zondag 12 september 2010

Sana Valiulina | Honderd jaar gezelligheid

Sana Valiulina - Honderd jaar gezelligheid. Amsterdam, Prometheus, 2010, 288 pagina's.

Roland Warmer wil niet advocaat, consultant, academicus of kunstenaar worden. Het is 'stormentijd', tijd voor echte helden van eigen bodem. Tot ontsteltenis van zijn ouders wordt Roland ambtenaar bij de reinigingsdienst in de buurt met de verkeerde postcode. Om de vuilnishopen op te ruimen waarin zijn land dreigt te verzuipen. Want iemand moet het toch opnemen tegen Mammon en de mindere goden die door zijn landgenoten worden aanbeden. Maar kun je een held worden en de wereld redden zonder eerst zelf een daad te verrichten?
Dan komt de nacht op de Koningsgracht en gaat de politie op zoek naar de vierde man.
In deze antiglamour-, antiantiheld-, antiburgerlijke én misdaad-zonder-strafroman probeert de Nederlands-Russisch-Ests-Tataarse schrijfster Sana Valiulina de tijdgeest te vangen die haar tweede vaderland in zijn greep houdt, onderzoekt ze hoe droom en daad zich tot elkaar verhouden. Hoe gezellig is het om jong te zijn in een land waar gezelligheid een nationale obsessie is geworden?

Na haar epische roman Didar en Faroek (shortlist Libris Literatuurprijs 2007) over de Tweede Wereldoorlog en de Grote Terreur in Rusland, was Nederland aan de beurt, vond Sana Valiulina.


Van Valiulina las ik eerder al twee boeken: Het kruis en Didar en Faroek. Beide boeken spelen in de voormalige Sovjet-Unie, waar de schrijfster is geboren en opgegroeid. Toen ik in recensies las dat Valiulina in Honderd jaar gezelligheid de Nederlandse samenleving een spiegel zou voorhouden, maakte me dat benieuwd: hoe zou een Oost-Europese naar onze samenleving kijken?

Omdat er al een groot verschil zat tussen de epische roman Didar en Faroek en de, zoals ik ergens las, hitsige roman Het kruis, wist ik niet goed wat ik moest verwachten. Ook nu ik de roman gelezen heb, vind ik het moeilijk te zeggen wat ik er nu eigenlijk van vind.

De kritiek op de Nederlandse samenleving is me op zich wel duidelijk: de ouders van de hoofdpersoon, Roland, zijn alleen met hun eigen genotjes en zelfontwikkeling bezig, en met het idee wat de buren wel niet zullen denken. In dat kader is het belangrijk dat zoon Ronald een 'normaal' leven leidt. Groot is dan ook de schok als deze ervoor kiest niet te gaan studeren na het gymnasium. Hij gaat als vuilnisman aan de slag in de Bijlmer. Door dit werk kan Valiulina ook de laatste regionen van de Nederlandse samenleving beschrijven: Ronalds collega's bij de reinigingsdienst of een zwerfster die zij daar regelmatig tegenkomen.

Er ontspint zich vervolgens een merkwaardig verhaal, waarbij Valiulina eerst vooral focust op de rafelrand van de stad Amsterdam, de Bijlmer, en de mensen die er wonen beschrijft. Ongeveer op de helft van het boek raakt Ronald ineens in het centrum van de stad betrokken bij de moord op een Poolse timmerman. Hij is ervan overtuigd dat hij de fatale zet heeft gegeven, terwijl dit niet het geval is, en dat hij boete doen voor deze daad. Hij ontfermt zich daarbij over de zwerfster uit de Bijlmer, die een bekende van de vermoorde Pool blijkt te zijn.

Het is een ongemakkelijk boek geworden, want zowel de Amsterdamse elite als de allerarmste, meest kansloze Amsterdammers komen er niet genadig vanaf. Wel vraag ik me af of het nu de beste manier is om deze kritiek in romanvorm te spuien. Ik ben ervan overtuigd dat deze kritiek in een essay beter tot haar recht zou zijn gekomen. Nu heb me toch vooral verwonderd over de wendingen die het verhaal nam.

Hoofdpersoon Ronald heeft van meet af aan al last van psychische problemen. Hij gaat daarmee niet naar de psycholoog, maar laat zich door zijn waanbeelden leiden. Dat maakt hem geen sympathiek hoofdpersoon. Een personage hoeft natuurlijk ook niet sympathiek te zijn, maar toch, als het verhaal al niet zo voor de hand ligt, zou het wel helpen als de hoofdpersoon wat 'gezelliger' zou zijn. In die zin doet deze roman wel aan Misdaad en straf van Dostojevskij denken. Daarin wordt immers ook een moord gepleegd, waarna de hoofdpersoon daarover wroeging vertoont. Ook in Misdaad en straf is sprake van een soort koortsachtig nadenken en redeneren door de hoofdpersoon.

Honderd jaar gezelligheid vond ik zeker niet zo goed als Didar en Faroek. Toch heeft dit verhaal zich wel in mijn hoofd vastgezet en moest ik het hoe dan ook uitlezen, benieuwd als ik was naar hoe het met Ronald zou aflopen. Waar dat nu door komt, kan ik ondanks flink piekeren niet zeggen.

Wel weet ik zeker dat ik het fijn zou vinden als Valiulina zich bij een volgende roman niet opnieuw zou proberen uit te vinden, en dat zij terugkeert naar de stijl van Didar en Faroek.

flickr

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen