zondag 4 juli 2010

Koos van Zomeren | Die stad, dat jaar

Koos van Zomeren - Die stad, dat jaar Roman met aantekeningen. Amsterdam/Antwerpen, De Arbeiderspers, 2009, 352 pagina's.

De stad is Nijmegen, het jaar 1972. Het is het jaar van de Europacup voor Ajax, van bedrijfssluitingen en massaontslagen, van Nixon in China en van de kerstbombardementen op Hanoi en Haiphong. Maar het was ook het oprichtingsjaar van de Socialistiese Partij.
Stond Nederland aan de vooravond van het socialisme? En moest dat in Nijmegen beginnen?
Dat zijn zo'n beetje de harde feiten. En binnen dat raamwerk krijgt de verbeelding de ruimte en beweegt zich Bert Staal. Hij is halverwege de twintig, verknocht aan de stad N. en misschien de auteur van een magistrale dichtbundel. Hij heeft in ieder geval de ambitie journalist te worden en is tegen wil en dank getuige van de voorbereidingen voor de revolutie. Hij verzet zich laconiek maar hardnekkig tegen de confiscatie van zijn huis door de Partij. Niet dat hij de Partij vijandig gezind is, maar hij koestert ook nog een ideaal voor zichzelf.
Kun je deze roman beschouwen als een boek over het ontstaan van de SP? Ja, want tegenover de ruimte voor de verbeelding staat evenveel ruimte voor een documentaire reconstructie van de geschiedenis. Door gebruik te maken van de eigen herinnering, (mede)getuigen te interviewen en historische bronnen te raadplegen schetst Koos van Zomeren een haarscherp – nu eens komisch dan weer wrang, nu eens ontluisterend dan weer inspirerend - beeld van de gang van zaken binnen een maoïstische splinterbeweging.


Die stad, dat jaar is de eerste roman die ik van Koos van Zomeren las. Ik heb 'm uit de bibliotheek geleend nadat ik Van Zomeren in een aflevering van Benali in boeken over Nijmegen en het pand in de stad waar de SP begin jaren ’70 huisde hoorde praten. Doordat ik Van Zomerens werk niet kende, wist niet wat ik moest verwachten. Mijn voorstelling van de vroege jaren ’70 werd tot nu toe bovendien vooral bepaald door Boudewijn Büchs Links! en de Zweedse film Together.

Op zich vind ik het onderwerp, de ontstaansgeschiedenis van de SP vanuit een kleine marxistisch-leninistische of toch maoïstische groepering eind jaren ’60, begin jaren ’70 erg interessant. Het harde werken van de mensen op straat, het protest tegen de oorlog in Vietnam, de steun aan grote stakingen, het organiseren van lokale kraakacties en andere, kleinere protesten. Ook krijg je een aardige indruk van de onderlinge verhoudingen, de pogingen om mensen in de Partij te betrekken en het niet altijd even democratische gehalte van de Partij.

Toch had ik grote moeite met het lezen van deze roman. Van Zomeren heeft voor een mengvorm van fictie en non-fictie gekozen. Hij combineert de ervaringen van een fictief personage, Bert Staal, met zijn eigen herinneringen, bijna dertig jaar later uitgesproken en opgeschreven. Dit wisselt na ieder hoofdstuk. De feiten die in de fictieve hoofdstukken worden gepresenteerd, wijken ook nog eens af van de feiten die de oudere Van Zomeren zich herinnert.

Ik vind dat procedé erg verwarrend. Ik had liever gezien dat de auteur een keuze had gemaakt voor een van beide vormen. Bij een keuze voor fictie had de stortvloed aan namen van verschillende personen vervolgens achterwege kunnen blijven, bij de keuze voor non-fictie had je in die stortvloed het hoofd boven water kunnen houden met behulp van een persoonsregister. En een literatuurlijst, voor degene die meer wil lezen over dit onderwerp.

Ondertussen heb ik begrepen dat Van Zomeren al eerder over zijn verleden bij de SP heeft geschreven. Wellicht zou ik in die twee romans wel gevonden hebben wat ik hier hoopte vinden. En misschien wordt het tijd om binnenkort Links! nog weer eens te lezen.

Koos van Zomeren op Wikipedia

flickr

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen