Posts tonen met het label openbare bibliotheek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label openbare bibliotheek. Alle posts tonen

zaterdag 19 april 2014

Annelies Timmerije | Slaapwandelen bij daglicht

Anneloes Timmerije - Slaapwandelen bij daglicht. Breda, De Geus, 2013, 217 pagina's.

Slaapwandelen bij daglicht bevat twaalf verhalen over ontmoetingen.
Elke ontmoeting vraagt om een waarheid, of om iets anders als de waarheid niet goed genoeg is en geeft een wending aan het leven van de personages, soms nauwelijks merkbaar, soms met gevolgen waar generaties later nog over wordt gesproken. De hoofdpersonen in de verhalen hebben een heel eigen kijk op de werkelijkheid, zij zien de wereld van de zijkant, en daardoor zijn de ontmoetingen nooit wat ze op het eerste gezicht lijken. Zelfs de eenvoudigste dingen kunnen anders zijn dan je denkt. Vanuit het gewone maakt Timmerije het bijzondere zichtbaar: dat is slaapwandelen bij daglicht.


Soms neem je een boek mee uit de bibliotheek omdat je er iets positiefs over hebt gelezen, soms om totaal andere redenen. In het geval van Slaapwandelen bij daglicht zag ik de omslag en was ik verkocht. Er staat een foto van een vos op de voorkant, gemonteerd op een voornamelijk oranje getekende achtergrond. Omdat ik een meisje ken dat vossen als knuffelbeesten heeft, was ik verkocht. Thuis bleek dat ik de titel al eens genoteerd had als een boek dat ik graag wilde lezen. Heeft de inhoud van het boek me net zo bekoord als de omslag?

Kort maar krachtig: ja. Ik las het boek in een drukke week, maar juist dan is het handig om een verhalenbundel te lezen. Ik keek er steeds weer naar uit om een nieuw verhaal te lezen. De meeste verhalen bestaan uit tien tot twintig bladzijden, een enkel verhaal is wat langer. Wat opvalt is dat Timmerije steeds ogenschijnlijk gewone mensen beschrijft, die gewone dingen beleven: de man die door twee vrouwen begeerd wordt, terwijl er echt maar één op kater Herman hoeft te passen, de AH-cassière die niet kan rekenen en opeens de oudere vaste klant in haar rij af te werken klanten mist, de thuiszorgmedewerkster die op de klok moet werken en gegijzeld wordt door haar cliënte, een oudere mevrouw, die ook wel eens een dag niet alleen wil zijn.

Ieder verhaal neemt een onverwachte wending, waardoor ik steeds verder wilde lezen. Die spanning blijft ook als je aan het volgende verhaal begint, omdat Timmerije de verhaallijnen steeds weer verrassend wendt en buigt. Timmerije schrijft niet wollig, meer zakelijk, kort en krachtig. Het eerste verhaal, De smaakmaker, opent met deze twee zinnen: 'Mijn naam is Maya Mees. Ik heb een kat uit het asiel en een broer die op sterven ligt.' Dit soort zinnen typeert direct alle verhalen in de bundel. Gecombineerd met mooie dialogen is ieder verhaal de moeite van het lezen meer dan waard.

Anneloes Timmerije

flickr

vrijdag 11 april 2014

Camilla Läckberg | Zeemeermin

Camilla Läckberg - Zeemeermin. Amsterdam, Anthos, 2010, 414 pagina's.
Oorspronkelijke Zweedse titel Sjöjungfrun, vertaald door Elina van der Heijden en Wiveca Jongeneel, 2008 (1).

In Fjällbacka is een man spoorloos verdwenen. Onderzoek van inspecteur Patrik Hedström en zijn collega's levert niets op. Vier maanden later wordt de man alsnog gevonden: vastgevroren in het ijs. Hij is vermoord.
In dezelfde periode ontvangt een kennis van het slachtoffer, de schrijver Christian Thydell, anonieme dreigbrieven. Thydell is druk met de lancering van zijn roman Zeemeermin en heeft geen zin om de politie in te schakelen. Uitgerekend op de avond van de boekpresentatie krijgt hij weer een uiterst intimiderende brief. Erica Falck, bevriend met de jonge schrijver, maakt zich zorgen en laat een van de brieven aan Patrik zien. Hij realiseert zich dat Christian in groot gevaar is: de afzender koestert een enorme wrok jegens hem en toont zich een zeer labiel persoon die geweld niet schuwt. Dan wordt in het dorp het lichaam van een tweede vermoorde man gevonden. Geen toeval, zo blijkt al snel.
Zeemeermin is de zesde thriller over inspecteur Patrick Hedström en Erika Falcke.


Weer is het me gelukt om een serie detectiveromans – want ik ervaar deze serie boeken meer als detectives dan als thrillers – niet in de juiste volgorde te lezen. De teller staat nu op deel 8, 1, 7 en 6. Dat werkt wat verwarrend, omdat de levens van hoofdpersonages Patrick Hedström en Erika Falcke steeds meer met elkaar verweven raken. Omdat Hedström en Falcke ook karakterontwikkeling doormaken, is die ontwikkeling voor mij er een van een stap vooruit en een sprong achteruit.

De inhoud Zeemeermin wordt hierboven goed geïntroduceerd. Verder behandelen is niet verstandig, omdat daarmee de ontrafeling van het plot ook duidelijk wordt. Wat ik er wel over wil zeggen, is dat Läckberg het plot meesterlijk presenteert, afwisselend in het heden en in een lange tijd naamloos verleden, herkenbaar aan de cursieve tekst. De roman is spannend tot aan het einde. Een fijne detective.

Camilla Läckberg | Engeleneiland

Camilla Läckberg op Wikipedia

flickr

zondag 6 april 2014

Ismail Kadare | Het reisverbod

Ismail Kadare - Het reisverbod: Reguiem voor Linda B. Amsterdam, Van Gennep, 2013, 208 pagina's.
Originele Albanese titel: E penguara. Requiem për Linda B. Vertaald door Roel Schuyt.

