zaterdag 17 juli 2010

Arnaldur Indriðason | Onderstroom

Arnaldur Indriðason - Onderstroom Literaire thriller. Amsterdam/Antwerpen, Q, 2010, 255 pagina's. Oorspronkelijke IJslandse titel: Myrká, vertaald door Adriaan Faber. (2008, IJsland)

In een woning vlak bij het centrum van de stad ligt een jongeman in een plas bloed, maar er zijn geen sporen van inbraak. Omdat Erlendur met vakantie is in de Westfjorden, neemt zijn collega Elínborg de zaak op zich. In het huis van de jongen wordt onder andere een paarse sjaal aangetroffen die een penetrante geur verspreidt, en een narcotisch middel. Alles wijst erop dat de vermoorde een verkrachter was. Of heeft iemand de spullen daar met opzet neergelegd?
Tijdens het zenuwslopende onderzoek komt Elínborg terecht in een neerwaartse spiraal van geweld en psychologische wreedheid. Onderstroom is een meesterlijke roman over misdaad en justitie, gerechtigheid en straf, die je niet onberoerd laat.


In deze roman speelt niet Erlendur, maar zijn collega Elínborg de hoofdrol. Zij is een totaal ander personage dan Erlendur. Ze heeft een geslaagd huwelijk, drie eigen kinderen en een aangenomen kind. Ze heeft naast haar werk, waarin ze haar hart en ziel legt, hobby’s. Ze kookt graag en heeft een kookboek geschreven. Een tweede kookboek lijkt op stapel te staan. Het politiewerk, dat veel van haar tijd vergt, bezorgt haar zo een schuldgevoel tegenover man en kinderen.

De misdaad waarmee Elínborg wordt geconfronteerd terwijl Erlendur op vakantie is, wijkt eigenlijk niet af van het normale stramien van Indriđasons boeken. Nieuw is wel de vrouwelijke invalshoek. Juist dat schuldgevoel tegenover het gezin en ook het delicate karakter van de misdaden verwacht je eerder bij een vrouwelijk dan bij een mannelijk personage. Zeker als de man in kwestie zo'n brompot als Erlendur is.

Ik heb Erlendur niet gemist in deze roman. Het lukt Indriðason wonderwel om Elínborg geloofwaardig neer te zetten als vrouw van vlees en bloed. En als slimme vrouw bovendien, want ze presteert het toch maar mooi om deze misdaad en een verdwijning uit het verleden geheel zonder Erlendurs op te lossen. De leegte van het land IJsland buiten de stad Reykjavík en vooral de geslotenheid van de kleine gemeenschappen op het platteland helpen haar daar niet echt bij.

Een verfrissende roman van een – volgens mij – meesterverteller. Ik heb het met heel veel plezier gelezen en had moeite om het weg te leggen, maar in het volgende boek mag Erlendur van mij wel weer meedoen!

Arnaldur Indriðason | Grafteken
Arnaldur Indriðason | Doodskap
Arnaldur Indriðason | Winternacht
Arnaldur Indriðason | Het koningsboek
Arnaldur Indriðason | Onderkoeld

Arnaldur Indriðason op Wikipedia

flickr

donderdag 15 juli 2010

Виктор Шендерович | Операция "Остров"

Виктор Шендерович - Операция «Остров». Москва, Астрель, 2010, 224 страницы.
(Viktor Shenderovich - Operaciya "Ostrov". Moskva, Astrel', 2010, 224 stranicy)

Леонард Песоцкий, продюсер и телезвезда, бросает важные дела и срывается в отпуск на далекий остров в Таиланде. Все рассчитано до мелочей: на острове его уже ждет любовница, и впереди неделя удовольствий.
Но этому многообещающему плану не суждено сбыться: чемодан с мобильным телефоном, компьютером и прочими важными атрибутами жизни уезжает совсем в другую сторону. По случайному ли стечению обстоятельств или по чьей-то злой воле? На таинственном острове Песоцкий остается без привычной связи с миром - наедине со своими мыслями...
В новой повести Виктора Шендеровича перед нами разворачивается психологическая драма современного человека, в которой история любви и невероятные, почти детективные обстоятельства сплетены в один напряженный, захватывающий сюжет.


Al bijna twintig jaar staat Shenderovich bekend als een satiricus met een vlijmscherpe tong. Hij is een van de makers van het programma Куклы (Kukly), een soort Russische Spitting Image. Dat programma verdween al snel van de buis toen Poetins macht begon toe te nemen. Shenderovich kan zich nog wel vrij uiten op internet in zijn blog (zie onder) of op de radiozender Эхо Москвы (Ekho Moskvy).

Waarom is deze inleiding belangrijk voor een korte bespreking van zijn nieuwste novelle? Omdat de hoofdpersoon van Операция «Остров» (Operaciya "Ostrov"), Pesockiy, juist dankzij de Poetinregering, eigenlijk zonder dat hij daar echt zelf om heeft gevraagd, is uitgegroeid tot een Belangrijk Figuur. Het is zijn taak om programma’s te verzinnen die die regering ondersteuning bieden. Hij geeft het beleid met zijn programma's een soort ideologisch kader.

In dit boekje geeft Shenderovich zijn visie op de nieuwe elite: geld verdienen gaat voor alles, een huwelijk houdt stand omdat het financieel onaantrekkelijk is om te scheiden, minnaressen wisselen elkaar in hoog tempo af. Pesockiy zit bijna een week vast op een ver eiland, zonder koffer en spullen die hem in staat zouden stellen om verbinding te maken met zijn gewone omgeving. De man moet wel over zichzelf en zijn daden in het heden, maar vooral zijn daden in het verleden nadenken. En wat hij ziet, is niet mooi.

Het boekje leest als trein, is verrijkt met prachtige tekeningen, en geeft een aardige inkijk in het Rusland van nu. Toch vond ik het wat minder dan de verhalen in de bundel Кино повторного фильма (Kino povtornogo filma). Hier en daar had ik de indruk dat niet alleen het leven van de hoofdpersoon jachtig is, maar ook de schrijfstijl van de schrijver. Dat neemt niet weg dat ik genoten heb van deze novelle.

Viktor Shenderovich (Russisch)
Viktor Shenderovich op Wikipedia (Engels)

flickr

dinsdag 13 juli 2010

Remco Daalder | Grafherrie

Remco Daalder - Grafherrie Met tekeningen van Peter Pontiac. Amsterdam, Uitgeverij Bas Lubberhuizen, 2008, 132 pagina's.

De moshpit. Daarin rammen we tegen elkaar aan, over elkaar heen, grijpen de eerste de beste in de omgeving vast om al springend een woeste vreugdedans door de hele zaal te beginnen, een dans die altijd op de grond eindigt, waarna er tien man overheen struikelen en een wriemelende rugbyhoop vormen. We pellen elkaar weer los, beuken, rennen, worstelen, onkwetsbaar door het bier en de adrenaline, niets voelen we, dat komt morgen pas, morgen bestaat niet...'

De ondergrondse muziekwereld van Amsterdam in de jaren tachtig is het decor van Grafherrie, de eerste echte punkroman over de Amsterdamse scene. In kelders, in kraakpanden en in afgelegen fabriekshallen huizen obscure clubjes muziekliefhebbers met hun eigen rituelen, kleding en morele codes. Grafherrie schetst in een meelevende en snelle stijl de concerten van die tijd. Van betonpunk tot dark electro, van folkmetal tot industrial, als het maar knarst en kraakt, als het maar eigenwijs en onbekend is. Grafherrie is een persoonlijk verslag rechtstreeks vanuit de moshpits van de punks, vanuit illegale concertzalen waar neocommunistische bands het volk bestoken, van achter de draaitafels op hippe modefeesten. En voortdurend is de stad Amsterdam dreigend op de achtergrond aanwezig.

Remco Daalder (1960, Amsterdam) schreef eerder Baltsen tussen bakstenen (2003) en Stadse beesten (2005), beide over stadsnatuur. Grafherrie, zijn eerste roman, is een eerbetoon aan jongeren die verder kijken dan de mainstream en die hun eigen wereld scheppen.


