Joris Luyendijk - Je hebt het niet van mij, maar... Een maand aan het Binnenhof.
Amsterdam, Podium, december 2010 (6), 111 pagina's. November 2010 (1).
Zelf spreken ze van de 'Haagse kaasstolp' en van 'de vierkante kilometer rond het Binnenhof'. De politici, journalisten, voorlichters en lobbyisten die samen ons beeld van de landelijke politiek bepalen, opereren in een zeer aparte biotoop. Ze kunnen vaak minder zeggen dan ze weten, en moeten soms toneel spelen, voor en achter de schermen.
Joris Luyendijk liep een maand rond in de fascinerende en zo en dan verbijsterende, beklemmende wereld van de Haagse politiek. Je hebt het niet van mij, maar... is zijn verslag.
Joris Luyendijk (1971) is schrijver, journalist en presentator. Eerder schreef hij Een goede man slaat soms zijn vrouw, Een tipje van de sluier en de internationaal geprezen bestseller Het zijn net mensen.
Met Het zijn net mensen toonde Luyendijk aan dat je, als je het journaal kijkt of de krant leest, vaak een gekleurde presentatie van de werkelijkheid voorgeschoteld krijgt. Sinds ik dat boek heb gelezen, vraag ik me vaker af of dat wat je ziet of leest inderdaad is zoals het gepresenteerd wordt. Heeft Je hebt het niet van mij, maar… datzelfde effect op mij gehad?
Ja. Het boekje is weliswaar in een veel korter tijdsbestek ontstaan – na een periode van maar één maand aan het Binnenhof – en het beslaat veel minder pagina’s, maar het beeld dat Luyendijk schetst is eigenlijk net zo ontluisterend. Dat wat je eigenlijk al wel weet – dat de waan van de dag die de discussies in de Tweede Kamer kenmerkt vooral wordt beïnvloed door lobbyisten, voorlichters en in mindere mate ambtenaren – blijkt inderdaad zo te zijn. Hoe zeer men van elkaar afhankelijk is voor het voortbestaan van het systeem, realiseer je je als buitenstaander echter niet.
Daarom is het goed om dit verslag te lezen, zodat je de dagelijkse proefballonnetjes met de nodige scepsis kunt bekijken. Zo vroeg ik mij af, wie Tweede Kamerlid voor Groen Links Ineke van Gent had ingefluisterd dat het een goed idee is om 'OV-Miles' in te voeren…
Joris Luyendijk
flickr
Posts tonen met het label 13-03-2011. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 13-03-2011. Alle posts tonen
woensdag 16 maart 2011
zondag 13 maart 2011
Bart Chabot | De patatbalie
Bart Chabot: De Patabalie In het spoor van de verkiezingskaravaan. Amsterdam, De Bezig Bij, september 2010 (2), 219 pagina's. September 2010 (1).
Bart Chabot is een van de meest spraakmakende vaste gasten van het tv-programma Pauw & Witteman. Als een doorgewinterde journalist legde hij zijn oor te luisteren in de wandelgangen van het Haagse Binnenhof en hing hij aan de 'Patatbalie': de informele ontmoetingsplek voor politici en de media waar onder de roos vaak het echte harde nieuws wordt uitgewisseld. Chabot betrapte Emile Roemer tijdens een hazenslaapje, hij noteerde de afbladdering van Job 'De Verlosser' Cohen tijdens de eerste campagneweken en signaleerde de Wederopstanding van Mark Rutte toen zijn Haagse collega's nog aan dat idee moesten wennen. Hoogtepunt was het aan de kaak stellen van de zogenaamde 'vuilniszakkenjournalistiek', dat landelijk nieuws werd.
In De Patatbalie schrijft Chabot met veel humor en met een vlijmscherp pennetje over de wereld achter de schermen van het Binnenhof en over de sinistere kant van de Haagse politiek.
Wie Bart Chabot wel eens op tv of in het echt heeft gezien, kan er niet aan ontkomen. Heb je zijn stem gehoord, dan hoor je die stem ook als je zijn geschreven teksten leest. Chabots stem heeft mij tijdens het lezen van deze bundel columns dan ook begeleid.
Ik houd wel van de opgejaagde, soms qua onderwerp nogal uitwaaierende manier waarop Chabot zich door wat hij wil zeggen heen worstelt. Chabot schrijft niet helemaal zoals hij praat, want de stukjes in deze bundel zijn goed te volgen. De stukjes zijn ontstaan door de reportages die Chabot maakte over de Tweede Kamerverkiezingen in 2010 voor het tv-programma Pauw & Witteman. Sommige fragmenten verschenen eerder in de Haagsche Courant.
Verwacht van Chabot geen diepgaande staatsrechtelijke analyses van de verkiezingen of van de machinaties die in Den Haag gebruikelijk zijn. Wel mag je verwachten dat je op een onderhoudende manier met de ogen van een 'buitenstaander' naar het verkiezingscircus kijkt.
Interessant was bijvoorbeeld, dat Chabot in Enschede wachtte tot de PvdA-karavaan weer was vertrokken, om aan de man die even daarvoor een rode ros en een flyer van Wouter Bos had ontvangen te vragen of hij daardoor nu ook op de PvdA zou stemmen. Het antwoord was, en dat verrast niet, nee. Ook de stukjes over het interview dat Chabot maakte met André Rouvoet en over de viering van de verjaardag van ex-premier Jan Peter Balkenende vond ik bijzonder vermakelijk.
Chabot gaat daar door, waar andere verslaggevers normaal gesproken ophouden. Een leuk boekje!
Bart Chabo | Diepere lagen
Bart Chabot
flickr
Bart Chabot is een van de meest spraakmakende vaste gasten van het tv-programma Pauw & Witteman. Als een doorgewinterde journalist legde hij zijn oor te luisteren in de wandelgangen van het Haagse Binnenhof en hing hij aan de 'Patatbalie': de informele ontmoetingsplek voor politici en de media waar onder de roos vaak het echte harde nieuws wordt uitgewisseld. Chabot betrapte Emile Roemer tijdens een hazenslaapje, hij noteerde de afbladdering van Job 'De Verlosser' Cohen tijdens de eerste campagneweken en signaleerde de Wederopstanding van Mark Rutte toen zijn Haagse collega's nog aan dat idee moesten wennen. Hoogtepunt was het aan de kaak stellen van de zogenaamde 'vuilniszakkenjournalistiek', dat landelijk nieuws werd.
In De Patatbalie schrijft Chabot met veel humor en met een vlijmscherp pennetje over de wereld achter de schermen van het Binnenhof en over de sinistere kant van de Haagse politiek.
Wie Bart Chabot wel eens op tv of in het echt heeft gezien, kan er niet aan ontkomen. Heb je zijn stem gehoord, dan hoor je die stem ook als je zijn geschreven teksten leest. Chabots stem heeft mij tijdens het lezen van deze bundel columns dan ook begeleid.
Ik houd wel van de opgejaagde, soms qua onderwerp nogal uitwaaierende manier waarop Chabot zich door wat hij wil zeggen heen worstelt. Chabot schrijft niet helemaal zoals hij praat, want de stukjes in deze bundel zijn goed te volgen. De stukjes zijn ontstaan door de reportages die Chabot maakte over de Tweede Kamerverkiezingen in 2010 voor het tv-programma Pauw & Witteman. Sommige fragmenten verschenen eerder in de Haagsche Courant.
Verwacht van Chabot geen diepgaande staatsrechtelijke analyses van de verkiezingen of van de machinaties die in Den Haag gebruikelijk zijn. Wel mag je verwachten dat je op een onderhoudende manier met de ogen van een 'buitenstaander' naar het verkiezingscircus kijkt.
Interessant was bijvoorbeeld, dat Chabot in Enschede wachtte tot de PvdA-karavaan weer was vertrokken, om aan de man die even daarvoor een rode ros en een flyer van Wouter Bos had ontvangen te vragen of hij daardoor nu ook op de PvdA zou stemmen. Het antwoord was, en dat verrast niet, nee. Ook de stukjes over het interview dat Chabot maakte met André Rouvoet en over de viering van de verjaardag van ex-premier Jan Peter Balkenende vond ik bijzonder vermakelijk.
Chabot gaat daar door, waar andere verslaggevers normaal gesproken ophouden. Een leuk boekje!
Bart Chabo | Diepere lagen
Bart Chabot
flickr
Labels:
13-03-2011,
Bart Chabot,
columns,
De Patatbalie,
Nederland,
Nederlands,
non-fictie
Howard Jacobson | The Finkler Question
Howard Jacobson - The Finkler Question. London, Bloomsbury, 2010, 307 pagina's.
'He should have seen it coming. His life had been one mishap after another. So he should have been prepared for this one'.
Julian Treslove, a professionally unspectacular and disappointed BBC worker, and Sam Finkler, a popular Jewish philosopher, writer and television personality, are old school friends. Despite a prickly relationship and very different lives, they've never quite lost touch with each other - or with their former teacher, Libor Sevick, a Czechoslovakian always more concerned with the wider world than with exam results.
Now, both Libor and Finkler are recently widowed, and with Treslove, his chequered and unsuccessful record with women rendering him an honorary third widower, they dine at Libor's grand, central London apartment. It's a sweetly painful evening of reminiscence in which all three remove themselves to a time before they had loved and lost; a time before they had fathered children, before the devastation of separations, before they had prized anything greatly enough to fear the loss of it. Better, perhaps, to go through life without knowing happiness at all because that way you had less to mourn? Treslove finds he has tears enough for the unbearable sadness of both his friends' losses.
And it's that very evening, at exactly 11:30pm, as Treslove hesitates a moment outside the window of the oldest violin dealer in the country as he walks home, that he is attacked. After this, his whole sense of who and what he is will slowly and ineluctably change.
The Finkler Question is a scorching story of exclusion and belonging, justice and love, ageing, wisdom and humanity. Funny, furious, unflinching, this extraordinary novel shows one of our finest writers at his brilliant best.
In The Finkler Question draait het om de vriendschap tussen drie oudere mannen: de hoogbejaarde Tsjech Libor Sevick, die al jaren in Londen woont, en zijn twee voormalige leerlingen, BBC-programmamaker Julian Treslove en de filosoof en tv-persoonlijkheid Sam Finkler. De eerste en de laatste zijn joods en onlangs weduwnaar geworden, Treslove is niet joods en was nooit getrouwd. De mannen zijn allen op hun eigen manier even eenzaam en daarmee tot elkaar veroordeeld.
Na een etentje bij Libor wordt Treslove op straat beroofd. Hij denkt dat de dader een vrouw is, en dat zij iets riep dat klonk als 'Jij Jood!', terwijl ze hem beroofde. Treslove klampt zich aan die indruk vast, om zijn schaamte over het voorval te verminderen: de dader beging haar daad uit haat tegen de Joden. Dat idee gaat zo zijn eigen leven leiden, dat Treslove besluit dat hij wel een Jood moet zijn. Hij stort zich de rest van de roman op het vervolmaken van zijn joodse identiteit. Tegelijkertijd wendt Finkler zich steeds meer van zijn joodse identiteit af, en koester Libor zijn herinneringen aan hoe het joodse leven vroeger was.
Treslove’s zoektocht neemt de niet-joodse lezer mee op een eigen ontdekkingstocht naar het joodse leven in de eenentwintigste eeuw. Het meest springt de worsteling in het vinden van een balans tussen het besef van de harde feiten van de Holocaust en de harde feiten van de bezetting van de Palestijnse gebieden door Israël in het oog. Vooral Finkler wordt door dit besef gekweld, alhoewel je je ook kunt afvragen of hij niet ook door andere motieven wordt geleid als hij lid wordt van een groep die zichzelf ASHamed Jews noemt.
Ook beschrijft Jacobson hoe Treslove zich in religieus-filosofische literatuur verdiept – en al na een paar zinnen niet meer begrijpt wat er staat –, hoe Treslove zich verwondert over wat hij ziet als typisch Joodse manieren van uitdrukken en typisch Joodse humor – waar hij de finesses maar niet van kan begrijpen en waarbij zijn eigen pogingen steeds stranden – en hoe Treslove zich koestert in de warmte die zijn nieuwe Joodse vriendin, een achternicht van Libor, uitstraalt zonder dat zij hier iets voor hoeft te doen.
Ik vond ongeveer de eerste driekwart van de roman fenomenaal. De zelfspot – cynisch en daarom zo aanstekelijk – deed me denken aan de toon in bijvoorbeeld Foers Everything is Illuminated en in de romans van Joods-Russische schrijvers als Dina Rubina, Lyudmila Ulitskaya en de vorig jaar overleden Efraim Sevela. Ik heb hardop gegrinnikt bij het lezen van sommige passages.
The Flinker Question eindigt op meerdere manieren tragisch. Dat heb ik liever dan een dwangmatig positief einde. Toch had ik bij dit einde ook een beetje een onbevredigd gevoel. Alsof Jacobson opeens besloit dat het welletjes was met deze roman. Dat gevoel weerhoudt me er echter niet van om deze roman van harte aan te bevelen. Jacobson kreeg er immers niet voor niets de Booker Prize 2010 voor!
Howard Jacobson op Wikipedia (Engels)
flickr
'He should have seen it coming. His life had been one mishap after another. So he should have been prepared for this one'.