De beroemde toneelschrijver Rudian Stefa wordt door een onderzoekscommissie van de partij ondervraagd over zijn relatie met een meisje. Ze doelen op zijn minnares Migena, denkt hij, maar dat blijkt een misverstand. Het gaat hen om een vriendin van haar: Linda B., een meisje dat zelfmoord heeft gepleegd. Het vreemde is: hij heeft Linda B. eigenlijk niet gekend. Hij heeft alleen ooit, na een première, een boek voor haar gesigneerd – maar zonder te weten dat het exemplaar voor haar bestemd was.

Waarom wordt Rudian over Linda ondervraagd? Wat is haar relatie met Migena? Waarom pleegde zij zelfmoord? Linda B. blijkt op afstand verliefd te zijn geweest op Rudian, en hij op zijn beurt kan nu maar geen afscheid nemen van de mysterieuze figuur Linda B., het meisje uit de verbannen familie dat zo hartstochtelijk hield van Tirana, de stad die ze nu nooit te zien zou krijgen.

In Het reisverbod verweeft Ismail Kadare op fenomenale wijze de waanzin van het leven in communistisch Albanië met het mythische verhaal over Orpheus en Eurydice. Een intens tragische geschiedenis over liefde, macht en noodlot.


Op de achterflap van deze roman staat een citaat van Abdelkader Benali, dat luidt "Kadare zal als schrijver de tand des tijds doorstaan én zou de volgende Nobelprijs moeten winnen." Dat is nogal een ronkende aanprijzing. Ik zou graag de context waarin dit gezegd of geschreven is willen lezen, maar ik heb niet kunnen vinden. Mocht iemand het weten, meld het dan vooral.

Of Kadare de Nobelprijs verdient, daar kan ik moeilijk over oordelen. Wel realiseerde ik me bij het lezen van deze roman dat het goed past in Kadares enorme oeuvre. Kadare schrijft veel over Albanië, van folkloristisch aandoende werken die meerdere eeuwen geleden spelen tot werken die het moderne Albanië beschrijven.

Het reisverbod is dan ook aan de ene kant een beschrijving van het dagelijkse leven in het totalitair geregeerde Albanië van de jaren 1980. Het is echter onduidelijk of het land nog geregeerd wordt door Enver Hoxha, die in 1985 overleed. Feit is dat de banden met Cuba nog goed zijn, dat er aan allerlei dagelijkse producten gebrek is en dat de organen van de partij nog almachtig zijn. Iedereen is voor iedereen bang en iedere daad, elk woord kan ernstige gevolgen hebben. Aan de andere kant is Het reisverbod een haast romantisch boek over verlangen naar iets dat je niet kunt krijgen, en de vraag hoever je moet of kunt gaan om toch zo dicht mogelijk bij dat onbereikbare te komen.

Aan het begin van de roman wordt de toneelschrijver Rudian opgeroepen voor een gesprek met een commissie van de communistische partij. Zij proberen zijn relatie tot een meisje te ontrafelen. Dat het gaat om een meisje dat hij helemaal niet kent, dat ook nog eens zelfmoord blijkt te hebben gepleegd, blijkt al vrij snel. In de loop van de roman wordt ontrafeld hoe er toch een band blijkt te zijn tussen Rudian en het meisje Linda B., en waarom haar leven zo tragisch geëindigd is. Kadare schrijft daar mooi naar toe – tot het einde blijft het verhaal boeien. Een fijne roman, die het verdient om gelezen te worden, en dan niet alleen door lezers die geïnteresseerd zijn in Albanië.

Ismail Kadare op Wikipedia

flickr

zondag 30 maart 2014

Jan Vantoortelboom | De verzonken jongen

Jan Vantoortelboom | De verzonken jongen: roman. Amsterdam/Antwerpen, Uitgeverij Contact, maart 2011 (3), 301 pagina's. Februari 2011 (1).

Zorgeloos en beschermd. Zo gaan Stoffel en Bart Vanheule door het leven in het West-Vlaamse dorp Elverdinge. Moeder is huisvrouw en vader werkt als mecanicien. Elke zondag gaat het gezin plichtsgetrouw op bezoek bij grootvader Victor. Zijn gezicht is in tweeën gespleten door een litteken en het is die 'krijtlijn' die Stoffels verbeelding voedt. Geleidelijk aan sijpelt vertwijfeling over de herkomst van dat litteken door en lastige vragen en scherpe blikken van dorpsgenoten veroorzaken een toenemen gevoel van onrust bij Stoffel.

De dag voor Kerstmis wordt er een brief bezorgd die leidt tot ontzetting bij zijn ouders en grootvader verhangt zich zelfs in de oude schuur. Als moeder ook nog eens door ziekte komt te sterven valt het doek voorgoed voor het onbezorgde leven van de broers.

Jan Vantoortelboom (1975) is geboren te Torhout en opgegroeid in Elverdinge. Na zijn studie Germaanse filologie aan de Universiteit Gent en Trinity College Dublin belandde hij in het onderwijs. Hij is docent Engels aan de Hogeschool Zeeland en woont met zijn gezin in het landelijke Zeeuws-Vlaanderen.


De verzonken jongen nam ik mee naar huis uit de bibliotheek, omdat het boek dat ik eigenlijk wilde lezen van deze schrijver, Meester Mitraillette, nog lang niet beschikbaar is in de bibliotheek. Dat krijg je als een boek 'Boek van de maand' wordt in DWDD.

Deze debuutroman speelt net als Meester Mitraillette in het Vlaamse plaatsje Elverdinge en is gesitueerd in twee periodes: het begin van de vorige eeuw, voornamelijk vanuit het perspectief van opa Victor als jongeman, en de jaren 1970 en '80, geschreven vanuit het perspectief van Stoffel. De roman begint met de begrafenis van de moeder van Stoffel. Daarna wisselt in ieder hoofdstuk het perspectief en de tijd. Dit alles om de spanning rond het familiegeheim, waarvan Stoffel zich langzaamaan steeds bewuster wordt, op te bouwen.

De constructie van de roman sprak me aan. Ieder hoofdstuk kom je een beetje dichter bij de kern van het geheim, en door het wisselende perspectief blijf je alert. Het was moeilijk om het boek weg te leggen – ik heb de roman in twee dagen uitgelezen.

De verzonken jongen is net als De helaasheid der dingen van Dmitri Verhulst gesitueerd op het Vlaamse platteland, waar geroddeld en gekonkeld wordt. Opa Victor noemen ze een moordenaar en de moeder van Stoffel is een 'hoerenjong'. Opa Victor is een bijzonder personage, dat je angst inboezemt, ook al zie je hem niet werkelijk voor je. Stoffels angst en spanning slaan over op de lezer. De scènes waarin Stoffel 'stukjes' van zijn opa verzamelt, vol van angst, of waarin hij naar de slager moet en hij de scherpe ogen en tong van de dorpsgenoten vreest, vond ik mooi. Geen meesterwerk, maar wel een aangenaam boek.

Jan van Toortelboom

flickr

vrijdag 28 maart 2014

Esther Gerritsen | Dorst

Esther Gerritsen | Dorst. Breda, De Geus, 2012 (2), 216 pagina's. 2012 (1).

Coco en haar moeder Elizabeth zien elkaar sporadisch en lopen elkaar op een dag bij toeval tegen het lijf. De moeder vertelt tussen neus en lippen door dat ze niet lang meer te leven heeft. Coco voelt zich verantwoordelijk en trekt bij haar moeder in. De zieke Elizabeth verdraagt de aanwezigheid van haar dochter omdat ze weet dat van een moeder begrip en geduld wordt verwacht.


Dorst beschrijft de relatie tussen moeder Elisabeth en dochter Coco. De roman begint direct met een bijzondere scène: moeder en dochter komen elkaar toevallig tegen op straat tegen, ze hebben elkaar al een tijdje niet gezien en dan moet het hoge woord er ineens toch maar uit: moeder Elisabeth heeft kanker in een vergevorderd stadium. Ze zal niet lang meer leven.

Van Coco's studie Russisch kwam al niet veel terecht, haar oudere vriend lijkt haar te willen verlaten, ze moet uit haar kamer en ze schrikt van de boodschap dat haar moeder stervende is. Dan ligt de oplossing voor de hand: ze trekt bij haar moeder in, om haar direct ook tot het einde te verzorgen. Daarbij negeert ze het feit dat Elisabeth daar niet op zit te wachten. Elisabeth ziet de aanwezigheid van haar dochter in huis als een last, het 'grote dochterlichaam' zit haar in de weg, ook als het zich in een andere kamer op een andere verdieping bevindt. Coco probeert op een onhandige manier met moeder en haar vriend te communiceren, maar daarbij is ze vaak net zo weinig succesvol als haar moeder.

Dorst bestaat vooral uit dialoog, waarin je duidelijk merkt dat Gerritsen veel toneelstukken heeft geschreven. Het zijn karige zinnen, maar ieder woord is raak. De problematische verhouding tussen moeder en dochter blijkt overduidelijk uit die hortende en stotende dialogen. Coco wil weten waar het verkeerd is gegaan, nadat ze van haar vader heeft gehoord dat haar moeder haar als peuter opsloot in haar kamer. Uit de hoofdstukken die vanuit het perspectief van Elisabeth zijn geschreven leren we dat 'het kind' te veel besmeurde en kapotmaakte in huis. Het was rustiger om het kind dan maar in haar kamer op te sluiten. Maar, dat deed ze pas regelmatig nadat ze had vastgesteld dat het kind daar net vaker van ging huilen.

Dorst biedt geen hoop: moeder en dochter komen er samen niet uit, hun relatie blijft schuren en schrijnen, tot de moeder overlijdt. De dialogen in Dorst zijn meesterlijk geschreven en het onvermogen om echt te praten is bijzonder pijnlijk. Ik sloot het boek met tegenzin, en het zong nog dagen na in mijn hoofd. Een bijzonder goed boek, dat het verdient om door iedereen gelezen te worden.

Esther Gerritsen | Superduif

Esther Gerritsen op Wikipedia

flickr

vrijdag 18 januari 2013

Donna Leon | Fatalità

Donna Leon - Fatalità. Amsterdam, De Boekerij, 2000, 206 pagina's.
Oorspronkelijke Engelse titel: Fatal Remedies, vertaald door Els Franci-Ekeler.

Fatalità is al weer de achtste misdaadroman met de sympathieke commissaris Guido Brunetti in de hoofdrol. Opnieuw voert Donna Leon de lezer langs de pasticceria's, de steegjes, de palazzi, de eeuwenoude bruggen en de kanalen van Venetië.

Voor commissaris Guido Brunetti begint het allemaal vroeg in de ochtend met een telefoontje. Een vandaal heeft zojuist een steen gegooid door de ruit van een reisbureau. De dader, die ter plaatse is aangehouden, is Paola, Brunetti's eigen vrouw. De actie van Paola veroorzaakt een crisis in het huwelijk van de Brunetti's. Maar ook het werk vereist het uiterste van Brunetti: een overval door leden van de maffia lijkt in verband te staan met een verdacht dodelijk ongeluk. Zijn superieuren willen resultaat, en snel. Wanneer zijn persoonlijke en professionele leven botsen, vreest Brunetti voor zijn carrière. En als Paola niet alleen van vandalisme wordt verdacht, maar ook nog van moord, wordt de druk op Brunetti bijna te groot.


Ik las Fatalità terwijl ik met griep in bed lag. In mijn beleving zijn Leons boeken perfect voor de momenten waarop je hoofd al wel weer een beetje geïnteresseerd is in de wereld om je heen, terwijl je lichaam daar duidelijk nog niet aan toe is.

Fatalità is het achtste deel van de serie die Leon schrijft over commissario Brunetti. Dit boek wijkt af van de voorgaande, omdat de relatie tussen Brunetti en zijn vrouw, Paola, hier een centrale rol heeft. Hun huwelijk komt onder druk te staan, doordat Paola haar aankondiging dat zij een steen door de ruiten van een reisbureau dat zou meewerken aan seksreizen naar het Verre Oosten daadwerkelijk uitvoert. Ze doet dit vervolgens niet één, maar twee keer. Die tweede keer kan Brunetti een arrestatie niet voorkomen, en dat is het begin van een grote problemen voor commissario Brunetti en zijn vrouw.

Het plot van Fatalità zit, zoals we dat gewend zijn, ingenieus in elkaar, waardoor het boek onderhoudend was tot het einde. De tweede verhaallijn vond ik echter het boeiendst. Leon plaatst twee uitersten tegenover elkaar: de idealistisch ingestelde, bevlogen Paola, die zelfs een misdrijf wil plegen en zich daarvoor wil laten arresteren om haar punt duidelijk te maken, tegenover commissario Brunetti, die ervan overtuigd is dat het bestrijden van misdaad goed en noodzakelijk is, maar slechts dan wanneer dat plaatsvindt binnen de kaders van de wet. Als het niet overtreden van de wetten in zijn land betekent dat mensen die een overtreding of misdrijf begaan vrijuit kunnen gaan, moet dat dan maar zo zijn.

Daarmee raakt Leon een gevoelig punt, waarover je lang kunt discussiëren. Mag je bijvoorbeeld proefdieren bevrijden uit laboratoria waar medicijnen op die dieren worden getest, als jij ervan overtuigd bent dat deze dieren onacceptabel leed wordt aangedaan of kies je ervoor geen producten te kopen die op dieren getest zijn? Mag je een bom bij een gebouw van jouw staat tot ontploffing brengen als je het niet eens bent met de politiek die je land voert, zelfs als medeburgers daarbij het risico lopen slachtoffer van jouw bom te worden? Heiligt het doel alle middelen, dat is wat Leon zich in Fatalità afvraagt.

Donna Leon | Nobiltà
Donna Leon | Een stille dood
Donna Leon | Acqua alta
Donna Leon | Salto Mortale
Donna Leon | De dood draagt rode schoenen
Donna Leon | Duister glas
Donna Leon | Dood in den vreemde
Donna Leon | Death at La Fenice

Donna Leon op Wikipedia (Engels)

flickr

maandag 7 januari 2013

Jan Paul Bresser | Het verdriet van Eline

Jan Paul Bresser - Het verdriet van Eline: Verhalen. Amsterdam, Anthos, 2011, 206 pagina's.

Een ode aan het leven, aan Den Haag en aan de verbeelding.

De ontroerende verhalen in Het verdriet van Eline vormen met elkaar een mozaïek van levensgeschiedenissen in de oude Haagse binnenstad en daarbuiten. Zelden werd de wereld van ouderen zo indringend en puur beschreven.


Ik lees zowel romans als korte verhalen. Er kleeft echter altijd wel één maar aan een bundel korte verhalen, vind ik. Om de zoveel pagina's worden andere hoofdpersonen, locaties, (historische) gebeurtenissen ten tonele gevoerd. Het aardige nu van Het verdriet van Eline is dat deze bundel korte verhalen bevat met een gemeenschappelijke deler: de stad Den Haag. Bresser beschrijft oudere Hagenezen, allen woonachtig in het Hofkwartier. De meeste verhalen spelen zich dan ook daar af. Sommige personages figureren in meer dan één verhaal, waardoor de verhalen ook op die manier met elkaar samenhangen.

De titel Het verdriet van Eline zette me op het verkeerde been. Ik verwachtte een non-fictie boek, bijvoorbeeld over de plaatsen waar Couperus' Eline Vere zich afspeelt, of over de impact die die feuilleton-roman indertijd heeft gehad. Het verdriet van Eline is echter pure fictie, waarin de realiteit van het heden (verwijzingen naar bijvoorbeeld Twitter, de Tweede Kamer en Hirsi Ali) wel aanwezig zijn, maar meestal niet de boventoon voeren.

Mijn misvatting heeft me niet gehinderd bij het lezen van het boek, sterker nog, de verrassing was des te groter toen bleek waar het boek wel over ging. De maatschappij vindt het niet erg modieus om te schrijven over de 'oudere mens', en daarmee zijn de keuzes die Bresser maakt heel moedig. Alles moet immers maar snel, jachtig, sappig en liefst ook nog sexy zijn wil je met je boek op tv komen en dus je boek verkopen aan het grote publiek. Bresser zet zich tegen de tijdsgeest af door verhalen te schrijven die doordrenkt zijn van geschiedenis.

De meeste verhalen ontroerden me echt. Soms op een prettig melancholische manier – zoals in het verhaal De zonderling, over een man die na zijn pensionering ineens liefde voor de poëzie opvat –, maar soms ook op bijzonder schrijnende, tragische manier. Het verhaal Eerste luier over een man die per trein naar Gouda reist, omdat hij zijn incontinentiemateriaal niet in zijn eigen stad durft te kopen, heeft me bijna aan het huilen gekregen. Dat geldt ook voor het verhaal Geestgronden, waarin pas uit de laatste zin blijkt hoe tragisch de insteek van het verhaal eigenlijk is.

Het verdriet van Eline is niet alleen voor Hagenezen interessant, maar voor iedere Nederlander die iets verder wil kijken dan de eigen (jonge) neus lang is.

Jan Paul Bresser

flickr

donderdag 6 december 2012

Nelleke Noordervliet | Vrij man

Nelleke Noordervliet – Vrij man. Amsterdam/Antwerpen, Uitgeverij Augustus, mei 2012 (2), 464 pagina's. Mei 2012 (1).

Van bol.com, vanwege het ontbreken van tekst op de achterflap:
Plaats van handeling:
De Republiek der Zeven Verenigde Provinciën en de Nieuwe Wereld. Hoofdpersoon: arts en jurist Menno Molenaar, die na de vroege dood van zijn vader het genadebrood van zijn Rotterdamse koopmansfamilie eet, en eenzaam en koppig zijn weg zoekt. De jonge Menno Molenaar komt aan de Leidse Alma Mater in contact met twee werelden: die van de perverse Engelse lakenreder Dixon en die van de jonge radicale denkers rond Spinoza. Met een van hen, Adriaan Koerbagh, sluit hij vriendschap. Molenaar rondt zowel een studie rechten als medicijnen af. Ondanks zijn voorkeur voor de geneeskunst wordt hij door Dixon naar Den Haag gemanoeuvreerd om daar in dienst van raadspensionaris Johan de Witt informatie te verzamelen die de Engelsen in hun eeuwige conflict met de Nederlanden goed kunnen gebruiken. De werelden van de radicale, integere denkers en die van de rijke Engelsman en diens naar liefde hunkerende vrouw raken op voor Menno Molenaar onverdraaglijke wijze met elkaar verknoopt. Als de druk die Dixon geestelijk en lichamelijk op hem uitoefent te groot wordt, kiest hij voor een rigoureuze daad van extreem geweld, waarna hij scheep gaat naar de Nieuwe Wereld.