Vorige maand las ik Bill Mensema’s Doem Dada, deze maand waagde ik mij aan Daalders veel dunnere, en tegelijkertijd veel aangenamere Grafherrie. In beide romans staat muziek, vooral punkmuziek, centraal. Plaats van handeling is in deze roman niet Groningen, maar Amsterdam. De tijd van handeling is gelijk: begin jaren ’80. De hoofdpersoon van Grafherriestudeert ook, maar is al verder gevorderd dan de hoofdpersoon van Doem Dada. Hij lijdt minder aan onzekerheid, en beleeft de concerten die hij bezoekt stuk voor stuk vol passie.

Grafherrie was aangenaam om te lezen, juist omdat Daalder niet nadrukkelijk probeert literatuur te bedrijven. Voor mij is het een persoonlijke terugblik van de schrijver op een belangrijke, bepalende periode in zijn leven. Als lezer mag je het een beetje meebeleven, over zijn schouder meekijkend als het ware. Juist dat pretentieloze maakt dit boek prettig te lezen. Vooral de stukken waar Daalder het gespannen wachten op het begin van een concert beschrijft zijn erg mooi.

Het is een gedeeltelijk herkenbaar verhaal ook, doordat de hoofdpersoon op een gegeven moment tot het besef komt dat hij volwassen is. Hij moet afstuderen, er moet gewerkt worden. En dan raakt de liefde voor de muziek op de achtergrond. Tot het op een gegeven moment toch weer begint te kriebelen. Zoek je als beginnende 'oudere jongere' een vrijbrief om gewoon de concerten bezoeken die je leuk lijken, lees dan dit boek!

flickr

zaterdag 10 juli 2010

Tom Lanoye | Sprakeloos

Tom Lanoye - Sprakeloos. Amsterdam, Prometheus, maart 2010 (10), 360 pagina's. September 2009 (1).

Na een beroerte raakt een amateur-actrice en schrijversmoeder haar spraakvermogen kwijt. Langzaam en onherroepelijk takelt ze af, steeds minder in staat te communiceren met wie haar lief is.
Daarover schrijvend maakt Tom Lanoye een meervoudige balans op. Van zijn kleurrijke jeugd in een volkswijk, van zijn worsteling met de liefde, van zijn rol als schrijver, van zijn conflicten met de kleine moederdiva, van de strijd die zij manmoedig voert en waarin ze reddeloos en redeloos ten onder gaat - en van de blijvende woede en pijn die dat oplevert.

Sprakeloos ligt volledig in de lijn van Lanoyes autobiografische klassieker Kartonnen dozen. Was Kartonnen dozen een monument voor de jeugdliefde van de auteur, Sprakeloos is een aangrijpende ode aan zijn moeder.


'Van de doden niets dan goed' luidt het Nederlandse en, ik neem aan, ook Vlaamse spreekwoord. Lanoye heeft zich niets van dit spreekwoord aangetrokken. En gelukkig maar, want wat is deze autobiografische roman, bedoeld als monument voor Lanoyes moeder, hierdoor ontroerend en indrukwekkend geworden!

Lanoye beschrijft verschillende momenten uit het leven van zijn moeder. Mooie momenten, maar ook momenten waarin haar minder mooie kanten uitgebreid aan de orde komen. Daarnaast beschrijft Lanoye de verhouding tussen zijn ouders en de verhoudingen in het gezin. Ook de buurt in Sint-Niklaas waarin Lanoye opgroeit, komt aan de orde. Lanoye zelf is nadrukkelijk in het boek aanwezig, schrijvend vanuit de ik-persoon en als volwassene commentaar leverend op de gebeurtenissen én de moeizame totstandkoming van deze roman becommentariërend.

Al deze zaken worden – ook als Lanoye moeilijke onderwerpen aansnijdt – met humor en vol liefde geschetst. Je weet als lezer dat het niet je eigen moeder is en dat het niet je eigen herinneringen zijn, maar je glimlacht mee, ook als de herinnering niet echt zoet is, alsof je deze moeder zelf gekend hebt. De beschrijving van de laatste twee moeilijke jaren, waarin Lanoyes moeder niet kan praten door een hersenbloeding, is soms werkelijk hartverscheurend.

Een levensechte roman, die het verdient door iedereen gelezen te worden.

