Posts tonen met het label 05-11-2011. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 05-11-2011. Alle posts tonen

zaterdag 12 november 2011

Arnaldur Indriðason | Doodskap

Arnaldur Indriðason – Doodskap. Amsterdam/Antwerpen, Q, 2011, 285 pagina’s.
Oorspronkelijke IJslandse titel: Svörtuloft, vertaald door Adriaan Faber.

Een vrouw verdacht van chantage wordt onder de ogen van de politie in elkaar geslagen en overlijdt aan haar verwondingen. Het lukt de dader om te vluchten, maar alles wijst erop dat hij een incasseerder is – ingehuurd door een belangrijk en maatschappelijk gerespecteerd persoon. Ondertussen probeert een bekende crimineel herhaaldelijk in contact te komen met de politie, zij het om duistere redenen.
Opnieuw een echte Indriðason met de vaste ingrediënten: onderhuidse spanning, sterke sfeertekening en subtiele humor. Een boek over een van de donkere drijfveren van de mens: zijn hebzucht, en waar die toe kan leiden.

Arnaldur Indriðason (Reykjavík, 1961) is historicus en schrijver. Hij heeft de belangrijkste prijs voor de beste thriller in Noord-Europa, de Martin Beck Award, als enige twee keer op een rij gewonnen. Ook is hij winnaar van de CWA Gold Dagger Award, de grootste prijs van het spannende boek. Van Indriðasons boeken zijn wereldwijd meer dan zes miljoen exemplaren verkocht.


Net als in Onderstroom is niet Erlendur het belangrijkste personage van deze detective van Indriðason, maar één van zijn ondergeschikten, Sigurður Óli. In Onderstroom speelde Elínborg de hoofdrol, nu is de beurt aan Sigurður. Erlendur is op vakantie, en heeft al tijden niets van zich laten horen.

De ondergeschikten van Erlendur blijven in de boeken waarin hij de hoofdrol speelt normaal gesproken onderbelicht. Je zou ze zelfs als flat characters kunnen zien. Daarom vind ik het zo leuk dat Indriðason die personages in hun 'eigen' boeken de hoofdrol laat spelen. Je leert hun achtergronden kennen, begrijpt beter wat hen beweegt. Ze verliezen hun 'vlakheid'.

De roman bevat twee verhaallijnen. Eén verhaallijn is geworteld in een duister verleden, het andere heeft betrekking op de kredietcrisis. Indriðason schetst de aanloop naar de kredietcrisis, het gevoel dat er geen grenzen zijn aan de economische groei op IJsland en verweeft dat kunstig met het tweede plot. Een goed geschreven boek, prettig om te lezen.

Arnaldur Indriðason | Grafteken
Arnaldur Indriðason | Onderstroom
Arnaldur Indriðason | Winternacht
Arnaldur Indriðason | Het koningsboek
Arnaldur Indriðason | Onderkoeld

Arnaldur Indriðason op Wikipedia

flickr

zaterdag 5 november 2011

Sissel-Jo Gazan | De veren van de dinosaurus

Sissel-Jo Gazan - De veren van de dinosaurus. Amsterdam, Prometheus, 2009, 447 pagina's.
Oorspronkelijke Deense titel Dinosaurens fier, vertaald door Angélique de Kroon. 2008 (1, Denemarken).

De veren van de dinosaurus is een wetenschappelijke detective, een liefdesverhaal en een psychologisch drama. Een roman over vaders, moeders en kinderen en de geheimen die het leven zwaar kunnen maken

Sissel-Jo Gazan studeerde biologie aan de Universiteit van Kopenhagen en woont nu in Berlijn. De veren van de dinosaurus werd in de Scandinavische pers unaniem geprezen en vergeleken met Peter Høegs Smilla's gevoel voor sneeuw. Het werd bekroond met de DR Romanprijs 2008-2009.


Uit de tekst van de achterflap blijkt al, dat De veren van de dinosaurus een mengelmoes van genres is. Mijn schoonzusje zei pas nog dat dat volgens haar een allesoverheersende trend is in de moderne Russische literatuur. Ik denk dat deze trend – of liever gezegd: dit virus – ook buiten Rusland te vinden is.

Dat dit boek zo veel genres tegelijk wil zijn is dan ook mijn grootste bezwaar tegen deze roman. Het begin is veelbelovend: een sterfgeval dat achteraf toch verdacht blijkt te zijn deed me vermoeden dat ik in een echte detective terecht was gekomen. De schrijfster heeft er echter voor gekozen het verhaal te presenteren vanuit het perspectief van drie hoofdpersonages. Dat is een mooi instrument om gebeurtenissen op verschillende manieren te interpreteren. Ze gebruikt die verschillende invalshoeken tegelijk ook om voor ieder personage eigen trauma’s en raadsels uit het verleden te bespreken, waardoor de roman vooral op een psychologische roman gaat lijken. De uiteindelijke oplossing van de vraag wie het gedaan heeft, moet daardoor nog even snel op de laatste bladzijden worden ontvouwen, en de identiteit van de dader is dan al lang geen verrassing meer.

Begrijp me niet verkeerd, op zich is er niets mis met het vermengen van genres. Soms kan dat mixen van genre echter leiden tot, als ik het oneerbiedig mag zeggen, van de verhaallijnen en ideeën uitpuilende romans. Ik vind dat dit met De veren van de dinosaurus ook zo is en ik geloof dat het boek me meer had aangesproken als het 'alleen maar' een detective met een wetenschappelijke inslag was geweest.

Sissel-Jo Gazan (Deens)

flickr