen van een bijsluiter.
Bril ging de ziekte te lijf zoals een schrijver dat doet: met zijn pen. Hij schreef brieven, verslagen, gedichten en e-mails aan vrienden, bekenden, artsen en soms aan zichzelf.
Het evenwicht is Brils unieke, hoogstpersoonlijke verslag van zijn ziekte. Maar het is veel meer dan dat. Uit de enorme hoeveelheid materiaal maakte zijn vrouw Anneke een prachtige selectie, afgewisseld met de schitterende columns die Bril tijdens zijn ziekte voor de Volkskrant bleef schrijven. Het evenwicht is het ultieme bewijs van Martin Brils schrijverschap. Het is een literair document van grote waarde.
Martin Bril overleed 22 april 2009. Hij was de grootste en populairste columnist van zijn generatie. Honderdduizenden lezers begonnen jarenlang hun dag met de Volkskrant-column van Martin Bril.
Sinds Martin Bril in 2001 van Het Parool naar de Volkskrant overstapte, heb ik zijn columns praktisch iedere dag gelezen, altijd met veel plezier. Vlak na die overstap kreeg Bril voor het eerst kanker. Hij keerde, gelukkig, na een aantal maanden terug op 'zijn' plek: rechts op de eerste pagina van het tweede katern. Het evenwicht beschrijft de terugkeer van de kanker, op een andere plek en in een vorm die uiteindelijk niet te overwinnen bleek.
Uit de columns die in de Volkskrant verschenen was natuurlijk al een beeld ontstaan van hoe Bril het gevecht met deze ziekte steeds meer verloor. Ik vond het erg aangrijpend om deze bekende columns nu zo achter elkaar gerangschikt te lezen. Om te zien hoe de hoop wordt afgewisseld met moedeloosheid, om dan toch weer om te slaan in optimisme.
Het evenwicht is samengesteld onder redactie van mevrouw Bril, zoals Bril zijn vrouw in zijn columns noemde. Zij heeft niet alleen columns opgenomen, maar ook een aantal e-mails die Bril schreef aan zijn contacten bij de Volkskrant, zijn artsen en vrienden.
Ik begrijp waarom mevrouw Bril dit heeft gedaan: zij wil de mens Bril en zijn worsteling met de ziekte een plaats in dit boek geven. Het voelt echter vreemd om deze soms wel heel erg persoonlijke e-mails te lezen. Bril gaf zichzelf immers niet volledig bloot in zijn columns, en dat dit nu door middel van deze e-mails alsnog gebeurt, na zijn dood, geeft je het gevoel alsof je ongevraagd meeleest over de schouder van de schrijver, terwijl hij zijn e-mails tikt. Ik vraag me af of dit voor Brils overlijden zo is afgesproken door mijnheer en mevrouw Bril.
Toch vind ik Het evenwicht een mooi monument voor de schrijver en de mens Bril. Het evenwicht stemt niet vrolijk, maar als je van Brils columns hebt genoten, is dit boek zeker interessant. ’t Is geen 'lichte lectuur' voor op het strand, maar het is zéker het lezen waard.
Martin Bril | Het evenwicht
Martin Bril | De kleine keizer
Martin Bril | Rokjesdag
Martin Bril | Buurtgeluiden
Martin Bril | Mijn leven als hond
Martin Bril
Martin Bril op Wikipedia
flickr
In de zomer van 2008 hoorde Martin Bril dat hij kanker had. Het weerhield hem er niet van door te gaan met schrijven en met het maken van zijn boeken. Nederland leefde mee met Bril, die af en toe verslag deed van zijn toestand. Soms indringend of ernstig. Soms melancholiek. Vaker met humor. maar altijd vol met zijn meesterlijke observaties van de mensen en dingen die op zijn pad bleven komen, ook in het ziekenhuis of tijdens het lezen van een bijsluiter.
Bril ging de ziekte te lijf zoals een schrijver dat doet: met zijn pen. Hij schreef brieven, verslagen, gedichten en e-mails aan vrienden, bekenden, artsen en soms aan zichzelf.
Het evenwicht is Brils unieke, hoogstpersoonlijke verslag van zijn ziekte. Maar het is veel meer dan dat. Uit de enorme hoeveelheid materiaal maakte zijn vrouw Anneke een prachtige selectie, afgewisseld met de schitterende columns die Bril tijdens zijn ziekte voor de Volkskrant bleef schrijven. Het evenwicht is het ultieme bewijs van Martin Brils schrijverschap. Het is een literair document van grote waarde.
Martin Bril overleed 22 april 2009. Hij was de grootste en populairste columnist van zijn generatie. Honderdduizenden lezers begonnen jarenlang hun dag met de Volkskrant-column van Martin Bril.
Sinds Martin Bril in 2001 van Het Parool naar de Volkskrant overstapte, heb ik zijn columns praktisch iedere dag gelezen, altijd met veel plezier. Vlak na die overstap kreeg Bril voor het eerst kanker. Hij keerde, gelukkig, na een aantal maanden terug op 'zijn' plek: rechts op de eerste pagina van het tweede katern. Het evenwicht beschrijft de terugkeer van de kanker, op een andere plek en in een vorm die uiteindelijk niet te overwinnen bleek.
Uit de columns die in de Volkskrant verschenen was natuurlijk al een beeld ontstaan van hoe Bril het gevecht met deze ziekte steeds meer verloor. Ik vond het erg aangrijpend om deze bekende columns nu zo achter elkaar gerangschikt te lezen. Om te zien hoe de hoop wordt afgewisseld met moedeloosheid, om dan toch weer om te slaan in optimisme.
Het evenwicht is samengesteld onder redactie van mevrouw Bril, zoals Bril zijn vrouw in zijn columns noemde. Zij heeft niet alleen columns opgenomen, maar ook een aantal e-mails die Bril schreef aan zijn contacten bij de Volkskrant, zijn artsen en vrienden.
Ik begrijp waarom mevrouw Bril dit heeft gedaan: zij wil de mens Bril en zijn worsteling met de ziekte een plaats in dit boek geven. Het voelt echter vreemd om deze soms wel heel erg persoonlijke e-mails te lezen. Bril gaf zichzelf immers niet volledig bloot in zijn columns, en dat dit nu door middel van deze e-mails alsnog gebeurt, na zijn dood, geeft je het gevoel alsof je ongevraagd meeleest over de schouder van de schrijver, terwijl hij zijn e-mails tikt. Ik vraag me af of dit voor Brils overlijden zo is afgesproken door mijnheer en mevrouw Bril.
Toch vind ik Het evenwicht een mooi monument voor de schrijver en de mens Bril. Het evenwicht stemt niet vrolijk, maar als je van Brils columns hebt genoten, is dit boek zeker interessant. ’t Is geen 'lichte lectuur' voor op het strand, maar het is zéker het lezen waard.
Martin Bril | Het evenwicht
Martin Bril | De kleine keizer
Martin Bril | Rokjesdag
Martin Bril | Buurtgeluiden
Martin Bril | Mijn leven als hond
Martin Bril
Martin Bril op Wikipedia
flickr
Labels:
17-12-2011,
22-12-2011,
columns,
Het evenwicht,
Martin Bril,
Nederland,
Nederlands,
non-fictie
zaterdag 30 april 2011
Martin Bril | De kleine keizer
Martin Bril – De kleine keizer: Verslag van een passie. Amsterdam, Prometheus, juni 2009 (10), 191 pagina's. April 2008 (1).
Wie van Frankrijk houdt, kan niet om hem heen: Napoleon Bonaparte. Al ruim honderdtachtig jaar dood, en toch is hij nog overal.