In New York probeert Menno Molenaar in het reine te komen met het turbulente verleden. Hij streeft de vestiging van een ideale gemeenschap na volgens de regels van zijn radicale vrienden. Maar idealen laten zich niet zomaar realiseren en de last van het onbuigzame lot bepaalt uiteindelijk het teken waarin zijn leven definitief komt te staan.

Dat is het verhaal van Menno Molenaar.
Maar er is meer…

Nelleke Noordervliet is onderdeel van het verhaal, zij wandelt met Menno Molenaar door het decor van zijn verleden. Zij schrijft zijn geschiedenis, die een vertekening is van de echte geschiedenis. Kan zij immers het verleden echt kennen, echt begrijpen? Ziet ze niet wat ze kent: de problemen van haar eigen tijd teruggeplaatst in het verleden? Om haar blikveld te verruimen vervlecht Nelleke Noordervliet haar verhaal van Menno Molenaar met persoonlijke getuigenissen van mensen die Menno’s leven delen – historische personages als Lieuwe van Aitzema en Johan de Witt, en fictieve personages want Vrij man is en blijft een roman.


In Vrij man beschrijft Noordervliet het leven van de fictieve persoon Menno Molenaar, een Rotterdammer van niet al te gefortuneerde komaf die in de tijd van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën leeft, de kans krijgt twee studies af te ronden en carrière te maken in Den Haag, bij De Witt. De inhoud van de roman wordt vrijwel volledig samengevat in de tekst die hierboven staat, daar zal ik hier verder niet over uitweiden.

Laat ik beginnen met wat me niet beviel in deze roman. Noordervliet heeft ervoor gekozen zelf aanwezig te zijn in deze roman. Ze beschrijft verschillende 'ontmoetingen' met Menno Molenaar in het heden waarin wij leven. Het doel daarvan is om de moderne lezer Menno Molenaars worsteling met de vragen van zijn tijd beter te laten begrijpen. Ook is het idee dat de mens Menno Molenaar daarmee voor ons beter te begrijpen zou zijn. De bedoelingen zijn goed, maar deze constructie heeft mij vooral geirriteerd. Ze onderbreken het verhaal, en kwamen op mij als niet erg geloofwaardig over. Zo zeer dat ik na eerste tien, vijftien bladzijden overwogen heb niet verder te lezen.

Deze 'onderonsjes' beslaan gelukkig niet het overgrote gedeelte van de roman. In die gedeeltes van de roman waarin Noordervliet de gebeurtenissen simpelweg beschrijft vanuit het perspectief van Menno Molenaar en zijn tijdgenoten is deze roman op zijn sterkst. Beschrijvingen waarin Noordervliet bijvoorbeeld beschrijft hoe een stad in die tijd ruikt of hoe men denkt naar het functioneren van het menselijk lichaam met de stand van de wetenschap van toen zijn echt goed.

Noordervliet beschrijft daarnaast de historische gegevens van die tijd – de jaren 1670 – op een interessante, en begrijpelijke manier. Daarbij gaat het niet alleen om de oorlogen met Engeland, maar ook het ontluiken van stromingen die niet zonder meer in God geloven, die meer vertrouwen stellen in de wetenschap en die vrij willen kunnen spreken en schrijven, ook als hun mening afwijkt van de algemeen geldende mening. Een bijzonder interessante periode waarin wordt geworsteld met vragen die ook nu nog relevant zijn.

Het perspectief wisselt regelmatig van dat van Molenaar naar andere personages, zodat gebeurtenissen ook vanuit het standpunt van die andere personages – historische en fictieve – worden belicht. Ik vind die literaire techniek een waardevolle aanvulling op het verhaal.

Al met al een roman die aardig was om te lezen, die een stuk beter zou zijn geweest als de 'onderonsjes' met de schrijfster zelf in het heden waarin wij zelf leven achterwege zouden zijn gelaten.

Nelleke Noordervliet

flickr

maandag 19 november 2012

Donna Leon | Nobiltà

Donna Leon – Nobiltà. Amsterdam, De Boekerij, 2001 (2), 208 pagina's. 2001 (1, NL), 1998 (CH).
Vertaald uit het Engels door Els Franci-Ekeler, originele titel A Noble Radiance.

In een klein stadje aan de voet van de Dolomieten liggen al eeuwenlang de ongerepte tuinen van een verlaten boerderij. Maar dan wordt op een dag de nieuwe eigenaar niet grote spoed door de werklui naar zijn buitenverblijf geroepen. Zij hebben een macabere vondst gedaan: een graf niet daarin het halfvergane lichaam van een man. Aan de ring te zien die dichtbij wordt gevonden, gaat het hier om een telg van een invloedrijke, adellijke en zeer welgestelde Venetiaanse familie, wier enige zoon enige tijd geleden is gekidnapt. Het moordonderzoek van commissaris Brunetti verloopt aanvankelijk redelijk voorspoedig. Toch ligt de oplossing van de tragedie nog ver buiten zijn bereik. Want hij zal eerst de geheimen in het leven van de vermoorde man moeten achterhalen voor Brunetti kan begrijpen waarom hij moest sterven... Veel hulde in de pers voor Donna Leons Venetiaanse misdaadromans: 'Donna Leon schrijft uitstekende boeken die in Venetië zijn gesitueerd met de alleraardigste commissaris Brunetti als speurder.'


Nobiltà is het zevende deel van de serie boeken over Guido Brunetti. Deze keer onderzoekt Brunetti de dood van een jongeman, die van adellijke afkomt blijkt te zijn. Hij is twee jaar eerder ontvoerd en verdwenen.

