Andrzej Stasiuk - Negen. Breda, De Geus, 2011, 285 pagina's.
Oorspronkelijke Poolse titel: Dziewięć, vertaald door Karol Lesman. 1999 (Polen), 2002 (Duitsland).
Indringende en verontrustende roman over het leven in het hedendaagse, chaotische Warschau.
Schuldeisers zitten Paweł op de hielen: zijn woning is verwoest en hij heeft nog drie dagen om zijn schuld af te lossen. Op zoek naar geld slaat Paweł op de vlucht, de stad Warschau in, hopend dat zijn vrienden hem kunnen helpen. Maar niets is wat het lijkt, ook vriendschap en verleden niet. Paweł raakt verstrikt in de onderwereld van deze verpauperde plek en er is geen uitweg. Of toch wel?
Op de omslag van deze roman staat een uitspraak van Irvine Welsh. Hij zegt daarin onder andere dat Negen een portret is van een ontwortelde en rusteloze generatie Oost-Europeanen. Door dat citaat van Welsh drong de vergelijking met Welsh' Trainspotting zich verschillende keren aan mij op tijdens het lezen. Waarom?
Negen beschrijft drie hoofdpersonen: Paweł, die binnen drie dagen voldoende zloty's bij elkaar moet schrapen om zijn schuld af te lossen, Jacek, die verslaafd is geraakt en daarom alleen geïnteresseerd is in zijn volgende dosis, en Bolek, die op niet geheel legale wijze wel veel geld heeft verdiend. Paweł doorkruist drie dagen lang Warschau, op zoek naar iemand die hem het af te lossen bedrag kan voorschieten.
Het verhaal speelt midden jaren negentig, in Warschau. Stasiuk schetst een somber beeld van een grote stad, die in de greep is van het roofkapitalisme dat je in die tijd in meer Oost-Europese landen zag. Je hebt enkele winnaars, maar veel meer verliezers, en ze komen allemaal voorbij, tegen de achtergrond van de vierde hoofdpersoon: de stad Warschau zelf, die aan het veranderen is.
Het perspectief wisselt daarbij voortdurend. Soms is dat duidelijk, doordat de naam van de andere hoofdpersoon wordt genoemd, maar vaak ook is dat niet duidelijk. Er wordt dan alleen gesproken over een 'hij' of 'zij'. Extra complicatie is daarbij dat ook vanuit het perspectief van andere personages wordt geschreven. Dat werkt zeer bevreemdend. Het maakt de roman moeilijk om te volgen, maar het pas wel bij wat de schrijver wil bereiken: een volledige onthechting, niet alleen van de belangrijkste hoofdpersoon Paweł, maar ook van de lezer.
Dan nu de gelijkenis met Trainspotting. Ook in die roman wisselt het perspectief voortdurend tussen de personages. Het verhaal is gesitueerd in Edinburgh, en ook die stad is nadrukkelijk aanwezig in het verhaal. De kijk op de wereld die de personages in deze roman hebben en de door Welsh gebruikte taal zorgen in Trainspotting vooral voor de vervreemding. Een andere methodiek dus dan in Negen, maar wel met hetzelfde effect.
In de twee boeken die ik voor Negen van Stasiuk las, was ik voornamelijk onder de indruk van de natuurbeschrijvingen. In Negen zijn het juist de beschrijvingen van de stad Warschau en de toevallige passanten die me raakten. De beschrijving is soms bijna poëtisch, ook al wordt er een uiterst grijs en moedeloos makend beeld geschetst. Negen is zeker geen roman die je gedachteloos kunt weglezen. Je moet voortdurend geconcentreerd blijven om de draad niet kwijt te raken, maar die inspanning is deze roman zeker waard. Een héél goed boek!
Andrzej Stasiuk | De witte raaf
Andrzej Stasiuk | Galicische vertellingen
Andrzej Stasiuk (Pools)
Andrzej Stasiuk op Wikipedia (Engels)
flickr
Posts tonen met het label Karol Lesman. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Karol Lesman. Alle posts tonen
zaterdag 21 juli 2012
zaterdag 26 november 2011
Andrzej Stasiuk | De witte raaf
Andrzej Stasiuk - De witte raaf. Breda, De Geus, 1998, 318 pagina's. 1995 (1, Polen).
Oorspronkelijke Poolse titel: Biały kruk, vertaald door Karol Lesman.
Andrzej Stasiuk, winnaar van de prestigieuze Kościelski-prijs, geldt als de meest veelbelovende van een nieuwe generatie Poolse schrijvers.
Een groepje dertigers, opgegroeid tijdens de afbrokkeling van de Poolse Volksrepubliek, wil nog één keer onderzoeken wat hun verbondenheid waard is. De vijf mannen trekken in de winter de bergen in.
Door een ingrijpende gebeurtenis verandert het uitstapje in een angstige vlucht door een onherbergzaam sneeuwlandschap.
In rauw, beeldend proza en met gevoel voor humor schetst Stasiuk hoe de opeenstapeling van dramatische gebeurtenissen de mannen tot op het bot op de proef stelt.
In De witte raaf beschrijft Stasiuk de vriendschap van een groep van vijf dertigers, die eind jaren 1970, begin jaren 1980 opgroeiden in Polen. Er was geen vrijheid, er was gebrek aan alles, maar de jongens waren wel elkaars beste vrienden en gingen voor elkaar door het vuur.
De roman is gesitueerd begin jaren 1990 in Polen. Het IJzeren Gordijn is gevallen, de Polen zijn vrij, maar die oude kameraadschap tussen de volwassen geworden jongens is voor altijd verdwenen. Eén van hen, Bandurko, wil graag nog eens met z’n allen naar het zuid-oosten van Polen, Galicië, om daar in de natuur rond te trekken. Niet in de zomer, maar juist in de winter, als de omstandigheden zwaar zijn en ze nog meer dan anders op elkaar aangewezen zullen zijn.
Wat volgt is een barre tocht, die nog eens extra bemoeilijkt wordt doordat twee van de vijf op een verlaten weg een douanier in elkaar slaan of vermoorden en er vervolgens met zijn auto vandoor gaan. Daarna is het vijftal niet zo maar aan het rondtrekken, ze zijn op de vlucht voor de handhavers van de wet.
De witte raaf is een goed en interessant boek, maar het is geen lichte kost. De scenes in het heden en verleden worden niet overzichtelijk gedoseerd, ze lopen door elkaar heen. Naar mate het boek vordert, lijkt het wel of dat door elkaar heen lopen steeds meer toeneemt.
De witte raaf verdient het om te worden gelezen. De geschiedenis van de vriendschap van de groep dertigers geeft een mooi beeld van de moderne geschiedenis van Polen. Wie al eerder iets van Stasiuk heeft gelezen zal het niet verbazen dat de groep uiteenvalt terwijl ze de strijd tegen de natuur meer en meer verliest en dat er geen happy end volgt.
Wat mij het meest aansprak in De witte raaf zijn de beschrijvingen van de natuur. Dat begint al op de eerste bladzijde, waarop Stasiuk de dooi beschrijft. De tweede alinea eindigt met deze woorden:
Het was die kleredooi die zoveel lawaai maakte. Bij het geraas boven onze hoofden voegden zich de wassende beken in ieder piepklein valleitje. Het water was troebel, koud en overal hetzelfde.
De derde alinea gaat zo verder:
Als het stil is, als het vriest, werkt het verstand beter. Ik zag hoe Bandurko zenuwachtig alle kanten op keek. Schijnbaar kende hij deze streken goed en hij zou dan ook als een paard met oogkleppen op flink door moeten stiefelen. Maar nu bevonden we ons in een grote fabriek, in een nachtmerrieachtige stad met duizend zijstraten en mogelijkheden waarvan iedere al even hopeloos was. [..]
Dit is wat je gedurende de rest van de roman kunt verwachten: beeldende beschrijvingen van de natuur, die je steeds weer verrassen. Het was voor Karol Lesman ongetwijfeld een hele klus om zo’n complexe roman te vertalen naar het Nederlands, maar het resultaat is zeker een vertaling om trots op te zijn. De witte raaf is een boek dat je niet even tussen de bedrijven door kunt lezen. Ga er goed voor zitten, in de warmte van je eigen woonkamer, en geniet van dit juweel.
Andrzej Stasiuk | Galicische vertellingen
Andrzej Stasiuk (Pools)
Andrzej Stasiuk op Wikipedia (Engels)
flickr
Oorspronkelijke Poolse titel: Biały kruk, vertaald door Karol Lesman.
Andrzej Stasiuk, winnaar van de prestigieuze Kościelski-prijs, geldt als de meest veelbelovende van een nieuwe generatie Poolse schrijvers.
Een groepje dertigers, opgegroeid tijdens de afbrokkeling van de Poolse Volksrepubliek, wil nog één keer onderzoeken wat hun verbondenheid waard is. De vijf mannen trekken in de winter de bergen in.
Door een ingrijpende gebeurtenis verandert het uitstapje in een angstige vlucht door een onherbergzaam sneeuwlandschap.
In rauw, beeldend proza en met gevoel voor humor schetst Stasiuk hoe de opeenstapeling van dramatische gebeurtenissen de mannen tot op het bot op de proef stelt.
In De witte raaf beschrijft Stasiuk de vriendschap van een groep van vijf dertigers, die eind jaren 1970, begin jaren 1980 opgroeiden in Polen. Er was geen vrijheid, er was gebrek aan alles, maar de jongens waren wel elkaars beste vrienden en gingen voor elkaar door het vuur.
De roman is gesitueerd begin jaren 1990 in Polen. Het IJzeren Gordijn is gevallen, de Polen zijn vrij, maar die oude kameraadschap tussen de volwassen geworden jongens is voor altijd verdwenen. Eén van hen, Bandurko, wil graag nog eens met z’n allen naar het zuid-oosten van Polen, Galicië, om daar in de natuur rond te trekken. Niet in de zomer, maar juist in de winter, als de omstandigheden zwaar zijn en ze nog meer dan anders op elkaar aangewezen zullen zijn.
Wat volgt is een barre tocht, die nog eens extra bemoeilijkt wordt doordat twee van de vijf op een verlaten weg een douanier in elkaar slaan of vermoorden en er vervolgens met zijn auto vandoor gaan. Daarna is het vijftal niet zo maar aan het rondtrekken, ze zijn op de vlucht voor de handhavers van de wet.
De witte raaf is een goed en interessant boek, maar het is geen lichte kost. De scenes in het heden en verleden worden niet overzichtelijk gedoseerd, ze lopen door elkaar heen. Naar mate het boek vordert, lijkt het wel of dat door elkaar heen lopen steeds meer toeneemt.
De witte raaf verdient het om te worden gelezen. De geschiedenis van de vriendschap van de groep dertigers geeft een mooi beeld van de moderne geschiedenis van Polen. Wie al eerder iets van Stasiuk heeft gelezen zal het niet verbazen dat de groep uiteenvalt terwijl ze de strijd tegen de natuur meer en meer verliest en dat er geen happy end volgt.
Wat mij het meest aansprak in De witte raaf zijn de beschrijvingen van de natuur. Dat begint al op de eerste bladzijde, waarop Stasiuk de dooi beschrijft. De tweede alinea eindigt met deze woorden:
Het was die kleredooi die zoveel lawaai maakte. Bij het geraas boven onze hoofden voegden zich de wassende beken in ieder piepklein valleitje. Het water was troebel, koud en overal hetzelfde.
De derde alinea gaat zo verder:
Als het stil is, als het vriest, werkt het verstand beter. Ik zag hoe Bandurko zenuwachtig alle kanten op keek. Schijnbaar kende hij deze streken goed en hij zou dan ook als een paard met oogkleppen op flink door moeten stiefelen. Maar nu bevonden we ons in een grote fabriek, in een nachtmerrieachtige stad met duizend zijstraten en mogelijkheden waarvan iedere al even hopeloos was. [..]
Dit is wat je gedurende de rest van de roman kunt verwachten: beeldende beschrijvingen van de natuur, die je steeds weer verrassen. Het was voor Karol Lesman ongetwijfeld een hele klus om zo’n complexe roman te vertalen naar het Nederlands, maar het resultaat is zeker een vertaling om trots op te zijn. De witte raaf is een boek dat je niet even tussen de bedrijven door kunt lezen. Ga er goed voor zitten, in de warmte van je eigen woonkamer, en geniet van dit juweel.
Andrzej Stasiuk | Galicische vertellingen
Andrzej Stasiuk (Pools)
Andrzej Stasiuk op Wikipedia (Engels)
flickr
Labels:
12-11-2011,
26-11-2011,
Andrzej Stasiuk,
Biały kruk,
De witte raaf,
fictie,
Karol Lesman,
Nederlands,
Polen,
roman
zondag 20 februari 2011
Wiesław Myśliwski | Over het doppen van bonen
Wiesław Myśliwski - Over het doppen van bonen. Amsterdam/Antwerpen, Em. Querido's Uitgeverij BV, 2010 (2), 383 pagina’s. 2010 (1, Nederland), 2006 (Polen, 1).
Originele Poolse titel: Traktat o łuskaniu fasoli, vertaald door Karol Lesman.
Eindelijk vertaald in het Nederlands: de met de prestigieuze Nike-literatuurprijs bekroonde roman van Wiesław Myśliwski - een van de belangrijkste hedendaagse schrijvers van Polen.
De beheerder van een terrein met vakantiehuisjes ontvangt een onverwachte bezoeker, die bonen bij hem koopt. Terwijl ze die samen doppen, vertelt hij hem het verhaal van zijn leven. De onbezorgde kindertijd op het Poolse platteland, ruw beëindigd door de Tweede Wereldoorlog, zijn opleiding tot elektricien, zijn jaren in West-Europa als saxofonist, zijn werk ten slotte als huisjesbeheerder op de plek waar vroeger zijn dorp stond en waar zijn familie vermoord werd. Vol melancholie én met humor vertelt hij in een onophoudelijke monoloog over het lot en het toeval. Over het doppen van bonen is een imposant episch panorama, dat tegelijk de geschiedenis is van de mensen in de twintigste eeuw.
Over het doppen van bonen is een ongewone roman. Alleen al door de vorm die de schrijver heeft gekozen: een oude man vertelt zijn levensverhaal in de vorm van een monoloog die de hele roman beslaat aan een onbekende, die bonen bij hem komt kopen. De bonen hoeven alleen nog maar even gedopt te worden. De oude man vertelt ondertussen zijn verhaal zoals dat gaat in een echt gesprek: van de hak op de tak, met uitgebreide zijpaden.
De oude man was een kleine jongen toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Hij overleeft op wonderbaarlijke wijze een aanval door de Wehrmacht op zijn dorpje, komt bij een groep partizanen terecht en leert na de oorlog een vak op een soort kostschool, waar losgeslagen jongeren en passant ook heropgevoed worden door de nieuwe machtshebbers, de communisten. Het is de bedoeling dat hij als elektricien zijn zijn steentje bij zal dragen aan de opbouw van de nieuwe samenleving. Uiteindelijk kan hij dat niet waarmaken: hij wordt saxofonist, en keert niet terug van een reis naar het buitenland. Pas na de val van de communisten keert hij als beheerder van een aantal vakantiehuisjes terug naar zijn geboortegrond.
De man vertelt een heel persoonlijk verhaal. Zijn leven is echter zo beïnvloed door de Poolse geschiedenis uit de tweede helft van de twintigste eeuw, dat Over het doppen van bonen ook leest als een boek over de geschiedenis van Polen.
Tegelijkertijd vertelt de oude man zijn verhaal met een glimlach, waardoor je als lezer (of luisteraar) ook mee moet glimlachen. De scene waarin hij beschrijft hoe hij een vilten hoed wil kopen in een plaats waar hij met een overvolle trein naartoe is gereisd, is hilarisch. Myśliwski beschrijft de absurditeit van de communistische planeconomie meesterlijk.
Over het doppen van bonen is een boek dat niet makkelijk wegleest. Dat komt vooral door het niet chronologisch vertellen van het leven van de oude man. Maar dat betekent niet dat het boek niet de moeite waard is, integendeel, het is een bijzonder indrukwekkende roman. Prachtig geschreven, met een consequent doorgevoerde literaire vorm – een absolute aanrader.
Wiesław Myśliwski op Wikipedia (Engels)
flickr
Originele Poolse titel: Traktat o łuskaniu fasoli, vertaald door Karol Lesman.
Eindelijk vertaald in het Nederlands: de met de prestigieuze Nike-literatuurprijs bekroonde roman van Wiesław Myśliwski - een van de belangrijkste hedendaagse schrijvers van Polen.
De beheerder van een terrein met vakantiehuisjes ontvangt een onverwachte bezoeker, die bonen bij hem koopt. Terwijl ze die samen doppen, vertelt hij hem het verhaal van zijn leven. De onbezorgde kindertijd op het Poolse platteland, ruw beëindigd door de Tweede Wereldoorlog, zijn opleiding tot elektricien, zijn jaren in West-Europa als saxofonist, zijn werk ten slotte als huisjesbeheerder op de plek waar vroeger zijn dorp stond en waar zijn familie vermoord werd. Vol melancholie én met humor vertelt hij in een onophoudelijke monoloog over het lot en het toeval. Over het doppen van bonen is een imposant episch panorama, dat tegelijk de geschiedenis is van de mensen in de twintigste eeuw.
Over het doppen van bonen is een ongewone roman. Alleen al door de vorm die de schrijver heeft gekozen: een oude man vertelt zijn levensverhaal in de vorm van een monoloog die de hele roman beslaat aan een onbekende, die bonen bij hem komt kopen. De bonen hoeven alleen nog maar even gedopt te worden. De oude man vertelt ondertussen zijn verhaal zoals dat gaat in een echt gesprek: van de hak op de tak, met uitgebreide zijpaden.
De oude man was een kleine jongen toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Hij overleeft op wonderbaarlijke wijze een aanval door de Wehrmacht op zijn dorpje, komt bij een groep partizanen terecht en leert na de oorlog een vak op een soort kostschool, waar losgeslagen jongeren en passant ook heropgevoed worden door de nieuwe machtshebbers, de communisten. Het is de bedoeling dat hij als elektricien zijn zijn steentje bij zal dragen aan de opbouw van de nieuwe samenleving. Uiteindelijk kan hij dat niet waarmaken: hij wordt saxofonist, en keert niet terug van een reis naar het buitenland. Pas na de val van de communisten keert hij als beheerder van een aantal vakantiehuisjes terug naar zijn geboortegrond.
De man vertelt een heel persoonlijk verhaal. Zijn leven is echter zo beïnvloed door de Poolse geschiedenis uit de tweede helft van de twintigste eeuw, dat Over het doppen van bonen ook leest als een boek over de geschiedenis van Polen.
Tegelijkertijd vertelt de oude man zijn verhaal met een glimlach, waardoor je als lezer (of luisteraar) ook mee moet glimlachen. De scene waarin hij beschrijft hoe hij een vilten hoed wil kopen in een plaats waar hij met een overvolle trein naartoe is gereisd, is hilarisch. Myśliwski beschrijft de absurditeit van de communistische planeconomie meesterlijk.
Over het doppen van bonen is een boek dat niet makkelijk wegleest. Dat komt vooral door het niet chronologisch vertellen van het leven van de oude man. Maar dat betekent niet dat het boek niet de moeite waard is, integendeel, het is een bijzonder indrukwekkende roman. Prachtig geschreven, met een consequent doorgevoerde literaire vorm – een absolute aanrader.
Wiesław Myśliwski op Wikipedia (Engels)
flickr
vrijdag 5 oktober 2007
Andrzej Stasiuk | Galicische vertellingen
Andrzej Stasiuk - Galicische vertellingen. Breda, De Geus, 2007. Oorspronkelijke Poolse titel: Opowieści galicyjskie, vertaald door Karol Lesman. (2001)
Poëtisch en aards, met humor en vol fantasie
In de verhalen die samen de Galicische vertellingen vormen, vertelt de Poolse auteur Andrzej Stasiuk over een dorp in het grensgebied van Polen en de Oekraïne, over het landschap en de bewoners van de streek.