Martin Bril maakte een aantal jaar geleden kennis met Napoleon toen hij Corsica bezocht. Daarna las hij een paar boeken over de Franse keizer en ineens was hij Napoleon-gek. Zoals altijd als hij zijn verbeelding wil voeden, ging Bril vervolgens op pad. Hij bezocht slagvelden, archieven, monumenten en musea, in Frankrijk, Oostenrijk, Tsjechië, België en Nederland.
De kleine keizer vertelt niet alleen het verhaal van Napoleon, maar ook het verhaal van een passie. Het is geen geschiedenisboek, eerder een récit anecdotique, zoals de Fransen dat noemen. Het beschrijft deskundig de slag bij Waterloo, en in de vorm van een reisverhaal de aanloop naar die beroemde slag, van Cannes via Grenoble naar de hoofdstad. Het behandelt zwierig de aanwezigheid van de keizer in het hedendaagse Parijs, maar gaat ook in op Napoleons bezoeken aan Nederland en de sporen die die hebben nagelaten.
Voor Bril zijn het humeur en de eetlust van de keizer net zo belangrijk als de iconografie van het Empire en de finesses van het krijgsbedrijf. Hij vertelt over de paarden van Napoleon, maar ook over het gebit van zijn eerste vrouw, de boezem van zijn tweede en de tranen van zijn geheime vrouw. Hij banjert door de sneeuw in Wenen, surft nachtenlang op internet en bezoekt in de brandende hitte bij Waterloo volwassen mannen die soldaatje spelen.
De kleine keizer is een persoonlijk boek, over een ondoorgrondelijke figuur, over eenzaamheid, over de dwaasheid van de geschiedenis en de troost van de petite histoire, over Frankrijk, toen en nu.
Met Napoleon Bonaparte heb ik eigenlijk helemaal niets. De kleine keizer gaat over Napoleon. De ondertitel luidt echter niet voor niets: Verslag van een passie. Grote gedeeltes van dit boek hebben niet alleen betrekking op Napoleon, maar vooral op Brils fascinatie voor de kleine keizer.
In De kleine keizer vind je bewerkte versies van stukken die eerder in de Volkskrant en De Morgen verschenen. Dat zorgde voor mij persoonlijk voor een mix van herkenning en nieuwe stukjes.
Ik lees in sommige recensies kritiek op de nadrukkelijke aanwezigheid van de persoon Bril in dit boek. Dat is echter wat De kleine keizer voor mij juist interessant maakt. Ik begrijp de fascinatie voor deze historische persoon niet, maar al lezend kreeg ik wel een indruk hoe zo’n passie kan ontstaan en volledig uit de hand kan lopen, zeker als het onderwerp van de passie zo veel mogelijkheden biedt: oneindig veel boeken kopen en lezen, soldaatjes verzamelen, nagespeelde veldslagen bijwonen en je held achterna reizen. Het houdt niet op.
Het boek is geschreven in de voor Bril kenmerkende stijl en het leest vlot – op de beschrijvingen van de slag bij Waterloo na. Daar had ik overigens in Oorlog en vrede ook moeite mee, dus wellicht is dat een rode draad in mijn leven.
Bijzonder interessant vond ik de stukjes Nederland (over Napoleon in Nederland), De lange achternaam (over de adellijke Joost, die ook een passie voor Napoleon koestert) en Attractie op zee (over hoe Napoleon op een Engels schip voor de kust van Brixham tot een toeristische attractie verwordt).
De charme van De kleine keizer is dat er niet onophoudelijk met jaartallen en namen wordt gestrooid, maar dat juist meer triviale zaken – wat at de keizer graag, waarom stonden er overal twee bedden in zijn slaapkamers, hoe kwam een waterketel na de mislukte veldtocht tegen Rusland via een lange omweg terecht bij Joseph Luns – worden behandeld. Bijzonder, hoe een onderwerp dat je eigenlijk niet bijster interesseert toch onderhoudend en zelfs grappig kan worden beschreven.
Martin Bril | Het evenwicht
Martin Bril | Rokjesdag
Martin Bril | Buurtgeluiden
Martin Bril | Mijn leven als hond
Martin Bril
Martin Bril op Wikipedia
flickr
Wie van Frankrijk houdt, kan niet om hem heen: Napoleon Bonaparte. Al ruim honderdtachtig jaar dood, en toch is hij nog overal.
Martin Bril maakte een aantal jaar geleden kennis met Napoleon toen hij Corsica bezocht. Daarna las hij een paar boeken over de Franse keizer en ineens was hij Napoleon-gek. Zoals altijd als hij zijn verbeelding wil voeden, ging Bril vervolgens op pad. Hij bezocht slagvelden, archieven, monumenten en musea, in Frankrijk, Oostenrijk, Tsjechië, België en Nederland.
De kleine keizer vertelt niet alleen het verhaal van Napoleon, maar ook het verhaal van een passie. Het is geen geschiedenisboek, eerder een récit anecdotique, zoals de Fransen dat noemen. Het beschrijft deskundig de slag bij Waterloo, en in de vorm van een reisverhaal de aanloop naar die beroemde slag, van Cannes via Grenoble naar de hoofdstad. Het behandelt zwierig de aanwezigheid van de keizer in het hedendaagse Parijs, maar gaat ook in op Napoleons bezoeken aan Nederland en de sporen die die hebben nagelaten.
Voor Bril zijn het humeur en de eetlust van de keizer net zo belangrijk als de iconografie van het Empire en de finesses van het krijgsbedrijf. Hij vertelt over de paarden van Napoleon, maar ook over het gebit van zijn eerste vrouw, de boezem van zijn tweede en de tranen van zijn geheime vrouw. Hij banjert door de sneeuw in Wenen, surft nachtenlang op internet en bezoekt in de brandende hitte bij Waterloo volwassen mannen die soldaatje spelen.
De kleine keizer is een persoonlijk boek, over een ondoorgrondelijke figuur, over eenzaamheid, over de dwaasheid van de geschiedenis en de troost van de petite histoire, over Frankrijk, toen en nu.
Met Napoleon Bonaparte heb ik eigenlijk helemaal niets. De kleine keizer gaat over Napoleon. De ondertitel luidt echter niet voor niets: Verslag van een passie. Grote gedeeltes van dit boek hebben niet alleen betrekking op Napoleon, maar vooral op Brils fascinatie voor de kleine keizer.
In De kleine keizer vind je bewerkte versies van stukken die eerder in de Volkskrant en De Morgen verschenen. Dat zorgde voor mij persoonlijk voor een mix van herkenning en nieuwe stukjes.
Ik lees in sommige recensies kritiek op de nadrukkelijke aanwezigheid van de persoon Bril in dit boek. Dat is echter wat De kleine keizer voor mij juist interessant maakt. Ik begrijp de fascinatie voor deze historische persoon niet, maar al lezend kreeg ik wel een indruk hoe zo’n passie kan ontstaan en volledig uit de hand kan lopen, zeker als het onderwerp van de passie zo veel mogelijkheden biedt: oneindig veel boeken kopen en lezen, soldaatjes verzamelen, nagespeelde veldslagen bijwonen en je held achterna reizen. Het houdt niet op.
Het boek is geschreven in de voor Bril kenmerkende stijl en het leest vlot – op de beschrijvingen van de slag bij Waterloo na. Daar had ik overigens in Oorlog en vrede ook moeite mee, dus wellicht is dat een rode draad in mijn leven.
Bijzonder interessant vond ik de stukjes Nederland (over Napoleon in Nederland), De lange achternaam (over de adellijke Joost, die ook een passie voor Napoleon koestert) en Attractie op zee (over hoe Napoleon op een Engels schip voor de kust van Brixham tot een toeristische attractie verwordt).
De charme van De kleine keizer is dat er niet onophoudelijk met jaartallen en namen wordt gestrooid, maar dat juist meer triviale zaken – wat at de keizer graag, waarom stonden er overal twee bedden in zijn slaapkamers, hoe kwam een waterketel na de mislukte veldtocht tegen Rusland via een lange omweg terecht bij Joseph Luns – worden behandeld. Bijzonder, hoe een onderwerp dat je eigenlijk niet bijster interesseert toch onderhoudend en zelfs grappig kan worden beschreven.
Martin Bril | Het evenwicht
Martin Bril | Rokjesdag
Martin Bril | Buurtgeluiden
Martin Bril | Mijn leven als hond
Martin Bril
Martin Bril op Wikipedia
flickr
Labels:
25-04-2011,
30-04-2011,
columns,
De kleine keizer,
Martin Bril,
Nederland,
Nederlands,
non-fictie
zondag 13 maart 2011
Bart Chabot | De patatbalie
Bart Chabot: De Patabalie In het spoor van de verkiezingskaravaan. Amsterdam, De Bezig Bij, september 2010 (2), 219 pagina's. September 2010 (1).
Bart Chabot is een van de meest spraakmakende vaste gasten van het tv-programma Pauw & Witteman. Als een doorgewinterde journalist legde hij zijn oor te luisteren in de wandelgangen van het Haagse Binnenhof en hing hij aan de 'Patatbalie': de informele ontmoetingsplek voor politici en de media waar onder de roos vaak het echte harde nieuws wordt uitgewisseld. Chabot betrapte Emile Roemer tijdens een hazenslaapje, hij noteerde de afbladdering van Job 'De Verlosser' Cohen tijdens de eerste campagneweken en signaleerde de Wederopstanding van Mark Rutte toen zijn Haagse collega's nog aan dat idee moesten wennen. Hoogtepunt was het aan de kaak stellen van de zogenaamde 'vuilniszakkenjournalistiek', dat landelijk nieuws werd.
In De Patatbalie schrijft Chabot met veel humor en met een vlijmscherp pennetje over de wereld achter de schermen van het Binnenhof en over de sinistere kant van de Haagse politiek.
Wie Bart Chabot wel eens op tv of in het echt heeft gezien, kan er niet aan ontkomen. Heb je zijn stem gehoord, dan hoor je die stem ook als je zijn geschreven teksten leest. Chabots stem heeft mij tijdens het lezen van deze bundel columns dan ook begeleid.
Ik houd wel van de opgejaagde, soms qua onderwerp nogal uitwaaierende manier waarop Chabot zich door wat hij wil zeggen heen worstelt. Chabot schrijft niet helemaal zoals hij praat, want de stukjes in deze bundel zijn goed te volgen. De stukjes zijn ontstaan door de reportages die Chabot maakte over de Tweede Kamerverkiezingen in 2010 voor het tv-programma Pauw & Witteman. Sommige fragmenten verschenen eerder in de Haagsche Courant.
Verwacht van Chabot geen diepgaande staatsrechtelijke analyses van de verkiezingen of van de machinaties die in Den Haag gebruikelijk zijn. Wel mag je verwachten dat je op een onderhoudende manier met de ogen van een 'buitenstaander' naar het verkiezingscircus kijkt.
Interessant was bijvoorbeeld, dat Chabot in Enschede wachtte tot de PvdA-karavaan weer was vertrokken, om aan de man die even daarvoor een rode ros en een flyer van Wouter Bos had ontvangen te vragen of hij daardoor nu ook op de PvdA zou stemmen. Het antwoord was, en dat verrast niet, nee. Ook de stukjes over het interview dat Chabot maakte met André Rouvoet en over de viering van de verjaardag van ex-premier Jan Peter Balkenende vond ik bijzonder vermakelijk.
Chabot gaat daar door, waar andere verslaggevers normaal gesproken ophouden. Een leuk boekje!
Bart Chabo | Diepere lagen
Bart Chabot
flickr
Bart Chabot is een van de meest spraakmakende vaste gasten van het tv-programma Pauw & Witteman. Als een doorgewinterde journalist legde hij zijn oor te luisteren in de wandelgangen van het Haagse Binnenhof en hing hij aan de 'Patatbalie': de informele ontmoetingsplek voor politici en de media waar onder de roos vaak het echte harde nieuws wordt uitgewisseld. Chabot betrapte Emile Roemer tijdens een hazenslaapje, hij noteerde de afbladdering van Job 'De Verlosser' Cohen tijdens de eerste campagneweken en signaleerde de Wederopstanding van Mark Rutte toen zijn Haagse collega's nog aan dat idee moesten wennen. Hoogtepunt was het aan de kaak stellen van de zogenaamde 'vuilniszakkenjournalistiek', dat landelijk nieuws werd.
In De Patatbalie schrijft Chabot met veel humor en met een vlijmscherp pennetje over de wereld achter de schermen van het Binnenhof en over de sinistere kant van de Haagse politiek.
Wie Bart Chabot wel eens op tv of in het echt heeft gezien, kan er niet aan ontkomen. Heb je zijn stem gehoord, dan hoor je die stem ook als je zijn geschreven teksten leest. Chabots stem heeft mij tijdens het lezen van deze bundel columns dan ook begeleid.
Ik houd wel van de opgejaagde, soms qua onderwerp nogal uitwaaierende manier waarop Chabot zich door wat hij wil zeggen heen worstelt. Chabot schrijft niet helemaal zoals hij praat, want de stukjes in deze bundel zijn goed te volgen. De stukjes zijn ontstaan door de reportages die Chabot maakte over de Tweede Kamerverkiezingen in 2010 voor het tv-programma Pauw & Witteman. Sommige fragmenten verschenen eerder in de Haagsche Courant.
Verwacht van Chabot geen diepgaande staatsrechtelijke analyses van de verkiezingen of van de machinaties die in Den Haag gebruikelijk zijn. Wel mag je verwachten dat je op een onderhoudende manier met de ogen van een 'buitenstaander' naar het verkiezingscircus kijkt.
Interessant was bijvoorbeeld, dat Chabot in Enschede wachtte tot de PvdA-karavaan weer was vertrokken, om aan de man die even daarvoor een rode ros en een flyer van Wouter Bos had ontvangen te vragen of hij daardoor nu ook op de PvdA zou stemmen. Het antwoord was, en dat verrast niet, nee. Ook de stukjes over het interview dat Chabot maakte met André Rouvoet en over de viering van de verjaardag van ex-premier Jan Peter Balkenende vond ik bijzonder vermakelijk.
Chabot gaat daar door, waar andere verslaggevers normaal gesproken ophouden. Een leuk boekje!
Bart Chabo | Diepere lagen
Bart Chabot
flickr
Labels:
13-03-2011,
Bart Chabot,
columns,
De Patatbalie,
Nederland,
Nederlands,
non-fictie
vrijdag 14 januari 2011
Martin Bril | Rokjesdag
Martin Bril - Rokjesdag en andere lenteverhalen. Amsterdam, Prometheus, 2010, 121 pagina's.
'Rokjesdag is een wonderlijke dag. Als bij toverslag zijn de straten ineens gevuld met blote benen. Het wonder is dat de bijbehorende dames hierover van tevoren geen overleg hebben gevoerd. Er is ook geen oproep op televisie geweest, of een speciaal radiobericht. Ze voelen aan dat het kan.
Vrouwen en hun gevoel, er is veel over gezegd. Veel onzin ook, door de eeuwen heen. Maar dat ze feilloos aanvoelen wanneer ze met blote benen onder een rokje, rok, jurk of kniebroek de deur uit kunnen, is een ding dat zeker is. In vergelijking met hen zijn mannen gevoelloze wezens.'
In 1996 schreef Martin Bril voor het eerst over rokjesdag. Zoals hij erover schreef, kon niemand het.
Rokjesdag is het eigenlijke begin van de lente, het is een optimistische dag. In dit boek zijn Martin Brils mooiste stukken over de lente opgenomen, over de ontluikende natuur, over parken en terrassen, over zingende vogels en open auto's, en natuurlijk over rokjesdag zelf, de dag die door toedoen van Martin Bril zelfs Van Dale haalde.
Over Rokjesdag kan ik kort zijn. Het is altijd prettig om stukjes van Bril te lezen, en om midden in de winter te lezen over de lente gezien door Brils ogen, dat is een waar genot. Lezen dus!
Martin Bril | Het evenwicht
Martin Bril | De kleine keizer
Martin Bril | Buurtgeluiden
Martin Bril | Mijn leven als hond
Martin Bril
Martin Bril op Wikipedia
flickr
'Rokjesdag is een wonderlijke dag. Als bij toverslag zijn de straten ineens gevuld met blote benen. Het wonder is dat de bijbehorende dames hierover van tevoren geen overleg hebben gevoerd. Er is ook geen oproep op televisie geweest, of een speciaal radiobericht. Ze voelen aan dat het kan.
Vrouwen en hun gevoel, er is veel over gezegd. Veel onzin ook, door de eeuwen heen. Maar dat ze feilloos aanvoelen wanneer ze met blote benen onder een rokje, rok, jurk of kniebroek de deur uit kunnen, is een ding dat zeker is. In vergelijking met hen zijn mannen gevoelloze wezens.'
In 1996 schreef Martin Bril voor het eerst over rokjesdag. Zoals hij erover schreef, kon niemand het.
Rokjesdag is het eigenlijke begin van de lente, het is een optimistische dag. In dit boek zijn Martin Brils mooiste stukken over de lente opgenomen, over de ontluikende natuur, over parken en terrassen, over zingende vogels en open auto's, en natuurlijk over rokjesdag zelf, de dag die door toedoen van Martin Bril zelfs Van Dale haalde.
Over Rokjesdag kan ik kort zijn. Het is altijd prettig om stukjes van Bril te lezen, en om midden in de winter te lezen over de lente gezien door Brils ogen, dat is een waar genot. Lezen dus!
Martin Bril | Het evenwicht
Martin Bril | De kleine keizer
Martin Bril | Buurtgeluiden
Martin Bril | Mijn leven als hond
Martin Bril
Martin Bril op Wikipedia
flickr
Labels:
11-01-2010,
14-01-2011,
columns,
Martin Bril,
Nederland,
Nederlands,
Rokjesdag
vrijdag 24 december 2010
Martin Bril | Buurtgeluiden
Martin Bril - Buurtgeluiden. Amsterdam, Prometheus, 2010, 126 pagina's.
'Laatst werd ik op straat aangehouden door twee leuke agentes. Ze waren bezig met hondencontrole. Zo'n gevoel had ik al - mijn hond blafte vanaf het moment dat hij de dames in het vizier kreeg. Het is een eenkennig dier, moet u weten, en ze blaft naar alles wat een uniform draagt.
Goed.
Of ik twee zakjes bij me had om eventuele boodschappen van de hond op te ruimen, wilde de eerste agente weten. Er kwam een kekke vlecht onder haar hoedje vandaan. Ik had daar graag even aan getrokken, maar ja - daar was het moment niet naar. Gelukkig had ik twee zakjes bij me, eentje voor de drol op de heenweg, en de andere voor de drol op de terugweg. Ze wilde de zakjes zien, de agente, nog streng ook - heerlijk vind ik dat.'
Martin Bril reisde stad en land af voor zijn columns en was altijd onderweg, maar hij begon en eindigde zijn dagen altijd in de buurt van zijn eigen huis, waar hij de omliggende huizen en hun bewoners net zo liefdevol en soms genadeloos observeerde als hij dat met de rest van het land deed. Buurtgeluiden geeft een prachtig beeld van een buurt in beweging, maar ook van Martin Bril zelf.
Een hartverwarmende bundel columns die Bril schreef over zijn buurt, Oud-West in Amsterdam. Allerlei facetten van zo'n oude stadsbuurt komen aan de orde: vereenzaamde ouderen, die al veertig jaar in hetzelfde huis wonen, of juist verplant zijn naar een verzorgingstehuis en daar hun laatste jaren ook in eenzaamheid doorbrengen, musicerende zwervers bij de buurtsuper, beambten die gewetensvol op hondenbelasting controleren, busjes vol met Polen die huizen verbouwen of jongens die bij Brils dochters op school hebbend gezeten, die ineens al een vak hebben geleerd, terwijl de dochters nog op de middelbare school zitten.
Zoals gebruikelijk staan de columns vol met rake observaties. Sommige raken je hart ook, zoals de columns over de oude buurman van de familie Bril en een bewoner van een verzorgingstehuis, waarvan na zijn dood blijkt dat hij in zijn jonge jaren een balletdanser was. Hartverscheurend is de beschrijving van een aanrijding op een kruispunt in de buurt, waarbij een vrachtwagen een meisje op de fiets overrijdt.
Bril weet steeds weer de juiste toon te treffen, merkt kleine dingetjes op die anderen over het hoofd zouden zien. Hij leert je eigenlijk zelf beter te kijken naar je omgeving. Het is een genot om de columns te lezen, maar het stemt ook wat treurig, omdat je weet dat er geen nieuwe juweeltjes meer bij komen.
Martin Bril | Het evenwicht
Martin Bril | De kleine keizer
Martin Bril | Rokjesdag
Martin Bril | Mijn leven als hond
Martin Bril
Martin Bril op Wikipedia
flickr
'Laatst werd ik op straat aangehouden door twee leuke agentes. Ze waren bezig met hondencontrole. Zo'n gevoel had ik al - mijn hond blafte vanaf het moment dat hij de dames in het vizier kreeg. Het is een eenkennig dier, moet u weten, en ze blaft naar alles wat een uniform draagt.
Goed.
Of ik twee zakjes bij me had om eventuele boodschappen van de hond op te ruimen, wilde de eerste agente weten. Er kwam een kekke vlecht onder haar hoedje vandaan. Ik had daar graag even aan getrokken, maar ja - daar was het moment niet naar. Gelukkig had ik twee zakjes bij me, eentje voor de drol op de heenweg, en de andere voor de drol op de terugweg. Ze wilde de zakjes zien, de agente, nog streng ook - heerlijk vind ik dat.'
Martin Bril reisde stad en land af voor zijn columns en was altijd onderweg, maar hij begon en eindigde zijn dagen altijd in de buurt van zijn eigen huis, waar hij de omliggende huizen en hun bewoners net zo liefdevol en soms genadeloos observeerde als hij dat met de rest van het land deed. Buurtgeluiden geeft een prachtig beeld van een buurt in beweging, maar ook van Martin Bril zelf.
Een hartverwarmende bundel columns die Bril schreef over zijn buurt, Oud-West in Amsterdam. Allerlei facetten van zo'n oude stadsbuurt komen aan de orde: vereenzaamde ouderen, die al veertig jaar in hetzelfde huis wonen, of juist verplant zijn naar een verzorgingstehuis en daar hun laatste jaren ook in eenzaamheid doorbrengen, musicerende zwervers bij de buurtsuper, beambten die gewetensvol op hondenbelasting controleren, busjes vol met Polen die huizen verbouwen of jongens die bij Brils dochters op school hebbend gezeten, die ineens al een vak hebben geleerd, terwijl de dochters nog op de middelbare school zitten.
Zoals gebruikelijk staan de columns vol met rake observaties. Sommige raken je hart ook, zoals de columns over de oude buurman van de familie Bril en een bewoner van een verzorgingstehuis, waarvan na zijn dood blijkt dat hij in zijn jonge jaren een balletdanser was. Hartverscheurend is de beschrijving van een aanrijding op een kruispunt in de buurt, waarbij een vrachtwagen een meisje op de fiets overrijdt.
Bril weet steeds weer de juiste toon te treffen, merkt kleine dingetjes op die anderen over het hoofd zouden zien. Hij leert je eigenlijk zelf beter te kijken naar je omgeving. Het is een genot om de columns te lezen, maar het stemt ook wat treurig, omdat je weet dat er geen nieuwe juweeltjes meer bij komen.
Martin Bril | Het evenwicht
Martin Bril | De kleine keizer
Martin Bril | Rokjesdag
Martin Bril | Mijn leven als hond
Martin Bril
Martin Bril op Wikipedia
flickr
Labels:
22-12-2010,
24-12-2010,
Buurtgeluiden,
columns,
Martin Bril,
Nederland,
Nederlands,
non-fictie
maandag 20 september 2010
Sylvia Witteman | Ik verzin dit niet
Sylvia Witteman - Ik verzin dit niet. Avonturen in een Amerikaanse buitenwijk. Amsterdam/Antwerpen, De Arbeiderspers, 2009, 291 pagina's.
Heeft u een ex-fruitschaal? Kunt u geen pompstation passeren zonder een frisbee, een kilo winegums en een verdorde frikadel aan te schaffen? Zit er altijd blauw pluis op uw pasgelakte teennagels? Hoe gaat het met uw staafmixer? Wat vonden uw kinderen van de homevideo van hun eigen geboorte? Verwaarlozen ze hun cyberhuisdier, op úw laptop? Vervoert u in uw bagage weleens massavernietigingswapens, levende slakken, geheime rookworsten of vijf identieke IKEA-teddybeertjes? Vást wel. Maar bent u ook halsoverkop verhuisd naar een véél te zonnige Amerikaanse buitenwijk? Waar de poezen blauwe plaknagels dragen maar het verboden is een alligator aan een brandblusser vast te ketenen? Waar uw reistandenborstelontsmetter 99 procent van de ziektekiemen onschadelijk maakt, maar uw kinderen in pindavrije schoolbussen reizen? Waar u van pure agitatie in de supermarkt een doos negerzoenen kapot knijpt, of vergeefs aan de Heilige Maagd in een replica van de Lourdesgrot vraagt of ze u misschien kan leren skiën? Vast niet. Gelukkig kunt u in dit boek lezen hoe het moet.
De woorden 'Ik verzin dit niet' slaan op de columns in het tweede gedeelte van deze bundel. Deze zijn geschreven toen Witteman met haar gezin in de buurt van Washington woonde omdat huisgenoot P. correspondent was voor de Volkskrant in de Verenigde Staten. En het is maar goed dit de titel van de bundel is, en dat de woorden regelmatig terugkomen in de Amerikaanse columns.
Witteman toont in het tweede gedeelte in haar columns kanten van de Amerikaanse samenleving die op de Nederlandse lezer als ongeloofwaardig kunnen overkomen. Ze beschrijft de grootte van Amerikaanse huizen en de bijbehorende interieurs, de manier waarop ze omgaan met drank - dat schijnt alleen in het geniep te mogen - en hoe een schoolrapport zo eufemistisch geformuleerd kan zijn dat het de ouders niet duidelijk is dat het niet zo goed gaat met de schoolprestaties van het kind in kwestie.
In het eerste gedeelte is er nog geen vuiltje aan de lucht en woont het gezin in Den Haag. Maar, ook het leven in Nederland beschrijft Witteman met humor en kostelijke overdrijving. Daarbij spaart ze zichzelf en haar gezin niet. Zelfspot alom dus. Persoonlijk spreekt mij dit alles erg aan!
Sylvia Witteman | Pekingeend bij nacht
Sylvia Witteman
flickr
Heeft u een ex-fruitschaal? Kunt u geen pompstation passeren zonder een frisbee, een kilo winegums en een verdorde frikadel aan te schaffen? Zit er altijd blauw pluis op uw pasgelakte teennagels? Hoe gaat het met uw staafmixer? Wat vonden uw kinderen van de homevideo van hun eigen geboorte? Verwaarlozen ze hun cyberhuisdier, op úw laptop? Vervoert u in uw bagage weleens massavernietigingswapens, levende slakken, geheime rookworsten of vijf identieke IKEA-teddybeertjes? Vást wel. Maar bent u ook halsoverkop verhuisd naar een véél te zonnige Amerikaanse buitenwijk? Waar de poezen blauwe plaknagels dragen maar het verboden is een alligator aan een brandblusser vast te ketenen? Waar uw reistandenborstelontsmetter 99 procent van de ziektekiemen onschadelijk maakt, maar uw kinderen in pindavrije schoolbussen reizen? Waar u van pure agitatie in de supermarkt een doos negerzoenen kapot knijpt, of vergeefs aan de Heilige Maagd in een replica van de Lourdesgrot vraagt of ze u misschien kan leren skiën? Vast niet. Gelukkig kunt u in dit boek lezen hoe het moet.
De woorden 'Ik verzin dit niet' slaan op de columns in het tweede gedeelte van deze bundel. Deze zijn geschreven toen Witteman met haar gezin in de buurt van Washington woonde omdat huisgenoot P. correspondent was voor de Volkskrant in de Verenigde Staten. En het is maar goed dit de titel van de bundel is, en dat de woorden regelmatig terugkomen in de Amerikaanse columns.
Witteman toont in het tweede gedeelte in haar columns kanten van de Amerikaanse samenleving die op de Nederlandse lezer als ongeloofwaardig kunnen overkomen. Ze beschrijft de grootte van Amerikaanse huizen en de bijbehorende interieurs, de manier waarop ze omgaan met drank - dat schijnt alleen in het geniep te mogen - en hoe een schoolrapport zo eufemistisch geformuleerd kan zijn dat het de ouders niet duidelijk is dat het niet zo goed gaat met de schoolprestaties van het kind in kwestie.
In het eerste gedeelte is er nog geen vuiltje aan de lucht en woont het gezin in Den Haag. Maar, ook het leven in Nederland beschrijft Witteman met humor en kostelijke overdrijving. Daarbij spaart ze zichzelf en haar gezin niet. Zelfspot alom dus. Persoonlijk spreekt mij dit alles erg aan!
Sylvia Witteman | Pekingeend bij nacht
Sylvia Witteman
flickr
Labels:
18-09-2010,
20-09-2010,
columns,
Ik verzin dit niet,
Nederland,
Nederlands,
Sylvia Witteman
zondag 25 juli 2010
Денис Гуцко | Ангелы с нашей фамилией
Денис Гуцко - Ангелы с нашей фамилией. Москва, "Терра" Книжный клуб, 2008, 32 страницы.