Julian Treslove, a professionally unspectacular and disappointed BBC worker, and Sam Finkler, a popular Jewish philosopher, writer and television personality, are old school friends. Despite a prickly relationship and very different lives, they've never quite lost touch with each other - or with their former teacher, Libor Sevick, a Czechoslovakian always more concerned with the wider world than with exam results.
Now, both Libor and Finkler are recently widowed, and with Treslove, his chequered and unsuccessful record with women rendering him an honorary third widower, they dine at Libor's grand, central London apartment. It's a sweetly painful evening of reminiscence in which all three remove themselves to a time before they had loved and lost; a time before they had fathered children, before the devastation of separations, before they had prized anything greatly enough to fear the loss of it. Better, perhaps, to go through life without knowing happiness at all because that way you had less to mourn? Treslove finds he has tears enough for the unbearable sadness of both his friends' losses.
And it's that very evening, at exactly 11:30pm, as Treslove hesitates a moment outside the window of the oldest violin dealer in the country as he walks home, that he is attacked. After this, his whole sense of who and what he is will slowly and ineluctably change.
The Finkler Question is a scorching story of exclusion and belonging, justice and love, ageing, wisdom and humanity. Funny, furious, unflinching, this extraordinary novel shows one of our finest writers at his brilliant best.
In The Finkler Question draait het om de vriendschap tussen drie oudere mannen: de hoogbejaarde Tsjech Libor Sevick, die al jaren in Londen woont, en zijn twee voormalige leerlingen, BBC-programmamaker Julian Treslove en de filosoof en tv-persoonlijkheid Sam Finkler. De eerste en de laatste zijn joods en onlangs weduwnaar geworden, Treslove is niet joods en was nooit getrouwd. De mannen zijn allen op hun eigen manier even eenzaam en daarmee tot elkaar veroordeeld.
Na een etentje bij Libor wordt Treslove op straat beroofd. Hij denkt dat de dader een vrouw is, en dat zij iets riep dat klonk als 'Jij Jood!', terwijl ze hem beroofde. Treslove klampt zich aan die indruk vast, om zijn schaamte over het voorval te verminderen: de dader beging haar daad uit haat tegen de Joden. Dat idee gaat zo zijn eigen leven leiden, dat Treslove besluit dat hij wel een Jood moet zijn. Hij stort zich de rest van de roman op het vervolmaken van zijn joodse identiteit. Tegelijkertijd wendt Finkler zich steeds meer van zijn joodse identiteit af, en koester Libor zijn herinneringen aan hoe het joodse leven vroeger was.
Treslove’s zoektocht neemt de niet-joodse lezer mee op een eigen ontdekkingstocht naar het joodse leven in de eenentwintigste eeuw. Het meest springt de worsteling in het vinden van een balans tussen het besef van de harde feiten van de Holocaust en de harde feiten van de bezetting van de Palestijnse gebieden door Israël in het oog. Vooral Finkler wordt door dit besef gekweld, alhoewel je je ook kunt afvragen of hij niet ook door andere motieven wordt geleid als hij lid wordt van een groep die zichzelf ASHamed Jews noemt.
Ook beschrijft Jacobson hoe Treslove zich in religieus-filosofische literatuur verdiept – en al na een paar zinnen niet meer begrijpt wat er staat –, hoe Treslove zich verwondert over wat hij ziet als typisch Joodse manieren van uitdrukken en typisch Joodse humor – waar hij de finesses maar niet van kan begrijpen en waarbij zijn eigen pogingen steeds stranden – en hoe Treslove zich koestert in de warmte die zijn nieuwe Joodse vriendin, een achternicht van Libor, uitstraalt zonder dat zij hier iets voor hoeft te doen.
Ik vond ongeveer de eerste driekwart van de roman fenomenaal. De zelfspot – cynisch en daarom zo aanstekelijk – deed me denken aan de toon in bijvoorbeeld Foers Everything is Illuminated en in de romans van Joods-Russische schrijvers als Dina Rubina, Lyudmila Ulitskaya en de vorig jaar overleden Efraim Sevela. Ik heb hardop gegrinnikt bij het lezen van sommige passages.
The Flinker Question eindigt op meerdere manieren tragisch. Dat heb ik liever dan een dwangmatig positief einde. Toch had ik bij dit einde ook een beetje een onbevredigd gevoel. Alsof Jacobson opeens besloit dat het welletjes was met deze roman. Dat gevoel weerhoudt me er echter niet van om deze roman van harte aan te bevelen. Jacobson kreeg er immers niet voor niets de Booker Prize 2010 voor!
Howard Jacobson op Wikipedia (Engels)
flickr
Abonneren op:
Posts (Atom)