Tom Lanoy | Heldere hemel
Tom Lanoye | Het derde huwelijk

Tom Lanoye
Tom Lanoye op Wikipedia

flickr

zondag 4 juli 2010

Koos van Zomeren | Die stad, dat jaar

Koos van Zomeren - Die stad, dat jaar Roman met aantekeningen. Amsterdam/Antwerpen, De Arbeiderspers, 2009, 352 pagina's.

De stad is Nijmegen, het jaar 1972. Het is het jaar van de Europacup voor Ajax, van bedrijfssluitingen en massaontslagen, van Nixon in China en van de kerstbombardementen op Hanoi en Haiphong. Maar het was ook het oprichtingsjaar van de Socialistiese Partij.
Stond Nederland aan de vooravond van het socialisme? En moest dat in Nijmegen beginnen?
Dat zijn zo'n beetje de harde feiten. En binnen dat raamwerk krijgt de verbeelding de ruimte en beweegt zich Bert Staal. Hij is halverwege de twintig, verknocht aan de stad N. en misschien de auteur van een magistrale dichtbundel. Hij heeft in ieder geval de ambitie journalist te worden en is tegen wil en dank getuige van de voorbereidingen voor de revolutie. Hij verzet zich laconiek maar hardnekkig tegen de confiscatie van zijn huis door de Partij. Niet dat hij de Partij vijandig gezind is, maar hij koestert ook nog een ideaal voor zichzelf.
Kun je deze roman beschouwen als een boek over het ontstaan van de SP? Ja, want tegenover de ruimte voor de verbeelding staat evenveel ruimte voor een documentaire reconstructie van de geschiedenis. Door gebruik te maken van de eigen herinnering, (mede)getuigen te interviewen en historische bronnen te raadplegen schetst Koos van Zomeren een haarscherp – nu eens komisch dan weer wrang, nu eens ontluisterend dan weer inspirerend - beeld van de gang van zaken binnen een maoïstische splinterbeweging.


Die stad, dat jaar is de eerste roman die ik van Koos van Zomeren las. Ik heb 'm uit de bibliotheek geleend nadat ik Van Zomeren in een aflevering van Benali in boeken over Nijmegen en het pand in de stad waar de SP begin jaren ’70 huisde hoorde praten. Doordat ik Van Zomerens werk niet kende, wist niet wat ik moest verwachten. Mijn voorstelling van de vroege jaren ’70 werd tot nu toe bovendien vooral bepaald door Boudewijn Büchs Links! en de Zweedse film Together.

Op zich vind ik het onderwerp, de ontstaansgeschiedenis van de SP vanuit een kleine marxistisch-leninistische of toch maoïstische groepering eind jaren ’60, begin jaren ’70 erg interessant. Het harde werken van de mensen op straat, het protest tegen de oorlog in Vietnam, de steun aan grote stakingen, het organiseren van lokale kraakacties en andere, kleinere protesten. Ook krijg je een aardige indruk van de onderlinge verhoudingen, de pogingen om mensen in de Partij te betrekken en het niet altijd even democratische gehalte van de Partij.

Toch had ik grote moeite met het lezen van deze roman. Van Zomeren heeft voor een mengvorm van fictie en non-fictie gekozen. Hij combineert de ervaringen van een fictief personage, Bert Staal, met zijn eigen herinneringen, bijna dertig jaar later uitgesproken en opgeschreven. Dit wisselt na ieder hoofdstuk. De feiten die in de fictieve hoofdstukken worden gepresenteerd, wijken ook nog eens af van de feiten die de oudere Van Zomeren zich herinnert.

Ik vind dat procedé erg verwarrend. Ik had liever gezien dat de auteur een keuze had gemaakt voor een van beide vormen. Bij een keuze voor fictie had de stortvloed aan namen van verschillende personen vervolgens achterwege kunnen blijven, bij de keuze voor non-fictie had je in die stortvloed het hoofd boven water kunnen houden met behulp van een persoonsregister. En een literatuurlijst, voor degene die meer wil lezen over dit onderwerp.