(Denis Gucko - Angely s nashey familiey. Moskva, "Terra" Knizhny klub, 2008, 23 stranicy)
Het was voor mij een complete verrassing om op basis van dit boekje te ontdekken dat de schrijver Denis Gucko voor het weekblad Огонёк (Ogonyok) schrijft. Ik dacht met een bundel korte verhalen van doen te hebben toen ik het boekje uit de bibliotheek mee naar huis nam.
Niet dat ik bedrogen uitkwam hoor, want Gucko geeft in columns van meestal drie tot vier bladzijden heel leesbaar zijn mening over de meest uiteenlopende zaken. Over het wonder van het krijgen van een kind, een engel die jouw achternaam draagt, via de teksten die op Russische muren verschijnen naar de misstanden in het Russische leger en waarom die tot nu toe niet zijn uitgeroeid.
Ik vond het een prettige verrassing om te ontdekken dat er na Viktor Jerofejev in ieder geval één jongere schrijver is opgestaan, die zich niet alleen met fictie bezighoudt. Een jongere schrijver die het ook aandurft om open en bloot zijn eigen mening te geven in plaats van dat te herhalen wat door de autoriteiten als juist is aangeduid. Ik heb me voorgenomen zijn columns, of stukjes, of hoe je ze ook moet noemen, te gaan volgen.
Денис Гуцко | Покемонов день
flickr
(Denis Gucko - Angely s nashey familiey. Moskva, "Terra" Knizhny klub, 2008, 23 stranicy)
Het was voor mij een complete verrassing om op basis van dit boekje te ontdekken dat de schrijver Denis Gucko voor het weekblad Огонёк (Ogonyok) schrijft. Ik dacht met een bundel korte verhalen van doen te hebben toen ik het boekje uit de bibliotheek mee naar huis nam.
Niet dat ik bedrogen uitkwam hoor, want Gucko geeft in columns van meestal drie tot vier bladzijden heel leesbaar zijn mening over de meest uiteenlopende zaken. Over het wonder van het krijgen van een kind, een engel die jouw achternaam draagt, via de teksten die op Russische muren verschijnen naar de misstanden in het Russische leger en waarom die tot nu toe niet zijn uitgeroeid.
Ik vond het een prettige verrassing om te ontdekken dat er na Viktor Jerofejev in ieder geval één jongere schrijver is opgestaan, die zich niet alleen met fictie bezighoudt. Een jongere schrijver die het ook aandurft om open en bloot zijn eigen mening te geven in plaats van dat te herhalen wat door de autoriteiten als juist is aangeduid. Ik heb me voorgenomen zijn columns, of stukjes, of hoe je ze ook moet noemen, te gaan volgen.
Денис Гуцко | Покемонов день
flickr
zaterdag 27 maart 2010
Philippe Remarque | Het zit de mannen niet mee tegenwoordig
Philippe Remarque - Het zit de mannen niet mee tegenwoordig Lotgevallen van een gezinshoofd. Amsterdam, Prometheus, oktober 2009 (2), 142 pagina's. Oktober 2009 (1).
'Op mijn degelijke herenrijwiel spoed ik mij naar huis. Ik rijd langs het café en kijk naar binnen als een zwerfhond naar een slagersetalage. Een uitnodigende vlaag van bier, rook en slap geouwehoer dringt naar buiten. Nu een kopstoot... bier voor de dorst, jenever voor de vergetelheid. Maar ik zit als Odysseus aan de mast gebonden. Thuis wachten blije gezichtjes, gestoei en verhalen over school. En mijn vrouw moet ook tegen iemand kunnen klagen. Ik ben al te laat.
Dat had de generatie boven mij toch beter geregeld. Elke avond lekker aangeschoten in de kroeg. Vrouw en kinderen afschepen met een slap "schatje, het is heel druk op de krant".'
In zijn herkenbare schetsen beschrijft Philippe Remarque met ironie en lichte weemoed de dilemma's van een hedendaagse gezinsvader. Door de belevenissen van zijn kinderen herinnert hij zich zijn eigen jeugd, en biedt zo een blik op twee generaties.
Philippe Remarque (1966) is vader van drie jonge kinderen en echtgenoot van columniste Sylvia Witteman. Hij is correspondent van de Volkskrant in Washington en was daarvoor correspondent in Moskou en Berlijn en politiek redacteur in Den Haag. Eerder verscheen van hem Boze geesten van Berlijn (2005) en De hand van Obama (2008).
Het zit de mannen niet mee tegenwoordig is weliswaar een dunne, maar prettig lezende bundel columns van Philippe Remarque. Van hem las ik eerder Boze geesten van Berlijn, een indrukwekkend, maar serieus boek over de stad Berlijn. Remarques columns zijn even onderhoudend als Boze geesten van Berlijn, maar op een andere manier. Remarque beschrijft met zelfspot en ironie zijn eigen plek binnen het gezin Remarque-Witteman en vergelijkt het leven van zijn eigen kinderen regelmatig met zijn eigen jeugd.
Het is een boek om met een glimlach van herkenning te lezen. Het indrukwekkendst echter vond ik een column die niet humoristisch bedoeld was. Vijf baantjes borst, vijf baantjes rug beschrijft het overlijden van Adriaan Jaeggi en diens roman Held van beroep. Heel bijzonder, om zo in deze setting ineens weer te worden herinnerd aan deze mooie roman en de schrijver zelf.
Deze columns lezend heb ik me afgevraagd waarom ik geen trouwer lezer van Remarques columns in de Volkskrant ben. Dat heeft er misschien mee te maken dat ze maar eens in de vier tot zes weken in een zaterdagse bijlage verschenen. Wat mij betreft verdient deze man echt méér plek in de krant!
flickr
'Op mijn degelijke herenrijwiel spoed ik mij naar huis. Ik rijd langs het café en kijk naar binnen als een zwerfhond naar een slagersetalage. Een uitnodigende vlaag van bier, rook en slap geouwehoer dringt naar buiten. Nu een kopstoot... bier voor de dorst, jenever voor de vergetelheid. Maar ik zit als Odysseus aan de mast gebonden. Thuis wachten blije gezichtjes, gestoei en verhalen over school. En mijn vrouw moet ook tegen iemand kunnen klagen. Ik ben al te laat.
Dat had de generatie boven mij toch beter geregeld. Elke avond lekker aangeschoten in de kroeg. Vrouw en kinderen afschepen met een slap "schatje, het is heel druk op de krant".'
In zijn herkenbare schetsen beschrijft Philippe Remarque met ironie en lichte weemoed de dilemma's van een hedendaagse gezinsvader. Door de belevenissen van zijn kinderen herinnert hij zich zijn eigen jeugd, en biedt zo een blik op twee generaties.
Philippe Remarque (1966) is vader van drie jonge kinderen en echtgenoot van columniste Sylvia Witteman. Hij is correspondent van de Volkskrant in Washington en was daarvoor correspondent in Moskou en Berlijn en politiek redacteur in Den Haag. Eerder verscheen van hem Boze geesten van Berlijn (2005) en De hand van Obama (2008).
Het zit de mannen niet mee tegenwoordig is weliswaar een dunne, maar prettig lezende bundel columns van Philippe Remarque. Van hem las ik eerder Boze geesten van Berlijn, een indrukwekkend, maar serieus boek over de stad Berlijn. Remarques columns zijn even onderhoudend als Boze geesten van Berlijn, maar op een andere manier. Remarque beschrijft met zelfspot en ironie zijn eigen plek binnen het gezin Remarque-Witteman en vergelijkt het leven van zijn eigen kinderen regelmatig met zijn eigen jeugd.
