Posts tonen met het label ZKV. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ZKV. Alle posts tonen

zaterdag 12 april 2014

A.L. Snijders en Erik Harteveld | Koude Oorlog aan de IJssel

A.L. Snijders en Erik Harteveld - Koude Oorlog aan de IJssel: Roman in brieven. Enschede, AFdH Uitgevers, december 2013, 188 pagina's.

Erik Harteveld en A.L. Snijders schreven samen Koude Oorlog aan de IJssel. Hartevelds bijdrage omvat de correspondentie tussen een Zwolse ingenieur en een Russische havenarbeidster uit de periode 1951-1953. Zestig jaar later schrijft Snijders brieven aan Harteveld over de IJssellinie, het geheime verdedigingswerk dat ons tegen de Russen moest beschermen in de beginjaren van de Koude Oorlog.

'Liefste Pieter,
Ik moest zo lachen toen je schreef dat je op je werk liep te fluiten op de gang! We hebben in Rusland de gewoonte om binnenshuis niet te fluiten. Het brengt ongeluk. Wie binnenshuis fluit, verliest wat hij bezit. Je fluit omdat je gelukkig bent en dat brengt juist ongeluk, mijn God, wat heeft het lot nog meer voor ons in petto?'

Dit is het begin van een brief van Klazina Borisovna Makarova aan Pieter Kottier. Opgetekend door Erik Harteveld in zijn roman over de bouw van de IJssellinie. Het is een verhaal over oorlogsangst en liefde die ontstaat in de schaduw van intriges en spionage. Harteveld kan heel goed roeren in dit potje. Bovendien komt de lezer interessante dingen te weten over het Rusland van de jaren vijftig. Niet alleen dat een Rus niet fluit binnenshuis, maar ook dat in de trolleybus de passagier die het dichtst bij het kaartjesscheurapparaat staat, het geld in ontvangst neemt en de kaartjes uitdeelt.
A.L. Snijders

A.L. Snijders beschrijft in dit boek zijn angst voor het onzegbare dat ons onverhoeds kan overvallen. Zomaar. Bij stil weer. Wij kunnen zonder voorbericht ten prooi vallen. Het kan elk moment te laat zijn. Angst als levenshouding. Strijdgas met de geur van nieuw linnen, plotselinge overstroming, verdwaalde kogels. Wordt deze angst beloond? Ja, met opluchting. Elke keer weer. Steeds opnieuw angst, steeds opnieuw opluchting in een macabere dans op aanzwellende muziek. Snijders is een kind van de Koude Oorlog. Een angstig kind. Wie kan hem helpen als de tijd het niet doet? Ik niet, ik zit barstensvol branie en bravoure. Ik tart alles wat mij bedreigt. Dat maakt ook mij een kind van de Koude Oorlog. Een argwanend kind. Jammer.
Erik Harteveld


Ik ben niet ver van de IJssel opgegroeid, lang nadat de Koude Oorlog zijn hoogtepunt beleefde. Over de Nederlandse militaire praktijk van verdediging tegen 'de vijand' door inundatie heb ik uiteraard van alles geleerd op school. Dat er ook serieuze plannen waren om zo dicht bij huis de boel onder water te zetten, heb ik pas lang na afloop van de Koude Oorlog gelezen. Nu is er Koude Oorlog aan de IJssel, waarin deze plannen en de daarvoor aangelegde waterwerken in fictie en non-fictie worden behandeld.

Het fictieve gedeelte is van de hand van Erik Harteveld. Het bestaat uit de correspondentie tussen Klazina (Klasja) Makarova (of liever gezegd majoor Parchomov) en Pieter Kottier. De Sovjets willen proberen de details te achterhalen van het project waarbij Kottier betrokken is: de IJssellinie. Dat zijn waterwerken in en rond de IJssel die het onder water zetten van het oosten van Nederland bij een aanval door het Rode Leger mogelijk maken. Kottier mag daarover uiteraard met niemand spreken.

Majoor Parchomov doet zich voor als Klazina Makarova, een nazaat van een voorouder van Kottier. Deze voorouder is, net als vele andere Ruslui vanuit Vriezenveen naar Petersburg vertrokken. Deze voorouder in Rusland blijven wonen. Makarova is van het gebruik van haar identiteit op de hoogte gesteld. Zij voorziet de majoor al dan niet vrijwillig van details uit haar persoonlijke leven die hij in de correspondentie kan verwerken. Hoe meer brieven er worden gewisseld, des te nauwer wordt de band tussen Kottier en Makarova. En hoe meer Kottier valt voor de Russische vrouw, des te meer hij vertelt over zijn bezigheden.

Het non-fictie gedeelte is van de hand van A.L. Snijders. Volgens de achterflap zijn het brieven, maar qua stijl en grootte doen de brieven eerder denken aan de ZKV's die Snijders normaal gesproken schrijft. Snijders schrijft vanuit het heden over onder andere zijn bezoeken aan de IJssellinie en het gevaar dat je vroeger liep als je er als nieuwsgierige burger rondliep. Er blijken daadwerkelijk mensen te zijn doodgeschoten.

De roman in brieven van Harteveld en de ZKV's van Snijders zijn weliswaar qua stijl volkomen verschillend, maar ze vullen elkaar mooi aan. Zo wordt 'wereldgeschiedenis' veel minder een ver-van-mijn-bedshow. Het wordt teruggebracht tot voor ieder mens te bevatten proporties én consequenties. Combineer dat met de mooie uitgave – inclusief heel veel foto's, en je hebt een prachtboek om zelf te lezen of cadeau te doen.

A.L. Snijders | Brandnetels & Verkeersborden

Erik Harteveld
A.L. Snijders op Wikipedia

flickr

dinsdag 18 december 2012

A.L. Snijders | Brandnetels & verkeersborden

A.L. Snijders - Brandnetels & verkeersborden. 194 ZKV's. Enschede/Doetinchem, AFdH, maart 2012 (2), 309 pagina's. 2012 (1).

Over de titel van dit zeerkorteverhalenboek (SIC) is veel te doen geweest. Kenners vonden Brandnetels & verkeersborden 'een dooie titel'. 'Daarom is-ie zo goed,' zei A.L. Snijders, 'net zo saai en oninteressant als mijn leven.' Een merkwaardig argument, aangezien de ZKV's in deze vijfde bundel andermaal getuigen van Snijders' rijke binnenleven en speelse geest en ons opnieuw laten kennismaken met een keu aan unieke figuren. Beschaving, cultuur, machines, overspel, literatuur, dieren: alle vertrouwde thema's keren terug.

AFdH Uitgevers maakt bij voorkeur boeken, ook literaire, waarin woord en beeld gecombineerd worden. Wij zijn er trots op dat we in deze bundel vier schilderijen van Gummbah konden opnemen. De tekenaar is een liefhebber van het werk van Snijders en andersom geldt hetzelfde: 'Mijn bewondering voor Gummbah geldt zijn vreemdheid. Als de Volkskrant komt, kijk ik altijd eerst naar zijn tekeningen. Dat hij zo'n woede bij doctorandussen weet te veroorzaken, vind ik fascinerend.'

Talloze malen was de auteur in het nieuws nadat hem in 2010 de Constantijn Huygensprijs werd toegekend, vaak vroeg men hem of hij veranderd is na alle toegezwaaide lof. Het antwoord is neen. A.L. Snijders is precies dezelfde gebleven. De auteur schreef ons: 'Als iemand vraagt: wat voor schrijver is die Snijders, zeg dan maar: een schrijver als andere schrijvers.' U begrijpt dat wij het daar niet mee eens zijn.

AFdH Uitgevers, Paul Abels & Martien Frijns


Voor het eerst maakte ik kennis met de ZKV's van A.L. Snijders in het fotoboek De geur van carbolineum: boerenschuren op erf en land van Lyde de Graaf. Brandnetels & verkeersborden is de eerste bundel zeer korte verhalen (ZKV's) die ik van Snijders las.

Ik moet het maar direct eerlijk toegeven: ik ben verkocht, Snijders heeft er een fanatieke fan bij. Ik ben gevallen voor de verhalen die soms maar uit twee, drie alinea's bestaan, waarin Snijders zó veel zegt en je tot zo veel gedachten aanzet, dat het lijkt alsof je op zijn minst een 'normaal' kort verhaal of roman hebt gelezen. De onderwerpen van de ZKV's variëren van jeugdherinneringen tot de kip die niet gepakt kan worden door een roofdier dat 's nachts rond Snijders' huis loopt, van lassen en de vraag of de ander wel kan lassen tot de boeken die Snijders gelezen heeft.

Deze zomer las ik Tommy Wieringa's Ga niet naar zee. Snijders schrijft over contact met de schrijver Tommy Wieringa, en beschrijft een persoon, Joost Conijn, die ook in de hierboven genoemde bundel van Wieringa figureert. Beide schrijvers schrijven met bewondering over deze persoon, die met een zelfgebouwd vliegtuig naar Afrika vliegt.

Nu ik Brandnetels & verkeersborden heb gelezen, begrijp ik dat Wieringa een jonge leerling van Snijders moet zijn. Beide schrijvers werken op dezelfde manier, al zijn de verhalen van Snijders vaak nog veel korter dan Wieringa's stukjes. Overeenkomend is ook de manier waarop beide schrijvers beschrijven wat hen bezighoudt in het dagelijkse leven en in hun gedachtewereld. Daarbij citeren beiden ook uit de werken die zij lezen, als er stukjes zijn die hen raken. Een citaat uit het verhaal Inktpot, waarmee Snijders op zijn beurt mij heeft geraakt:

Ik ga een verhaal lezen, ik installeer me in een diepe stoel. Het heet 'Het water der vergetelheid', geschreven door Vladimir Toetsjkov en vertaald door Monse Weijers. In de tweede alinea lees ik: 'Serjoga dook een jaar of acht geleden op. Als sneeuw in juli of een sproeiwagen in februari, als mensen met een verfijnde psychische constitutie de inktpot pakken en zachtjes beginnen te wenen.'
Ik houd op met lezen, wat betekent deze zin? Moet je een Rus zijn om dit te kunnen begrijpen? Ik ben een Hollander en wel degelijk getroffen door die inktpot en dat weten. De vertaler verwijst me naar een noot:

DE INKTPOT PAKKEN en ingetogen beginnen te wenen – toespeling op een gedicht van Boris Pasternak: 'Februari. De inktpot pakken en wenen.' (1912) Wat het in deze context betekent, is moeilijk te doorgronden.


Het verhaal sluit af met het plan dat Snijders maakt om deze regel uit te spreken in het bijzijn van een kennis, die over de hele wereld werkt, ook in Rusland. Hij stelt zich voor dat Pasternaks gedicht zo maar aan deze man kan zijn voorgelezen, ergens in een café in Rusland. Snijders hoopt dan op herkenning van de dichtregel in de ogen van die kennis. Dit is toch een prachtige manier om het beeld dat wij hier in het westen over Rusland hebben te verbeelden?

Snijders ontving in 2010 de Constantijn Huygensprijs. De aandacht voor deze bijzondere schrijver is sindsdien enorm toegenomen. Dat is, vind ik, terecht, want de ZKV's van Snijders verdienen het door zo veel mogelijk mensen te worden gelezen. Al was het maar omdat Snijders zo hartstochtelijk jonge bezoekers en ons lezers aanspoort de stukken van Karel van het Reve te lezen.

A.L. Snijders op Wikipedia

flickr