Zoals gebruikelijk onderzoekt Brunetti de zaak door vooral veel te praten, hier en daar met behulp van de computerkunsten van juffrouw Elletra te gebruiken. De ontrafeling van het plot is als altijd spannend, en boeiend beschreven. Het blijft een genot om de boeken over Brunetti te lezen.

Donna Leon | Fatalità
Donna Leon | Een stille dood
Donna Leon | Acqua alta
Donna Leon | Salto Mortale
Donna Leon | De dood draagt rode schoenen
Donna Leon | Duister glas
Donna Leon | Dood in den vreemde
Donna Leon | Death at La Fenice

Donna Leon op Wikipedia (Engels)

flickr

vrijdag 24 augustus 2012

Silvia Avallone | Staal

Silvia Avallone - Staal. Amsterdam, De Bezig Bij, 2010, 351 pagina's.
Oorspronkelijke Italiaanse titel: Acciaio, vertaald door Manon Smit.

De dertienjarige Anna en Francesca wonen in hetzelfde appartementencomplex in Piombino, een klein industriestadje aan de Italiaanse kust met uitzicht op het eiland Elba. Elba is voor de rijken en toeristen, en onbereikbaar voor het gewone volk dat zijn brood verdient in de plaatselijke staalfabrieken. De meisjes zijn vanaf hun vroege jeugd onafscheidelijk, maar op de drempel van volwassenheid moeten zij afscheid nemen van hun zo vertrouwde leven en begint alles te draaien om hun verlangen als vrouw bewonderd te worden. In hun troosteloze arbeiderswijk proberen Anna en Francesca hun ontluikende seksualiteit uit te buiten om de bedrukte sfeer thuis te ontvluchten. Dan komt op een dag de liefde uit een onverwachte hoek, waardoor de onoverwinnelijke vriendschap tussen Anna en Francesca op losse schroeven komt te staan.

Silvia Avallone beschrijft op uiterst gevoelige wijze de levens van twee opgroeiende meisjes die gevangen zitten tussen conflicterende emoties van liefde en rivaliteit. Een nieuwe Italiaanse stem, een jonge schrijfster die door haar psychologische scherpzinnigheid een verpletterende indruk achterlaat.


Tot bladzijde 70 heb ik het weten te rekken met dit boek. Toen heb ik het opgegeven. Ik begrijp wel dat het boek niet alleen over erotische aantrekkingskracht en (verlangen naar) seks gaat, maar de stukken tot bladzijde 70 waarin die onderwerpen werden behandeld stonden me zo tegen, dat de eventuele andere kwaliteiten van het boek niet meer tot me doordrongen. Die zullen er toch wel moeten zijn, voor anderen in ieder geval. Je belandt immers niet zo maar op een shortlist voor een literaire prijs. Maar, zoals gezegd: ik heb ze niet gezien.

Silvia Avallone op Wikipedia (Duits)

flickr

zaterdag 4 augustus 2012

Tommy Wieringa | Ga niet naar zee

Tommy Wieringa - Ga niet naar zee. Amsterdam, De Bezige Bij, 2010, 284 pagina's.

In Ga niet naar zee beweegt Tommy Wieringa zich tussen het wereldse rumoer en de stilte van kloosters en het platteland. De lezer volgt het leven van de schrijver op de voet, en leert dat succes of tegenslag geen invloed heeft op zijn werk – al schrijft het beter op een volle dan op een lege maag.
Tommy Wieringa maakte een persoonlijke selectie uit de korte stukken die hij in de loop der jaren schreef, zodat Ga niet naar zee leest als een kleine autobiografie.


Ga niet naar zee is een verzameling korte stukjes, alle niet langer dan drie bladzijden. Dit is geen fictie. De stukjes gaan over Wieringa zelf en de mensen en dingen uit zijn omgeving – bekende schrijvers, maar ook heel gewone mensen, zoals de man in Geesteren Overijssel die de APK-keuring van Wieringa's auto ieder jaar doet, of de ambtenaar bij wie Wieringa aangifte wil doen van de geboorte van zijn kind.

Uit een recensie van het boek, achteraf gelezen, heb ik begrepen dat de stukjes verschenen zijn in De Pers. Dat wordt nergens in het boek vermeld. Ik heb daarom tijdens het lezen voortdurend het gevoel gehad dat Wieringa ons hier een exclusief kijkje in zijn eigen belevingswereld geeft. Dat deze stukjes eerder met tienduizenden krantenlezers gedeeld werden, doet niets af aan de inhoud, maar maakt dat exclusieve gevoel nogal onterecht.

Welbeschouwd is ieder stukje een meesterwerk, qua inhoud en qua taal. Net als Martin Bril of A.L. Snijders kan Wieringa over iets kleins een mooi gebalanceerd stukje schrijven. Wieringa bedient zich daarbij steeds weer van prachtige taal. Zo schrijft hij in het stukje Synesthesie:

[…] toen het begon te sneeuwen. Het waren zulke grote vlokken dat je de kristalstructuren met het blote oog kon zien. We staken onze tongen uit en voelden de prikkelende kou en het smelten van de vlokken. Het leek van groot belang dat alles opeens naar aardbeienbavarois smaakte. De sneeuw en de lucht die ik inademde: alles aardbeienbavarois. Ik had dat niet eerder meegemaakt, dat geluk een smaak kreeg.

Of in Pitbull:

[…] ik keek naar de wolken en dacht aan Jan Baas. Van zijn voornaam was ik zeker, van zijn achternaam niet, hij heeft grote rol gespeeld in mijn leven. Ik herinner me zijn gezicht, al zou ik het niet kunnen beschrijven. Misschien dat ik me de sfeer Jan Baas beter herinner. Het nerveuze, het leven in de verdediging.
[…] Jan Baas rugbyde tegen beter weten in, met een hardnekkigheid die me vaag ergerde. Alsof hij weigerde zijn nederlaag toe te geven.
'Pitbull' werd hij genoemd, een niet zo sterke bijnaam die hij verwierf door zijn fysieke onvermogen om te tackelen, dat hij probeerde te compenseren door aan tegenstanders te gaan hangen met de hinderlijkheid van een braamtak.