Het is een boek om met een glimlach van herkenning te lezen. Het indrukwekkendst echter vond ik een column die niet humoristisch bedoeld was. Vijf baantjes borst, vijf baantjes rug beschrijft het overlijden van Adriaan Jaeggi en diens roman Held van beroep. Heel bijzonder, om zo in deze setting ineens weer te worden herinnerd aan deze mooie roman en de schrijver zelf.
Deze columns lezend heb ik me afgevraagd waarom ik geen trouwer lezer van Remarques columns in de Volkskrant ben. Dat heeft er misschien mee te maken dat ze maar eens in de vier tot zes weken in een zaterdagse bijlage verschenen. Wat mij betreft verdient deze man echt méér plek in de krant!
flickr
zaterdag 21 november 2009
Martin Bril | Mijn leven als hond
Martin Bril - Mijn leven als hond Dierenverhalen. Amsterdam, Prometheus, mei 2009 (6), 153 pagina's. Januari 2009 (1).
In Mijn leven als hond heeft Martin Bril zijn mooiste verhalen bijeengebracht over de omgang tussen dier en mens. Hij schrijft over de zingende merel in de binnentuin, de clientèle van dierenspeciaalzaak Priscilla, de poes die van huis is weggelopen, ezels langs de snelweg, ooievaars in Terwispel en muggen. En hij schrijft over honden, in het bijzonder over zijn eigen hond. Het dagelijkse ommetje in de vroege ochtend, als de stad nog slaapt maar Martin Bril al klaarwakker is, is een bijna constant element in deze schitterende verzameling dierenverhalen.
Speciaal voor dit boek schreef de hond van de familie Bril een inleiding, waarin hij een inkijkje geeft in het reilen en zeilen van Nederlands meest geliefde communist.
Ik zal het maar eerlijk bekennen: ik heb deze bundel in een opwelling gekocht vlak na Brils overlijden. Toen ik het in de boekhandel zag liggen, zag ik weer voor me hoe Bril een stuk uit het titelverhaal voorlas bij De Wereld Draait Door. Dat had me toen zo ontroerd, dat ik deze bundel moest kopen. Toen ik zelf het hele verhaal las, was ik weer ontroerd, omdat ik Brils stem hoorde tijdens het lezen.
Ook de andere columns in deze bundel zijn de moeite van het lezen meer dan waard overigens. Uit iedere column blijkt niet alleen het opmerkzame oog voor detail dat Bril had. Je raakt ook doordrongen van het verdrietige besef dat er veel te vroeg een man is overleden die nog zoveel moois had kunnen schrijven. Gelukkig heeft hij ons wel heel veel fijne bundels nagelaten!
Martin Bril | Het evenwicht
Martin Bril | De kleine keizer
Martin Bril | Rokjesdag
Martin Bril | Buurtgeluiden
Martin Bril
Martin Bril op Wikipedia
flickr
In Mijn leven als hond heeft Martin Bril zijn mooiste verhalen bijeengebracht over de omgang tussen dier en mens. Hij schrijft over de zingende merel in de binnentuin, de clientèle van dierenspeciaalzaak Priscilla, de poes die van huis is weggelopen, ezels langs de snelweg, ooievaars in Terwispel en muggen. En hij schrijft over honden, in het bijzonder over zijn eigen hond. Het dagelijkse ommetje in de vroege ochtend, als de stad nog slaapt maar Martin Bril al klaarwakker is, is een bijna constant element in deze schitterende verzameling dierenverhalen.
Speciaal voor dit boek schreef de hond van de familie Bril een inleiding, waarin hij een inkijkje geeft in het reilen en zeilen van Nederlands meest geliefde communist.
Ik zal het maar eerlijk bekennen: ik heb deze bundel in een opwelling gekocht vlak na Brils overlijden. Toen ik het in de boekhandel zag liggen, zag ik weer voor me hoe Bril een stuk uit het titelverhaal voorlas bij De Wereld Draait Door. Dat had me toen zo ontroerd, dat ik deze bundel moest kopen. Toen ik zelf het hele verhaal las, was ik weer ontroerd, omdat ik Brils stem hoorde tijdens het lezen.
Ook de andere columns in deze bundel zijn de moeite van het lezen meer dan waard overigens. Uit iedere column blijkt niet alleen het opmerkzame oog voor detail dat Bril had. Je raakt ook doordrongen van het verdrietige besef dat er veel te vroeg een man is overleden die nog zoveel moois had kunnen schrijven. Gelukkig heeft hij ons wel heel veel fijne bundels nagelaten!
Martin Bril | Het evenwicht
Martin Bril | De kleine keizer
Martin Bril | Rokjesdag
Martin Bril | Buurtgeluiden
Martin Bril
Martin Bril op Wikipedia
flickr
Labels:
20-11-2009,
21-11-2009,
columns,
fictie,
Martin Bril,
Mijn leven als hond,
Nederland,
Nederlands
zondag 9 augustus 2009
Jaap Scholten | Heer & Meester
Jaap Scholten - Heer & Meester Berichten uit de voormalige Dubbelmonarchie. Amsterdam/Antwerpen, Contact, december 2008 (2), 335 pagina's. September 2008 (1).
Toen de schrijver van Heer & Meester een jaar na de val van de muur in Boedapest kwam, werd hij verliefd: op een vrouw, een stad en een land. Laag in de straten hing een doordringende bruinkooldamp, de brede boulevards waren gevuld met Trabantjes en de negentiende-eeuwse gevels zaten vol kogelgaten.
Jaren later gingen de schrijver en zijn vrouw terug en vervulden een gezamenlijke droom: ze kochten een bouwval in Boedapest en een boerderij in de van god verlaten zuidelijke heuvels en gingen het leven van weleer leiden: zomers op het land, 's winters in de stad.
In een heldere stijl en met oog voor detail verweeft Scholten het persoonlijke en het historische en schept hij een beeld van een veranderende samenleving en een verdwijnende wereld. Tegelijk verhaalt hij beeldend en bij vlagen hilarisch over hoe het is je te vestigen in een nieuw land.
Jaap Scholten woont al weer een hele tijd in Hongarije. In deze bundel columns, die eerder in NRC Handelsblad verschenen, beschrijft Scholten zijn ervaringen in het land van pálinka en paprika. Ook bezoekt hij streken in Slowakije en Roemenië waar sinds de grensverschuivingen na de Tweede Wereldoorlog grote Hongaarse minderheden wonen.
Uit wat ik hier tot nu toe heb besproken moge duidelijk zijn dat ik erg geïnteresseerd ben in wat ik noem emigrantenliteratuur, waarin Oost-Europeanen (vooral Russen) hun ervaringen beschrijven als zij emigreren naar West-Europa en Amerika. Ik vond dit boek zo interessant, omdat het nu juist eens gaat om een omgekeerde beweging, van west naar oost.
Via Scholtens ogen maak je kennis met het huidige Hongarije. Hij beschrijft de gevolgen van veertig jaar overheersing door Hongaarse en Russische communisten op de huidige samenleving, de tegenstelling tussen de stad (Boedapest) en het platteland, de corruptie, de medische zorg, Hongaarse vrouwen, zigeuners (bijvoorbeeld in wel vier stukken over een reis naar Roemenië om met leden van de Taraf de Haïdouks te spreken!) en ga zo maar door. Scholtens' 'inburgering', zoals dat hier wordt genoemd, loopt verder als een rode draad door het boek. Scholtens schaamt zich bijvoorbeeld niet om regelmatig te refereren aan zijn gebrekkige kennis van het Hongaars.