Stasiuk beschrijft beeldend over een stuk van Polen in een tijd van verandering, na de val van het communisme, op weg naar een nieuwe periode. Een plaats waar het oude en het nieuwe naast elkaar moeten bestaan.
Van de jongere Poolse schrijvers is Andrzej Stasiuk (1960) de meest op de voorgrond tredende auteur. Nadat hij uit het Poolse leger was gedeserteerd, zat hij anderhalf jaar in de gevangenis. Stasiuk publiceerde verhalenbundels, een dichtbundel en romans, die in een groot aantal landen werden uitgegeven en internationale erkenning kregen. Voor zijn reisboek Op weg naar Babadag (dat ook bij De Geus zal verschijnen) uit 2004 kreeg hij de Nike-prijs.
Een boek voor iedereen die geïnteresseerd is in hoe het Poolse platteland er na de val van de muur uit is gaan zien. Wat is er veranderd, en wat is hetzelfde gebleven?
Wat ik mooi vond aan deze verhalenbundel is dat de verhalen zo beeldend zijn geschreven, dat het lijkt alsof je door een kier van de deur meekijkt in de huizen van deze dorpsbewoners, en dat gaandeweg steeds duidelijker wordt dat er van alles onder de oppervlakte borrelt.
Een eerdere verhalenbundel wordt op de achterflap vergeleken met het werk van Pavese, voor wat de natuurbeschrijvingen betreft. Ik ken Paveses werk niet, dus daar kan ik dit boek niet mee vergelijken, maar ik kan wel zeggen dat ik de verhalen stuk voor stuk mooi, inderdaad soms poëtisch en soms weer aards geschreven vind. Ik ben zeker van plan om meer van deze schrijver te gaan lezen!
Andrzej Stasiuk | De witte raaf
Andrzej Stasiuk (Pools)
Andrzej Stasiuk op Wikipedia (Engels)
flickr
Poëtisch en aards, met humor en vol fantasie
In de verhalen die samen de Galicische vertellingen vormen, vertelt de Poolse auteur Andrzej Stasiuk over een dorp in het grensgebied van Polen en de Oekraïne, over het landschap en de bewoners van de streek.
Stasiuk beschrijft beeldend over een stuk van Polen in een tijd van verandering, na de val van het communisme, op weg naar een nieuwe periode. Een plaats waar het oude en het nieuwe naast elkaar moeten bestaan.
Van de jongere Poolse schrijvers is Andrzej Stasiuk (1960) de meest op de voorgrond tredende auteur. Nadat hij uit het Poolse leger was gedeserteerd, zat hij anderhalf jaar in de gevangenis. Stasiuk publiceerde verhalenbundels, een dichtbundel en romans, die in een groot aantal landen werden uitgegeven en internationale erkenning kregen. Voor zijn reisboek Op weg naar Babadag (dat ook bij De Geus zal verschijnen) uit 2004 kreeg hij de Nike-prijs.
Een boek voor iedereen die geïnteresseerd is in hoe het Poolse platteland er na de val van de muur uit is gaan zien. Wat is er veranderd, en wat is hetzelfde gebleven?
Wat ik mooi vond aan deze verhalenbundel is dat de verhalen zo beeldend zijn geschreven, dat het lijkt alsof je door een kier van de deur meekijkt in de huizen van deze dorpsbewoners, en dat gaandeweg steeds duidelijker wordt dat er van alles onder de oppervlakte borrelt.
Een eerdere verhalenbundel wordt op de achterflap vergeleken met het werk van Pavese, voor wat de natuurbeschrijvingen betreft. Ik ken Paveses werk niet, dus daar kan ik dit boek niet mee vergelijken, maar ik kan wel zeggen dat ik de verhalen stuk voor stuk mooi, inderdaad soms poëtisch en soms weer aards geschreven vind. Ik ben zeker van plan om meer van deze schrijver te gaan lezen!
Andrzej Stasiuk | De witte raaf
Andrzej Stasiuk (Pools)
Andrzej Stasiuk op Wikipedia (Engels)
flickr
Abonneren op:
Posts (Atom)