Zinsnedes als "dat geluk een smaak kreeg", "leven in de verdediging" of "de hinderlijkheid van een braamtak" vind ik juweeltjes.

Lees dit boek! Ik heb ieder stukje in ieder geval met smaak gelezen, en toen het boek uit was, had ik enorme spijt dat het voorbij was.

Tommy Wieringa | Alles over Tristan
Tommy Wieringa | Caesarion
Tommy Wieringa | Ik was nooit in Isfahaan

Tommy Wieringa

flickr

donderdag 26 juli 2012

Arnaldur Indriðason | Grafteken

Arnaldur Indriðason - Grafteken. Amsterdam/Antwerpen, Q, 2011, 252 pagina's. 1998 (1, IJsland).
Oorspronkelijke IJslandse titel: Dauðarósir, vertaald door Adriaan Faber.

Op het met bloemen opgemaakte graf van de IJslandse vrijheidsstrijder Jón Sigurðsson wordt het naakte lichaam van een meisje gevonden. Waarom juist hier? Erlendur en zijn collega's staan voor een raadsel. Het slachtoffer was verslaafd aan heroïne. Dus beginnen Sigurður Óli en Elínborg hun onderzoek in het drugsmilieu. Een spoor leidt naar de Westfjorden van IJsland, waar Jón Sigurðsson vandaag kwam. Bestaat er een verband? Het oplossen van deze zaak wordt pas echt delicaat als blijkt dat ook kopstukken uit de economische wereld tot de verdachten behoren.

Arnaldur Indriðason (Reykjavík, 1961) is historicus en schrijver. Hij won twee keer de Martin Beck Award, de belangrijkste prijs voor de beste thriller in Noord-Europa en de CWA Gold Dagger Award, de grootste prijs voor het spannende boek. Van Indriðasons boeken zijn wereldwijd meer dan zes miljoen exemplaren verkocht.


Grafteken is vorig jaar verschenen in het Nederlands, maar de auteursrechten voor het IJslandse origineel zijn al in 1998 vastgelegd. Grafteken is daarmee het tweede deel van de serie boeken over de IJslandse detective Erlendur.

Persoonlijk vind ik het jammer dat de serie niet op jaar van verschijning wordt vertaald. Ik vroeg me aan het begin van dit boek verschillende keren af waarom de schrijver bij de eerste verschijning van de hoofdpersonages ineens weer een uitgebreide beschrijving van hun achtergrond geeft, totdat ik me realiseerde dat dit niet het zoveelste deel was, maar het tweede deel van de serie. Als je de hierop volgende delen al gelezen hebt, word je dus op het verkeerde been gezet.

Gelukkig bevat Grafteken een zoals gebruikelijk goed geconstrueerd en toch altijd weer verrassend plot. Een prettige detective.

Arnaldur Indriðason | Doodskap
Arnaldur Indriðason | Onderstroom
Arnaldur Indriðason | Winternacht
Arnaldur Indriðason | Het koningsboek
Arnaldur Indriðason | Onderkoeld

Arnaldur Indriðason op Wikipedia

zaterdag 21 juli 2012

Andrzej Stasiuk | Negen

Andrzej Stasiuk - Negen. Breda, De Geus, 2011, 285 pagina's.
Oorspronkelijke Poolse titel: Dziewięć, vertaald door Karol Lesman. 1999 (Polen), 2002 (Duitsland).

Indringende en verontrustende roman over het leven in het hedendaagse, chaotische Warschau.

Schuldeisers zitten Paweł op de hielen: zijn woning is verwoest en hij heeft nog drie dagen om zijn schuld af te lossen. Op zoek naar geld slaat Paweł op de vlucht, de stad Warschau in, hopend dat zijn vrienden hem kunnen helpen. Maar niets is wat het lijkt, ook vriendschap en verleden niet. Paweł raakt verstrikt in de onderwereld van deze verpauperde plek en er is geen uitweg. Of toch wel?


Op de omslag van deze roman staat een uitspraak van Irvine Welsh. Hij zegt daarin onder andere dat Negen een portret is van een ontwortelde en rusteloze generatie Oost-Europeanen. Door dat citaat van Welsh drong de vergelijking met Welsh' Trainspotting zich verschillende keren aan mij op tijdens het lezen. Waarom?

Negen beschrijft drie hoofdpersonen: Paweł, die binnen drie dagen voldoende zloty's bij elkaar moet schrapen om zijn schuld af te lossen, Jacek, die verslaafd is geraakt en daarom alleen geïnteresseerd is in zijn volgende dosis, en Bolek, die op niet geheel legale wijze wel veel geld heeft verdiend. Paweł doorkruist drie dagen lang Warschau, op zoek naar iemand die hem het af te lossen bedrag kan voorschieten.

Het verhaal speelt midden jaren negentig, in Warschau. Stasiuk schetst een somber beeld van een grote stad, die in de greep is van het roofkapitalisme dat je in die tijd in meer Oost-Europese landen zag. Je hebt enkele winnaars, maar veel meer verliezers, en ze komen allemaal voorbij, tegen de achtergrond van de vierde hoofdpersoon: de stad Warschau zelf, die aan het veranderen is.

Het perspectief wisselt daarbij voortdurend. Soms is dat duidelijk, doordat de naam van de andere hoofdpersoon wordt genoemd, maar vaak ook is dat niet duidelijk. Er wordt dan alleen gesproken over een 'hij' of 'zij'. Extra complicatie is daarbij dat ook vanuit het perspectief van andere personages wordt geschreven. Dat werkt zeer bevreemdend. Het maakt de roman moeilijk om te volgen, maar het pas wel bij wat de schrijver wil bereiken: een volledige onthechting, niet alleen van de belangrijkste hoofdpersoon Paweł, maar ook van de lezer.

Dan nu de gelijkenis met Trainspotting. Ook in die roman wisselt het perspectief voortdurend tussen de personages. Het verhaal is gesitueerd in Edinburgh, en ook die stad is nadrukkelijk aanwezig in het verhaal. De kijk op de wereld die de personages in deze roman hebben en de door Welsh gebruikte taal zorgen in Trainspotting vooral voor de vervreemding. Een andere methodiek dus dan in Negen, maar wel met hetzelfde effect.

In de twee boeken die ik voor Negen van Stasiuk las, was ik voornamelijk onder de indruk van de natuurbeschrijvingen. In Negen zijn het juist de beschrijvingen van de stad Warschau en de toevallige passanten die me raakten. De beschrijving is soms bijna poëtisch, ook al wordt er een uiterst grijs en moedeloos makend beeld geschetst. Negen is zeker geen roman die je gedachteloos kunt weglezen. Je moet voortdurend geconcentreerd blijven om de draad niet kwijt te raken, maar die inspanning is deze roman zeker waard. Een héél goed boek!

Andrzej Stasiuk | De witte raaf
Andrzej Stasiuk | Galicische vertellingen

Andrzej Stasiuk (Pools)
Andrzej Stasiuk op Wikipedia (Engels)

flickr

zaterdag 7 juli 2012

Jiří Weil | Mendelssohn op het dak

Jiří Weil – Mendelssohn op het dak. Amsterdam, Cossee, 253 pagina's.
Oorspronkelijke Tsjechische titel: Na střeše je Mendelssohn, vertaald door Kees Mercks.

Praag 1939. Na een ontspannen avond met Mozarts Don Giovanni ontdekt Reichsprotektor Reinhard Heydrich op het dak van het Praagse concertgebouw tussen de standbeelden van componisten ook dat van Mendelssohn. Dit is nog erger dan verraad, dit is onaanvaardbaar, de jood Mendelssohn moet sofort van het dak af.
Julius Schlesinger krijgt van Heydrich persoonlijk het bevel om het standbeeld van Mendelssohn uit de galerij van componisten te verwijderen. Maar de SS-officier heeft hoogtevrees en geen idee welk standbeeld dat van Mendelssohn is. Dus geeft hij twee Tsjechische werklieden opdracht om het beeld met de grootste neus omver te trekken. Maar de mannen leggen het touw om de nek van Richard Wagner, de favoriete componist van Hitler!
Wat als een slapstick-achtige episode begint, wordt in Weils in vele talen vertaalde roman al snel een grimmig verhaal.
Jiří Weil geeft in deze roman een ongeëvenaard beeld van zijn geliefde Praag en haar inwoners, van hun moed, hun vertwijfeling en hun verzet. Mendelssohn op het dank, schreef The Independent onlangs, 'behoort tot het beste wat er ooit over deze periode is geschreven.'


Begin dit jaar las ik HhhH van Laurent Binet. In die roman roemt de ik-persoon Mendelssohn op het dak van Jiří Weil, een Tsjechische schrijver (1900-1959). HhhH behandelt de aanslag op Heydrich in Praag in 1942. Mendelssohn op het dak begint met een aantal hoofdstukken waarin het beeld van Mendelssohn van het dak van het Praagse concertgebouw moet worden verwijderd, op last van diezelfde Heydrich. De aanslag op Heydrich wordt echter slechts kort behandeld.

Die eerste hoofdstukken, over het uitvoeren van de opdracht van Heydrich, zetten je eigenlijk op het verkeerde been. Deze hoofdstukken zijn weliswaar niet slapstick-achtig, zoals de achterflap beweert, maar wel met humor geschreven. Naar mate de hoofdstukken vorderen en Weil het leven in de bezette stad Praag en in Theresienstadt nadrukkelijker beschrijft, wordt de humor steeds wranger en neemt de echte tragiek steeds meer de overhand. De hoofdstukken over het verwijderen van het beeld van Mendelssohn deden me wel enigszins denken aan de novelle De arme Svoboda van Székely, die ik twee jaar geleden las.

Mendelssohn op het dak beschrijft het lot van een groot aantal personages, soms met elkaar verbonden, maar vaker niet. Het betreft zowel Duitse nazi's als Tsjechen die voor de nazi's moeten werken en joden. Vooral met de laatsten loopt het slecht af. Weil concentreert zich in de beschrijvingen op de gevoelens van schaamte, onzekerheid, angst die de personages ervaren. Allen zijn gedreven door de drang om te overleven, sommigen durven het aan om verzet te plegen.

Sommige historische figuren worden concreet bij naam genoemd, anderen juist weer niet. De meesten zijn echter wel aan de hand van gebeurtenissen of de beschrijving van hun levensloop te herkennen. De vertaler schrijft dat Weil dit doet omdat hij ernaar streeft het beschreven kwaad als het ware los te weken van de historische context, zoals Hans Keilson dat ook deed in zijn romans.

Opvallend is verder het voortdurend terugkeren van het motief 'steen' in deze roman. Dat begint al met het motto, waarin wordt verwezen naar een Griekse mythe waarin iedere keer als een steen breekt een mens wordt geboren. Het gaat verder met verschillende verwijzingen naar stenen standbeelden, op het concertgebouw, maar ook op en in de omgeving van de Karelsbrug. Eén van de joodse personages heeft aan het begin van de bezetting in een steengroeve gewerkt en koestert warme herinneringen aan het fysieke zware werk met stenen.

Verder hoop ik dat een aantal onvolkomenheden uit een volgende druk zullen worden verwijderd. Zo springt direct in het oog dat de tekst op de achterflap opent met het jaartal 1939, waarin deze roman zou spelen. Al in de eerste hoofdstukken wordt echter gesproken over de Wannseeconferentie, die toch echt in 1942 heeft plaatsgevonden, en de daaropvolgende Endlösung.

Mendelssohn op het dak stemt je droevig, maar maakt ook nieuwsgierig naar andere werken van deze schrijver. Helaas is niet het volledige oeuvre van deze schrijver vertaald. Het boek dat het me het meest interesseert, Moskva-hranice (Moskou-grens) over het Sovjet-Unie van de jaren 1930, is in ieder geval niet in het Nederlands vertaald en helaas ben ik het Tsjechisch niet machtig.

Jiří Weil op Wikipedia (Engels)

flickr