Scholtens' beschouwingen van hoe het leven ook kan zijn je als Nederlander een spiegel voor. Scholten beschrijft het land en de mensen die hij er ontmoet op een onderhoudende manier. Zijn taal is helder, de verhalen persoonlijk, vaak grappig, soms verbijsterend, altijd interessant en vooral ontzettend herkenbaar voor eenieder die wel eens langere tijd in Oost-Europa heeft gewoond. Dit boek is echter zeker ook een aanrader voor hen die niet 'bezeten' zijn van Oost-Europa!
Jaap Scholten op Wikipedia
Jaap Scholten | Kameraad Baron
Jaap Scholten | De wet van Spengler
flickr
Toen de schrijver van Heer & Meester een jaar na de val van de muur in Boedapest kwam, werd hij verliefd: op een vrouw, een stad en een land. Laag in de straten hing een doordringende bruinkooldamp, de brede boulevards waren gevuld met Trabantjes en de negentiende-eeuwse gevels zaten vol kogelgaten.
Jaren later gingen de schrijver en zijn vrouw terug en vervulden een gezamenlijke droom: ze kochten een bouwval in Boedapest en een boerderij in de van god verlaten zuidelijke heuvels en gingen het leven van weleer leiden: zomers op het land, 's winters in de stad.
In een heldere stijl en met oog voor detail verweeft Scholten het persoonlijke en het historische en schept hij een beeld van een veranderende samenleving en een verdwijnende wereld. Tegelijk verhaalt hij beeldend en bij vlagen hilarisch over hoe het is je te vestigen in een nieuw land.
Jaap Scholten woont al weer een hele tijd in Hongarije. In deze bundel columns, die eerder in NRC Handelsblad verschenen, beschrijft Scholten zijn ervaringen in het land van pálinka en paprika. Ook bezoekt hij streken in Slowakije en Roemenië waar sinds de grensverschuivingen na de Tweede Wereldoorlog grote Hongaarse minderheden wonen.
Uit wat ik hier tot nu toe heb besproken moge duidelijk zijn dat ik erg geïnteresseerd ben in wat ik noem emigrantenliteratuur, waarin Oost-Europeanen (vooral Russen) hun ervaringen beschrijven als zij emigreren naar West-Europa en Amerika. Ik vond dit boek zo interessant, omdat het nu juist eens gaat om een omgekeerde beweging, van west naar oost.
Via Scholtens ogen maak je kennis met het huidige Hongarije. Hij beschrijft de gevolgen van veertig jaar overheersing door Hongaarse en Russische communisten op de huidige samenleving, de tegenstelling tussen de stad (Boedapest) en het platteland, de corruptie, de medische zorg, Hongaarse vrouwen, zigeuners (bijvoorbeeld in wel vier stukken over een reis naar Roemenië om met leden van de Taraf de Haïdouks te spreken!) en ga zo maar door. Scholtens' 'inburgering', zoals dat hier wordt genoemd, loopt verder als een rode draad door het boek. Scholtens schaamt zich bijvoorbeeld niet om regelmatig te refereren aan zijn gebrekkige kennis van het Hongaars.
Scholtens' beschouwingen van hoe het leven ook kan zijn je als Nederlander een spiegel voor. Scholten beschrijft het land en de mensen die hij er ontmoet op een onderhoudende manier. Zijn taal is helder, de verhalen persoonlijk, vaak grappig, soms verbijsterend, altijd interessant en vooral ontzettend herkenbaar voor eenieder die wel eens langere tijd in Oost-Europa heeft gewoond. Dit boek is echter zeker ook een aanrader voor hen die niet 'bezeten' zijn van Oost-Europa!
Jaap Scholten op Wikipedia
Jaap Scholten | Kameraad Baron
Jaap Scholten | De wet van Spengler
flickr
zaterdag 3 november 2007
Dolf Jansen | Spierbundel
Dolf Jansen - Spierbundel. Amsterdam, Uitgeverij Thomas Rap, 2004.
Zijn columns gaan over sport, en seks. Maar ook over verwarring, drugs en doping, Balkenende, kerstkaarten, de NS en de VS. Dolf Jansen is overal, heeft overal een mening over, en hij verkondigt die overal. Te veel en te vaak voor een normaal mens om bij te houden, en voor de cabaretier, columnist en programmamaker zelf al helemaal. Hij schijnt zelfs zo nu en dan columns tegen te komen waarvan hij niet meer wist dat-ie ze geschreven had, laat staan dat ze ergens in stonden. Daarom zijn – heel prettig ook voor de schrijver zelf – in Spierbundel columns verzameld van de afgelopen acht jaar die nog niet voorkwamen in zijn eerdere boeken Stopnaald in maillot en Man zkt. sport (vrouw geen bezwaar). Maar dit boek is er ook voor de steeds grotere schare die Dolf in zijn kielzog probeert bij te benen. Om te weten waar de schrijver staat, in de wereld, waar het heengaat, met de wereld, en waarom dat zo is. Even een moment van bezinning, een pas op de plaats, een terugkijken met een glimlach, om daarna weer gelouterd en in volle vaart de toekomst tegemoet te snellen. In fuksnaam, welteverstaan.
Het eerste gedeelte bevat columns over hardlopen en sport, het tweede gedeelte columns die geschreven zijn voor het radioprogramma Spijkers met Koppen, het derde gedeelte bevat columns over uiteenlopende onderwerpen.
Een aardige bundel om even tussendoor te lezen. De stukjes over hardlopen vond ik erg leuk om te lezen. Van de stukjes uit het derde gedeelte was een aantal columns niet nagelezen op spel- en grammaticale fouten. Jammer.
Dolf Jansen
Dolf Jansen | Altijd verder
flickr
Zijn columns gaan over sport, en seks. Maar ook over verwarring, drugs en doping, Balkenende, kerstkaarten, de NS en de VS. Dolf Jansen is overal, heeft overal een mening over, en hij verkondigt die overal. Te veel en te vaak voor een normaal mens om bij te houden, en voor de cabaretier, columnist en programmamaker zelf al helemaal. Hij schijnt zelfs zo nu en dan columns tegen te komen waarvan hij niet meer wist dat-ie ze geschreven had, laat staan dat ze ergens in stonden. Daarom zijn – heel prettig ook voor de schrijver zelf – in Spierbundel columns verzameld van de afgelopen acht jaar die nog niet voorkwamen in zijn eerdere boeken Stopnaald in maillot en Man zkt. sport (vrouw geen bezwaar). Maar dit boek is er ook voor de steeds grotere schare die Dolf in zijn kielzog probeert bij te benen. Om te weten waar de schrijver staat, in de wereld, waar het heengaat, met de wereld, en waarom dat zo is. Even een moment van bezinning, een pas op de plaats, een terugkijken met een glimlach, om daarna weer gelouterd en in volle vaart de toekomst tegemoet te snellen. In fuksnaam, welteverstaan.
Het eerste gedeelte bevat columns over hardlopen en sport, het tweede gedeelte columns die geschreven zijn voor het radioprogramma Spijkers met Koppen, het derde gedeelte bevat columns over uiteenlopende onderwerpen.
Een aardige bundel om even tussendoor te lezen. De stukjes over hardlopen vond ik erg leuk om te lezen. Van de stukjes uit het derde gedeelte was een aantal columns niet nagelezen op spel- en grammaticale fouten. Jammer.
Dolf Jansen
Dolf Jansen | Altijd verder
flickr
Labels:
03-11-2007,
columns,
Dolf Jansen,
korte verhalen,
Nederland,
Nederlands,
non-fictie,
Spierbundel
Abonneren op:
Posts (Atom)