Ondertussen heb ik begrepen dat Van Zomeren al eerder over zijn verleden bij de SP heeft geschreven. Wellicht zou ik in die twee romans wel gevonden hebben wat ik hier hoopte vinden. En misschien wordt het tijd om binnenkort Links! nog weer eens te lezen.

Koos van Zomeren op Wikipedia

flickr

zaterdag 26 juni 2010

Chimamanda Ngozi Adichie | Purple Hibiscus

Chimamanda Ngozi Adichie - Purple Hibiscus. London, Harper Perennial, 2005, 307 pagina's. 2003 (1).

Fifteen-year-old Kambili lives in fear of her father, a charismatic yet violent Catholic patriarch who, although generous and well-respected in the community, is repressive and fanatically religious at home. Escape and the discovery of a new, liberated way of life come when Nigeria is shaken by a military coup, forcing Kambili and her brother to live at their aunt's home, a noisy place full of laughter. The visit will lift the silence from her world and, in time, unlock a terrible, bruising secret at the heart of her family life.

An extraordinary debut, Purple Hibiscus is a novel about the blurred lines between the old gods and the new, childhood and adulthood, love and hatred - the grey spaces in which truths are revealed and true living is begun.


Na De vlindermaand heb ik mij weer aan een roman over Afrika gewaagd. Adichie is in Nigeria geboren en opgegroeid, maar heeft in de Verenigde Staten gestudeerd. Zij schrijft weliswaar in het Engels, maar deze roman is doorspekt met worden uit het Igbo.

Purple Hibiscus heeft diepe indruk op mij gemaakt. Als eerste is daar het onderwerp. Een vader, een devote Rooms-Katholiek, is voor de kerkelijke gemeenschap en zijn stamverband de grote weldoener, zoals dat van een man met zijn rijkdom en status verwacht wordt. Binnenshuis laat hij een ander gezicht zien. Van zijn gezin verwacht hij even grote devotie. Zijn kinderen moeten op school de besten van de klas zijn, omdat zij anders hun gift van God verkwisten. Hij zet zijn religieuze argumenten regelmatig kracht bij met geweld.

Het ligt voor de hand om te verwachten dat Adichie er alles aan doet om je als lezer te vervullen van afkeer van deze wrede vader. Toch is dat niet zo. Vanuit het perspectief van zijn dochter Kambili horen we niet alleen wat hij zijn gezin aandoet en hoe hij zich van zijn overige familie heeft afgekeerd omdat zij of nog heiden zijn (Kambili’s grootvader) of omdat zij niet strikt genoeg leven (Kambili’s tante). Kambili voelt zich weliswaar volledig afhankelijk van haar vader, maar spreekt toch ook met liefde over hem.

Deze roman behandelt naast de verhoudingen binnen het gezin vooral de tegenstellingen tussen het oorspronkelijke geloof van de Igbo’s en het Rooms-Katholieke geloof en het verlangen trouw te blijven aan de eigen cultuur of op te gaan in de door de kolonisator opgelegde Europese cultuur. Adichie laat verschillende manieren zien waarop je deze ogenschijnlijk tegengestelde zaken kunt combineren - of juist volledig gescheiden kunt houden.

Verder wordt de kloof tussen arm en rijk en de werking van de stamverbanden in het moderne Nigeria uitgelegd. Een militaire coup en de gevolgen daarvan voor de vrijheid van meningsuiting en de persoonlijke veiligheid van diverse personages worden tevens belicht.

Een laatste belangrijke verhaallijn is het groeiproces dat Kambili doormaakt. Aan het begin van de roman is zij een uiterst bang meisje, dat niet uit zichzelf spreekt en helemaal niet lacht. Dankzij haar doortastende tante, die niet bang is voor Kambili’s vader, en Father Amadi, een jonge Igbo priester, verandert zij langzaam in een jonge vrouw met meer vertrouwen in zichzelf, en de liefde.

Waar ik over De vlindermaand schreef dat de schrijfster van dat boek te veel verhaallijnen in één roman heeft willen beschrijven, kan ik Adichie dit verwijt niet maken. Hier klopt het allemaal wel en lopen de verhaallijnen als op een natuurlijke manier in elkaar over. Adichie beschrijft haar personages zo natuurlijk en vol mededogen, dat het lijkt alsof je om een hoekje van de deur meekijkt met wat er gebeurd. Die levensechtheid van de personages, de constructie van de roman en de dosering van de uitleg van wat er nu eigenlijk aan de hand is hebben ervoor gezorgd dat ik dit boek met een nare knoop in de maag las én dat ik het tegelijkertijd niet weg kon leggen. Een aanrader!

Chimamanda Ngozi Adichie | Half of a Yellow Sun

Chimamanda Ngozi Adichie op Wikipedia (Engels)

flickr

dinsdag 22 juni 2010

Lara Vapnyar | Broccoli and Other Tales of Food and Love

Lara Vapnyar - Broccoli and Other Tales of Food and Love. New York, Pantheon Books, 2008, 148 pagina's.

In a triumphant return to the short story, the form in which she made her extraordinary debut with There Are Yews in My House, Lara Vapnyar gives us a delightful new collection in which food and love intersect, along with their overlapping pleasures, frustrations, and deep associations in the lives of her unforgettable characters.
From "Broccoli" to "Borscht" to "Puffed Rice and Meatballs", each of these stories invites us into the uniquely captivating private worlds of Vapnyar's Eastern European émigrés. There's Nina, a recent arrival from Russia, for whom the colorful abundance of the vegetable markets in New York represents her own fresh hopes and dreams... Luda and Milena, who battle over a widower in their English class with competing recipes for cheese puffs, spinach pies, and meatballs... Sergey, who finds more comfort in the borscht made by a paid female companion than in her sexual ministrations. Each of the women and men who inhabits these witty, tender, and beautifully observed stories needs and longs for the taste and smell of home, wherever-and with whomever-that may turn out to be.
Russian in its wit and in many of its rich details but American in its insistence on the quest for personal happiness, however provisional and however high the cost, Broccoli and Other Tales of Food and Love masterfully illuminates a very particular facet of desire with entirely charming results.


Vapnyars Broccoli and Other Tales of Food and Love bevat zes korte verhalen, die net als in haar eerder verschenen verhalenbundel en roman handelen over Oost-Europese immigranten in het land van belofte, de Verenigde Staten. Vapnyar schrijft weer over heimwee naar dat wat je hebt achtergelaten en de de moeite die het wennen aan het nieuwe leven kost en de onzekerheid die dit proces oproept.

Toch zijn de verhalen in deze bundel geen herhaling van zetten, want Vapnyar heeft voor een andere benadering gekozen. De zes verhalen hebben weliswaar verschillende personages, maar zij hebben één constante: eten. Dat is dan zowel het vertrouwde eten van thuis als de verschillende keukens die de Amerikaanse melting pot nog meer biedt.

De zes verhalen zijn stuk voor stuk meer dan de moeite waard. Borscht is bijvoorbeeld interessant vanwege de manier waarop Vapnyar het verlangen van de hoofdpersoon, Sergey, naar Rusland beschrijft en hoe hij de troost die hij zoekt bij een Russische hoer uiteindelijk pas vindt als zij hem een bord soep met een glaasje wodka serveert.

Luda and Milena springt er eveneens uit, om de manier waarop Vapnyar hier de strijd tussen twee Russische vrouwen op leeftijd beschrijft, die beiden naar de liefde van een man dingen door middel van door hen gekookte gerechten. Het einde van het verhaal is gitzwart, maar geniaal.

Ontroerend is Ružena, de Tsjechische hoofdpersoon van Slicing Sautéed Spinach omdat we haar zien veranderen van een onzekere immigrante die niet zelf een gerecht durft te bestellen in een restaurant omdat ze van slag raakt van de beschrijving van de gerecht op de menukaart tot een zelfverzekerde vrouw, die het heft in eigen handen neemt.

De bundel wordt afgesloten met recepten van een aantal gerechten die in de verhalen voorkomen. Eén daarvan is de Salat Olivier, een onmisbaar onderdeel van ieder Russisch feestmaal. Deze bundel smaakt naar meer!

Lara Vapnyar | Memoirs of a Muse
Lara Vapnyar | Er zitten joden in mijn huis

Lara Vapnyar op Wikipedia (Engels)

flickr