dinsdag 13 juli 2010

Remco Daalder | Grafherrie

Remco Daalder - Grafherrie Met tekeningen van Peter Pontiac. Amsterdam, Uitgeverij Bas Lubberhuizen, 2008, 132 pagina's.

De moshpit. Daarin rammen we tegen elkaar aan, over elkaar heen, grijpen de eerste de beste in de omgeving vast om al springend een woeste vreugdedans door de hele zaal te beginnen, een dans die altijd op de grond eindigt, waarna er tien man overheen struikelen en een wriemelende rugbyhoop vormen. We pellen elkaar weer los, beuken, rennen, worstelen, onkwetsbaar door het bier en de adrenaline, niets voelen we, dat komt morgen pas, morgen bestaat niet...'

De ondergrondse muziekwereld van Amsterdam in de jaren tachtig is het decor van Grafherrie, de eerste echte punkroman over de Amsterdamse scene. In kelders, in kraakpanden en in afgelegen fabriekshallen huizen obscure clubjes muziekliefhebbers met hun eigen rituelen, kleding en morele codes. Grafherrie schetst in een meelevende en snelle stijl de concerten van die tijd. Van betonpunk tot dark electro, van folkmetal tot industrial, als het maar knarst en kraakt, als het maar eigenwijs en onbekend is. Grafherrie is een persoonlijk verslag rechtstreeks vanuit de moshpits van de punks, vanuit illegale concertzalen waar neocommunistische bands het volk bestoken, van achter de draaitafels op hippe modefeesten. En voortdurend is de stad Amsterdam dreigend op de achtergrond aanwezig.

Remco Daalder (1960, Amsterdam) schreef eerder Baltsen tussen bakstenen (2003) en Stadse beesten (2005), beide over stadsnatuur. Grafherrie, zijn eerste roman, is een eerbetoon aan jongeren die verder kijken dan de mainstream en die hun eigen wereld scheppen.


Vorige maand las ik Bill Mensema’s Doem Dada, deze maand waagde ik mij aan Daalders veel dunnere, en tegelijkertijd veel aangenamere Grafherrie. In beide romans staat muziek, vooral punkmuziek, centraal. Plaats van handeling is in deze roman niet Groningen, maar Amsterdam. De tijd van handeling is gelijk: begin jaren ’80. De hoofdpersoon van Grafherriestudeert ook, maar is al verder gevorderd dan de hoofdpersoon van Doem Dada. Hij lijdt minder aan onzekerheid, en beleeft de concerten die hij bezoekt stuk voor stuk vol passie.

Grafherrie was aangenaam om te lezen, juist omdat Daalder niet nadrukkelijk probeert literatuur te bedrijven. Voor mij is het een persoonlijke terugblik van de schrijver op een belangrijke, bepalende periode in zijn leven. Als lezer mag je het een beetje meebeleven, over zijn schouder meekijkend als het ware. Juist dat pretentieloze maakt dit boek prettig te lezen. Vooral de stukken waar Daalder het gespannen wachten op het begin van een concert beschrijft zijn erg mooi.

Het is een gedeeltelijk herkenbaar verhaal ook, doordat de hoofdpersoon op een gegeven moment tot het besef komt dat hij volwassen is. Hij moet afstuderen, er moet gewerkt worden. En dan raakt de liefde voor de muziek op de achtergrond. Tot het op een gegeven moment toch weer begint te kriebelen. Zoek je als beginnende 'oudere jongere' een vrijbrief om gewoon de concerten bezoeken die je leuk lijken, lees dan dit boek!

flickr

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen