maandag 15 november 2010

Kees van Beijnum | Een soort familie

Kees van Beijnum - Een soort familie. Amsterdam, De Bezige Bij, 2010, 437 pagina's.

Eind jaren tachtig, een klein dorp aan de Waddenzee. Het leven van de ouders van Teun staat in het teken van de grote idealen. Het gezin offert er alles voor op. Maar wat betekent dat voor Teun en zijn oudere broer? Ieder op geheel eigen wijze proberen de jongens, regelmatig doelwit van pesterijen, op school en op straat te overleven. Als de broer zijn ouders en hun idealen radicaal de rug toekeert, raakt het gezin ontwricht. Een soort familie is een vernuftig, aangrijpend verhaal over loyaliteit en liefde.


In Een soort familie beschrijft Van Beijnum een gezin dat aan het einde van de jaren 1980 tot over de oren in de vredesbeweging zit. 's Zaterdags komen ze met andere leden van de beweging samen, en gaan zij de langs de deuren om handtekeningen voor de vrede te verzamelen. Zij leven in hun eigen wereld, en vooral de kinderen van het gezin, twee zoons, merken wat het betekent om zo anders op te groeien dan de andere kinderen uit hun dorp en klas.

Naar mate het boek vordert, begint de oudste zoon, Hans, steeds meer aan de idealen te twijfelen. Hij wil 'gewoon' zijn en hetzelfde doen als zijn leeftijdsgenoten: naar een feestje gaan, een sigaretje roken, met een meisje uitgaan. Dat dit allemaal niet mag, zorgt voor talloze conflicten tussen de ouders en de oudste zoon. De jongste zoon, Teun, wordt door beiden gebruikt in de onderlinge strijd. En dat het niet goed afloopt, is al vanaf het begin van het boek bekend. Het is alleen nog de vraag wanneer het nu precies zal gebeuren, en hoe.

Dat we dit al vanaf het begin weten, komt doordat Van Beijnum een tweede verhaallijn in dit verhaal heeft verweven: de jongste zoon, Teun, is inmiddels volwassen en heeft een baan als vertegenwoordiger in kopieermachines. Hij is net gescheiden, zijn zoontje woont bij zijn ex-vrouw en Teun is op alle mogelijke manieren zoekende naar een betere invulling van zijn bestaan. Daarbij komt ook de dood van zijn broer Hans aan de orde. In deze verhaallijn gaat Teun terug naar Wieringen, eerst om zijn zoon te laten zien waar hij is opgegroeid, maar later ook om de confrontatie met zijn herinneringen aan zijn jeugd en de dood van zijn broer aan te gaan.

Op sommige punten deed het boek me denken aan Treurs Dorsvloer vol confetti en Adichies Purple Hibiscus. Daarin is ook sprake van ouders die strenge regels opleggen aan hun kinderen. Zij doen dat weliswaar redenerend vanuit hun christelijke geloof, maar de manier waarop de ouders in Een soort familie hun overtuigingen uitdragen, deze als vanzelfsprekend zien en als enige juiste levenshouding opleggen aan hun kinderen kan daar zeker mee vergeleken worden. Het langzaam groeiende besef bij de kinderen dat de situatie thuis juist verre van vanzelfsprekend is, komt eveneens overeen.

Toch vond ik beide genoemde boeken uiteindelijk wel indrukwekkender dan Een soort familie. Een deel van mijn probleem met deze roman is dat ik toen ik eenmaal over de helft van het boek was steeds sterker begon te verlangen naar een ontknoping, terwijl die steeds maar werd uitgesteld en er steeds maar kleine verhaallijnen en zijdelingse opmerkingen bij kwamen, die voor mijn gevoel weinig tot niets toevoegden, omdat ze niet uitgewerkt werden. Zo wordt er verteld dat de vader van het gezin onder de plak zit bij de moeder van het gezin, terwijl er in een paar bijzinnen wordt gesuggereerd dat hij een meer dan gewone belangstelling voor een andere vrouw heeft. Daar komt Van Beijnum niet op terug, dus wat voegt het toe?

Al met al vind ik het een aardig bedacht verhaal, zeker niet vervelend om te lezen, maar toch niet helemaal dat wat ik er van verwacht had.

Kees van Beijnum | Over het IJ

Kees van Beijnum

flickr

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen